ECLI:NL:RBROT:2006:AZ5216
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Weigering invoer van met clearsmoke-methode behandelde tonijn wegens verboden rookproces
Verzoekster importeert diepgevroren tonijn uit derde landen die behandeld is met het clearsmoke-procédé, een methode waarbij rook wordt gefilterd om de natuurlijke kleur van de tonijn te behouden. Verweerster, de Voedsel en Waren Autoriteit, heeft de invoer van partijen tonijn geweigerd omdat deze methode volgens haar niet voldoet aan artikel 8, eerste lid, van het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen (BBL), dat voorschrijft dat roken uitsluitend mag plaatsvinden met rook uit onbehandeld hout en dat het product de kenmerkende geur-, kleur- en smaakeffecten van het rookproces moet verkrijgen.
Verzoekster betoogt dat clearsmoke een vorm van roken is en dat het verbod strijdig is met Europees recht, met name artikel 28 EG Pro-Verdrag, en dat het clearsmoke-procédé niet als toevoeging van een verboden additief kan worden aangemerkt. Verweerster stelt dat de Europese Commissie heeft aangegeven dat clearsmoke geen traditioneel rookproces is en dat de wijziging van artikel 8 BBL Pro noodzakelijk was om dit verbod expliciet te maken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het bericht van aanhouding geen besluit is, maar dat het weigeringsbesluit van 30 november 2006 wel appellabel is. Het clearsmoke-procédé wordt gekwalificeerd als een rookproces dat niet voldoet aan de eisen van artikel 8 BBL Pro omdat het slechts de kleur behoudt zonder de kenmerkende rookgeur en -smaak. De rechtbank acht het verbod op clearsmoke niet in strijd met Europees recht en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. De invoer van met clearsmoke behandelde tonijn is terecht geweigerd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de invoer van met clearsmoke behandelde tonijn is terecht geweigerd.