ECLI:NL:RBROT:2006:AU9934
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Kruisdijk
- J.M. Hamaker
- L.J.J. Rogier
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vervallen procesbelang in handhavingsprocedure schadeverzekeringsbedrijf
Eiseres had bezwaar gemaakt tegen het niet-ontvankelijk verklaren van haar verzoek om handhavend op te treden tegen branchegenoten die zonder vergunning het schadeverzekeringsbedrijf uitoefenden. Verweerster, de rechtsopvolger van de Pensioen- & Verzekeringskamer, had een brief gestuurd waarin zij geen standpunt innam over handhaving, omdat het onderzoek nog liep. De rechtbank stelde vast dat eiseres ten tijde van haar aanvraag wel belanghebbende was omdat zij concurrent was, maar dat dit belang later verviel doordat onherroepelijk vaststond dat zij niet gerechtigd was het schadeverzekeringsbedrijf uit te oefenen.
De rechtbank oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat het procesbelang ontbrak. Tevens werd overwogen dat de brief van verweerster niet kon worden gekwalificeerd als een schriftelijke weigering om te beslissen, en dat eiseres geen verzoek had gedaan om vergoeding van proceskosten conform de Awb. De rechtbank bevestigde haar bevoegdheid om te oordelen over het beroep en verwees naar eerdere uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
De procedure omvatte meerdere brieven, bezwaar- en beroepschriften, en een hoorzitting. De rechtbank benadrukte dat het verzoek van eiseres om handhaving niet kon worden ingewilligd zolang het onderzoek naar de branchegenoten niet was afgerond. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer bestuursrecht van de rechtbank Rotterdam op 13 januari 2006.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen procesbelang.