ECLI:NL:RBROT:2006:AX2477
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.F. van der Lugt
- P.L. van Dijke
- C.J. van der Wilt
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor vervoer en bezit van circa 1 kilogram cocaïne
De rechtbank Rotterdam heeft op 12 mei 2006 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die tussen 1 en 25 september 2004 in Amsterdam en Rotterdam opzettelijk ongeveer 1 kilogram cocaïne heeft vervoerd en in bezit had. De tenlastelegging omvatte het verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en aanwezig hebben van cocaïne, een middel als bedoeld in lijst I van de Opiumwet.
De dagvaarding werd als geldig beoordeeld en de rechtbank verklaarde zich bevoegd en de officier van justitie ontvankelijk. De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte de cocaïne vervoerde en in bezit had, maar niet meer of anders dan ten laste gelegd. De bewijsmiddelen gaven voldoende grond voor de bewezenverklaring.
Verdachte had de cocaïne in opdracht van een medeverdachte bij zich in de auto gehad en uiteindelijk weer aan die medeverdachte afgeleverd. De rechtbank benadrukte het maatschappelijke gevaar van drugsgebruik en de rol van verdachte in het in stand houden van deze problematiek. Gezien de ernst van de feiten en eerdere veroordelingen van verdachte werd een vrijheidsbenemende straf opgelegd.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De tijd in voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht. De straf is mede bedoeld om herhaling te voorkomen, vooral met betrekking tot drugshandel.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.