ECLI:NL:RBROE:2011:BV0476
Rechtbank Roermond
- Wraking
- L.J.A. Crompvoets
- F.H. Machiels
- M.B.T.G. Steeghs
- Rechtspraak.nl
Wraking van twee rechters wegens schijn van partijdigheid in civiele procedure over erfdienstbaarheid
In deze civiele zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen twee rechters van de meervoudige kamer die betrokken waren bij een procedure over het recht en gebruik van een erfdienstbaarheid van weg. Eén van de rechters had eerder als voorzieningenrechter geoordeeld over een kort geding waarin dezelfde erfdienstbaarheid centraal stond. De andere rechter had in de jaren negentig stage gelopen bij het advocatenkantoor van een van de gedaagden.
De rechtbank beoordeelde eerst de tijdigheid van het wrakingsverzoek en concludeerde dat het verzoek, ingediend binnen vier maanden na bekendwording van het vonnis, gegrond kon worden verklaard vanwege het noodzakelijke nader onderzoek dat verzoeker had verricht. Vervolgens werd het wrakingsverzoek inhoudelijk getoetst aan de hand van objectieve criteria voor onpartijdigheid.
De rechtbank oordeelde dat de eerdere betrokkenheid van de eerste rechter bij een gerelateerde zaak en zijn duidelijke bewoordingen in het kort gedingvonnis een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bij verzoeker konden doen ontstaan. Ten aanzien van de tweede rechter was de stageperiode bij het advocatenkantoor van de tegenpartij, ondanks het lange tijdsverloop, voldoende om de schijn van vooringenomenheid te rechtvaardigen.
Daarom werd het wrakingsverzoek tegen beide rechters toegewezen. De rechtbank benadrukte het belang van onpartijdigheid als kernwaarde voor een eerlijk proces en verwees naar de leidraad onpartijdigheid die ook de schijn van vooringenomenheid als reden voor wraking erkent.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters werd gegrond verklaard en zij werden afgewezen wegens schijn van partijdigheid.