ECLI:NL:RBROT:2002:AF2005
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H.W. de Planque
- Th.G.M. Simons
- A.A. Rijperman
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid en mededingingsrechtelijke toetsing van zeehavengeldtarieven voor olietankers in Rotterdamse haven
De zaak betreft een geschil tussen vier besloten vennootschappen en de Gemeente Rotterdam over de rechtmatigheid van de privaatrechtelijke overeenkomsten inzake zeehavengeld voor olietankers in de Rotterdamse haven. Eiseressen stellen dat de tarieven excessief en discriminerend zijn en dat de Gemeente onrechtmatig handelt door deze tarieven te hanteren en overeenkomsten te sluiten.
De rechtbank stelt vast dat de privaatrechtelijke regeling van het zeehavengeld niet in strijd is met de Gemeentewet en dat de Gemeente bevoegd is om tarieven via contracten vast te stellen. De tarieven voor olietankers zijn gebaseerd op objectieve criteria die verschillen in gebruik van havenfaciliteiten rechtvaardigen. De rechtbank erkent dat de Gemeente een economische machtspositie heeft op de relevante markt, maar oordeelt dat eiseressen onvoldoende hebben aangetoond dat de tarieven excessief zijn of dat sprake is van misbruik van die machtspositie.
De rechtbank benoemt deskundigen om de kostentoerekening en tarieven nader te onderzoeken en gelast een comparitie van partijen om de opdracht aan de deskundigen en hun benoeming te bespreken. Het geschil wordt aangehouden voor nadere beoordeling na deskundigenonderzoek. Tegen het tussenvonnis staat hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en gelast deskundigenonderzoek en een comparitie voor nader onderzoek van de rechtmatigheid van de tarieven.