ECLI:NL:RBROT:2006:AX2482
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.F. van der Lugt
- P.L. van Dijke
- C.J. van der Wilt
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor voorbereidingshandelingen invoer cocaïne in Rotterdamse haven
De rechtbank Rotterdam heeft op 12 mei 2006 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte die werd verdacht van het voorbereiden en bevorderen van de invoer van een handelshoeveelheid cocaïne. Verdachte had contacten gelegd met personen werkzaam in de Rotterdamse haven en informatie verzameld over containers waarin de cocaïne werd vervoerd.
De verdediging voerde aan dat verdachte geen strafbare voorbereidingshandelingen had verricht omdat de containers geen drugs bevatten en reeds in Nederland waren gearriveerd. De rechtbank verwierp deze verweren en stelde dat ook handelingen gericht op het verder vervoer en opslag van drugs binnen Nederland strafbaar zijn volgens de Opiumwet.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk handelde met het doel de invoer van cocaïne te bevorderen. Gelet op de ernst van het feit, de rol van verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden legde de rechtbank een gevangenisstraf van zes maanden voorwaardelijk op, gecombineerd met een taakstraf van 240 uur.
De straf is lager dan geëist vanwege de beperkte rol van verdachte en het streven naar een juiste verhouding binnen het grotere Venex-onderzoek. De rechtbank benadrukte het gevaar van de handel in harddrugs voor de volksgezondheid en de noodzaak van een strenge aanpak.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf van 240 uur wegens voorbereidingshandelingen invoer cocaïne.