ECLI:NL:RBROT:2003:AO0939
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling premieplicht solidariteitsheffing en OR-heffing in sociale verzekeringen
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van eiseres tegen correctienota's van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) over de jaren 1997 tot en met 2000. Het geschil betrof de vraag of de solidariteitsheffing, een door werknemers betaalde bijdrage aan een stichting voor herplaatsing en scholing, als premieplichtig loon moet worden beschouwd.
Verweerder stelde dat de solidariteitsheffing loon is in de zin van artikel 4 van Pro de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV), omdat de werknemers hun volledige aanspraak op loon behielden en het loon aan een derde werd betaald. Eiseres betwistte dit en voerde aan dat de werknemers niet over de solidariteitsheffing konden beschikken en dat deze bijdrage als negatief loon in mindering moest worden gebracht.
De rechtbank oordeelde dat de solidariteitsheffing als loon moet worden aangemerkt, omdat het moment van loon genieten samenvalt met de inhouding op het brutosalaris en betaling aan de stichting. De solidariteitsheffing kon niet als negatief loon worden beschouwd, mede omdat werknemers vrijwillig instemden met het loonoffer om hun baan en inkomen te behouden.
Ten aanzien van de correctienota's inzake de OR-heffing verklaarde de rechtbank zich onbevoegd, omdat het besluit geen zelfstandig rechtsgevolg had. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten die eiseres had gemaakt.
De uitspraak werd gedaan door rechter L.A.C. van Nifterick op 5 december 2003.
Uitkomst: Het beroep tegen de correctienota's inzake de solidariteitsheffing wordt ongegrond verklaard; het beroep tegen de OR-heffing wordt niet-ontvankelijk verklaard.