ECLI:NL:RBROT:2001:AB6591
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G.M. Simons
- E.I. van den Bos-Boomsma
- H.S.G. Verhoeff
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken van rechtens relevant onderscheidend belang bij postbusvergoeding
Eiseres, een financieringsmaatschappij die gebruikmaakt van een postbus bij PTT Post, maakte bezwaar tegen de invoering van een jaarlijkse vergoeding van 250 gulden voor postbusgebruik. Verweerder, de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit, wees het verzoek om toepassing van artikel 56 van Pro de Mededingingswet af en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank oordeelt dat hoewel eiseres een objectief bepaalbaar en actueel belang heeft als contractspartij en postbushouder, dit belang zich niet in rechtens relevante mate onderscheidt van dat van de circa 280.000 andere postbushouders in Nederland. Veiligheids- en privacyoverwegingen zijn niet uniek voor eiseres en er zijn geen bijzondere omstandigheden in haar bedrijfsvoering die haar onderscheiden.
De rechtbank verwerpt het ruimer hanteren van het belanghebbende-begrip omwille van strategische redenen en benadrukt dat een te ruime interpretatie de efficiëntie van bestuursrechtelijke procedures zou ondermijnen. Gelet hierop is eiseres ten onrechte als belanghebbende aangemerkt en is haar bezwaar onontvankelijk. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het bezwaar van eiseres alsnog niet-ontvankelijk verklaard.