ECLI:NL:RBONE:2013:BY7935
Rechtbank Oost-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens vermeende partijdigheid in faillissementszaak
De besloten vennootschap UIP IV B.V. verzocht de wraking van mr. De Haan als rechter in een faillissementszaak waarbij UIP IV als gedaagde partij betrokken was. Het wrakingsverzoek was gebaseerd op het feit dat mr. De Haan ongeveer 15 jaar eerder als advocaat enkele zaken had behandeld voor een van de betrokken gefailleerde vennootschappen en haar bestuurders.
UIP IV stelde dat deze eerdere relatie een objectieve vrees voor partijdigheid rechtvaardigde, omdat mr. De Haan mogelijk sympathie voor de betrokken bestuurders zou hebben en meer kennis zou bezitten dan een onpartijdige rechter. Mr. De Haan betwistte dit en verklaarde geen betrokkenheid te hebben gehad bij de onderhavige zaak.
De rechtbank oordeelde dat de rechter vermoed wordt onpartijdig te zijn en dat alleen concrete feiten en omstandigheden een objectieve vrees voor partijdigheid kunnen rechtvaardigen. De relatie tussen mr. De Haan en de bestuurders was zakelijk en dateerde van meer dan 13 jaar geleden, zonder recent contact. Er was geen sprake van inhoudelijke betrokkenheid bij de huidige zaak.
De rechtbank concludeerde dat de vrees voor partijdigheid niet objectief gerechtvaardigd was en verwees naar een eerdere zaak met een wezenlijk andere situatie. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen. Tegen deze beslissing stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. De Haan wordt afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.