ECLI:NL:RBROT:2006:AV6535
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incidentele vordering gemeente tot opheffing schorsing tenuitvoerlegging dwangbevelen
De gemeente Rotterdam vorderde incidenteel opheffing van de schorsing van de tenuitvoerlegging van dwangbevelen tegen opposanten, die zich verzetten tegen dwangsommen opgelegd wegens het niet verwijderen van containers op een perceel. Opposanten hadden de containers inmiddels verwijderd en voerden aan dat het spoedeisend belang van de gemeente ontbrak en dat de schorsing niet mocht worden opgeheven zolang de bestuursrechter zich niet in laatste instantie over de rechtmatigheid had uitgesproken.
De rechtbank overwoog dat de schorsing van de tenuitvoerlegging van dwangbevelen krachtens de Awb van rechtswege geldt bij verzet en dat een belangenafweging moet plaatsvinden. Het algemene belang van handhaving door de gemeente weegt niet zwaarder dan het belang van opposanten bij schorsing, zeker nu de overtreding is beëindigd. De preventieve werking van dwangsommen en eerdere overtredingen door opposanten rechtvaardigen geen opheffing.
De rechtbank stelde vast dat de gemeente onvoldoende spoedeisend belang had aangetoond en dat het verzet niet kennelijk was ingesteld om de tenuitvoerlegging te vertragen. Daarom wees de rechtbank de incidentele vordering af en veroordeelde de gemeente in de proceskosten van opposanten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de incidentele vordering van de gemeente tot opheffing van de schorsing van de tenuitvoerlegging van dwangbevelen af.