ECLI:NL:RBROT:2003:AO0581
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing handhavingsbesluit Opta over nummerportabiliteit bij lopende contracten
In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam op 18 december 2003 een voorlopige voorziening getroffen tegen een besluit van de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (Opta). Opta had KPN Mobile een last onder dwangsom opgelegd omdat KPN Mobile nummerportabiliteit zou weigeren zolang er nog een lopende contractuele relatie met de klant bestond. Volgens Opta moest KPN Mobile nummerportabiliteit bieden binnen tien werkdagen, ongeacht contractuele verplichtingen.
KPN Mobile stelde dat nummerportabiliteit slechts hoeft te worden verleend bij rechtmatige beëindiging van de overeenkomst, conform artikel 4.10 van de Telecommunicatiewet. De voorzieningenrechter oordeelde dat de wettelijke tekst en de wetsgeschiedenis duidelijk maken dat nummerportabiliteit gekoppeld is aan het moment van beëindiging van het contract en niet tussentijds kan worden geëist.
De voorzieningenrechter vond dat Opta met haar beleidsregels en het handhavingsbesluit buiten de wettelijke kaders trad door nummerportabiliteit ook te eisen tijdens lopende contracten. Daarom werd het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd Opta veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het handhavingsbesluit van Opta wordt geschorst omdat het in strijd is met artikel 4.10 van de Telecommunicatiewet.