ECLI:NL:CBB:2004:AR8303
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- W.E. Doolaard
- F. Stuurop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over reikwijdte verplichting nummerportabiliteit bij beëindiging contract
Het geschil betreft de uitleg van artikel 4.10 van de Telecommunicatiewet en het Besluit nummerportabiliteit, waarin is bepaald dat aanbieders van mobiele telefoniediensten verplicht zijn nummerportabiliteit te bieden aan gebruikers die bij beëindiging van hun overeenkomst overstappen naar een andere aanbieder.
OPTA legde KPN een last onder dwangsom op wegens het niet tijdig meewerken aan nummerportering, ook in situaties waarin het contract met de eindgebruiker nog niet was beëindigd. De voorzieningenrechter oordeelde dat deze uitleg van OPTA strijdig was met de wet en vernietigde het besluit. OPTA ging hiertegen in hoger beroep.
Het College van Beroep bevestigt het oordeel van de voorzieningenrechter dat de wettelijke verplichting tot nummerportabiliteit is gekoppeld aan het moment van beëindiging van de overeenkomst. De toevoeging "bij beëindiging van de overeenkomst" in artikel 4.10 Tw geeft aan dat nummerportering niet tussentijds kan worden geëist. OPTA heeft geen aanwijzingen gegeven dat de wet een ruimere uitleg toelaat.
Verder stelt het College vast dat KPN haar contractvoorwaarden niet zodanig heeft ingericht dat nummerportering wordt belemmerd. De bevoegdheid om nadere regels te stellen ligt bij de minister. Het beroep van OPTA wordt verworpen en de uitspraak van de voorzieningenrechter wordt bevestigd.
Uitkomst: Het College bevestigt dat nummerportabiliteit alleen bij beëindiging van de overeenkomst verplicht is en verklaart het hoger beroep van OPTA ongegrond.