ECLI:NL:RBROT:2005:AU8588
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek voorlopige voorziening wegens niet tijdig beslissen door De Nederlandsche Bank
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen besluiten van De Nederlandsche Bank (DNB) en na vernietiging van eerdere besluiten door het College van Beroep voor het bedrijfsleven, verzocht DNB opnieuw te beslissen op hun bezwaren. Nadat DNB niet tijdig besliste, dienden verzoekers een beroep in wegens het niet tijdig beslissen en een verzoek om voorlopige voorziening.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat DNB niet in verzuim was op het moment van het instellen van het beroep. Desondanks oordeelde de voorzieningenrechter dat het verzoek om voorlopige voorziening los van het beroep kan worden gedaan, ook hangende bezwaar.
De voorzieningenrechter stelde vast dat DNB ten tijde van het verzoek wel in verzuim was en gaf opdracht uiterlijk 27 december 2005 te beslissen op de bezwaren. Bij overschrijding van deze termijn verbeurt DNB een dwangsom van €250 per dag. Tevens werd DNB veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De Nederlandsche Bank wordt opgedragen uiterlijk 27 december 2005 te beslissen op de bezwaren onder verbeurte van een dwangsom van €250 per dag.