ECLI:NL:RBROT:2000:AA7424
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Th.G.M. Simons
- Rechtspraak.nl
Sluiting woning op grond van artikel 174a Gemeentewet vereist passend woonruimteaanbod bij onschuld bewoner
De burgemeester van Rotterdam had op grond van artikel 174a van de Gemeentewet besloten tot de algehele sluiting van een woning vanwege ernstige overlast door drugsgebruik en -handel in en rond het pand. Verzoeker, de bewoner van de woning, maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat hij geen schuld had aan de overlast en zelf hinder ondervond van de drugshandel in de buurt.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker als belanghebbende moest worden aangemerkt en dat de burgemeester bevoegd was het besluit te nemen. De rechtbank oordeelde echter dat artikel 174a Gemeentewet niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro, maar dat bij toepassing van deze bevoegdheid rekening moet worden gehouden met de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. Dit betekent dat indien de bewoner geen schuld heeft aan de situatie die tot sluiting leidt, het sluitingsbevel alleen rechtmatig is indien passende vervangende woonruimte wordt aangeboden.
In deze zaak was niet aannemelijk dat verzoeker schuld had aan de overlast en had de burgemeester nagelaten passende woonruimte aan te bieden. Daarom werd het besluit vernietigd, het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en het primaire besluit geschorst. Verweerder werd tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de woning wordt vernietigd omdat geen passende woonruimte is aangeboden aan de onschuldige bewoner.