ECLI:NL:RBROT:2004:AR2477
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ongeldigverklaring rijbewijs wegens alcoholmisbruik
Verzoeker, houder van een rijbewijs categorie BC, werd op 20 maart 2003 aangehouden met een ademalcoholgehalte van 785 µg/l. Het CBR legde op grond van de Wegenverkeerswet 1994 een onderzoek op naar zijn rijgeschiktheid. Psychiatrische rapporten stelden vast dat sprake was van alcoholmisbruik in ruime zin, waardoor verzoeker ongeschikt werd geacht om motorrijtuigen te besturen.
Het CBR verklaarde het rijbewijs ongeldig voor alle categorieën, hetgeen verzoeker betwistte en een voorlopige voorziening verzocht. De voorzieningenrechter oordeelde dat het alcoholmisbruik en de daaraan verbonden ongeschiktheid wettelijk dwingend leiden tot ongeldigverklaring, zonder ruimte voor belangenafweging zoals beperking tot bepaalde dagen of tijden.
Verzoekers argumenten over de kwaliteit van de psychiatrische rapporten en de daling van bloedwaarden werden niet gevolgd. Ook de stelling dat de ongeldigverklaring beperkt had moeten worden tot woon-werkverkeer werd afgewezen. De voorzieningenrechter bevestigde dat de wetgever een volledige belangenafweging heeft gemaakt en dat het algemeen belang van verkeersveiligheid zwaarder weegt dan het persoonlijk belang van verzoeker.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs wegens alcoholmisbruik wordt afgewezen.