ECLI:NL:RBROT:1999:AA4703
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.E. Doolaard
- E.I. van den Bos-Boomsma
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aansprakelijkheid en immateriële schadevergoeding wegens blootstelling aan asbest
Eisers verzochten het gemeentelijk vervoerbedrijf RET aansprakelijkheid te erkennen voor schade door blootstelling aan asbest tijdens werkzaamheden van 1964 tot medio jaren tachtig, inclusief vergoeding van immateriële schade. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees dit verzoek af, waarna eisers beroep instelden.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet was overleden aan een asbestgerelateerde aandoening en dat er geen concrete immateriële schade was aangetoond. Het beroep inzake erkenning van aansprakelijkheid voor toekomstige schade werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege gebrek aan belang. Het verzoek tot vergoeding van immateriële schade wegens angst voor een asbestziekte werd afgewezen omdat de enkele angst onvoldoende is voor vergoeding volgens artikel 6:106 BW Pro.
De rechtbank oordeelde dat het rapport van de directeur van RET geen besluit in de zin van de Awb is en dat het verzoek tot een deugdelijke rapportage niet tot toewijzing kon leiden. Het beroep werd voor het overige ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard voor toekomstige schade en voor het overige ongegrond verklaard; vergoeding immateriële schade wordt afgewezen.