ECLI:NL:RBROT:2006:AZ1102
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing concurrentiebeding en toewijzing nakoming geheimhoudingsbeding werknemer
Een werknemer heeft bij wijze van voorlopige voorziening verzocht om schorsing van een concurrentiebeding, omdat hij bij een andere onderneming wilde gaan werken die volgens hem geen concurrent was. De kantonrechter oordeelt dat het concurrentiebeding rechtsgeldig is en dat de nieuwe werkgever wel degelijk concurreert met de oude werkgever, mede op grond van een scriptie van de werknemer zelf.
De belangenafweging leidt ertoe dat de vordering van de werknemer wordt afgewezen, omdat de oude werkgever een zwaarwegend belang heeft bij bescherming van vertrouwelijke informatie en het voorkomen van concurrentie. De werknemer heeft bovendien kwade trouw getoond door informatie in zijn scriptie te verwerken.
De kantonrechter wijst wel de vordering tot nakoming van het geheimhoudingsbeding toe en legt een dwangsom op voor het geval de werknemer dit beding overtreedt. De vordering tot nakoming van het concurrentiebeding wordt afgewezen omdat de werknemer zich aan het beding houdt door niet bij de concurrent te zijn gaan werken. De kosten van de procedure worden aan de werknemer opgelegd.
Uitkomst: De schorsing van het concurrentiebeding wordt afgewezen en de nakoming van het geheimhoudingsbeding wordt toegewezen met een dwangsom.