ECLI:NL:RBROT:2006:AW5533
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- P. van Zwieten
- Rechtspraak.nl
Beoordeling subsidieverlening en subsidieplafond in Regeling Schoonmaakdiensten particulieren
De zaak betreft een geschil over de vaststelling van subsidieplafonds in de Regeling Schoonmaakdiensten particulieren (RSP) en de vraag of deze plafonds als besluiten van algemene strekking of als beschikkingen tot subsidieverlening moeten worden aangemerkt. Verzoekster, een schoonmaakbedrijf, betwistte het bezwaar van verweerder tegen de wijziging van de RSP en stelde dat het subsidieplafond niet tussentijds tegen haar kan worden ingeroepen omdat haar reeds eerder subsidie was toegekend.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de bijlagen met subsidiebedragen in de RSP concreet zijn en een subsidieplafond vormen dat wettelijk is voorgeschreven. De bekendmaking van het subsidieplafond moet plaatsvinden vóór het tijdvak waarvoor het geldt, maar heeft geen gevolgen voor aanvragen die al voor dat tijdvak zijn ingediend. De rechtbank verwierp het standpunt van verweerder dat het om beschikkingen tot subsidieverlening gaat en bevestigde dat het subsidieplafond een concretiserend besluit van algemene strekking is.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verweerder niet in strijd met enige rechtsregel heeft gehandeld en dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. De verzoeken om voorlopige voorziening werden afgewezen omdat op de hoofdzaak werd beslist. Tevens werd geoordeeld dat verzoekster niet ontvankelijk was in bezwaar tegen een deel van de RSP 2006 omdat zij daartegen geen bezwaar had gemaakt in de eerdere regeling.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter P. van Zwieten op 25 april 2006 en is openbaar gemaakt. Partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit over het subsidieplafond wordt ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen.