ECLI:NL:RBROT:2004:AO4106
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F. Stuurop
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in geschil over restitutie collegegeld Hogeschool Rotterdam
Een student verzocht het College van bestuur van de Stichting Hogeschool Rotterdam om restitutie van collegegeld over het studiejaar 2001-2002, omdat hij naar eigen zeggen geen of nauwelijks gebruik kon maken van de onderwijsfaciliteiten. Het College weigerde restitutie te verlenen en handhaafde deze weigering na bezwaar. De student stelde daarop beroep in bij de rechtbank.
Het College stelde dat het geen bestuursorgaan was omdat de Stichting een privaatrechtelijke entiteit is, en dat de kwestie daarom niet onder de Algemene wet bestuursrecht (Awb) viel. De rechtbank onderzocht de wettelijke positie van het College van bestuur op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). Hieruit volgt dat het College wel degelijk een bestuursorgaan is voor zover het de WHW uitvoert, en dat het College van beroep voor het hoger onderwijs bevoegd is om te oordelen over geschillen omtrent restitutie van collegegeld.
De rechtbank constateerde dat het College van bestuur niet heeft aangegeven aangesloten te zijn bij een College van beroep voor bijzonder onderwijs, zodat het College van beroep voor het hoger onderwijs de bevoegde instantie is. Daarom verklaarde de rechtbank zich onbevoegd en verwees het beroep door naar het College van beroep voor het hoger onderwijs. Tevens werd het betaalde griffierecht aan de eiser vergoed.
De uitspraak benadrukt de scheidslijn tussen bestuursrechtelijke en civielrechtelijke bevoegdheden bij geschillen over collegegeld en de bijzondere positie van het College van beroep voor het hoger onderwijs in dergelijke zaken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en verwijst het beroep door naar het College van beroep voor het hoger onderwijs.