ECLI:NL:RBROE:2011:BP3123
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen kapvergunning voor drie wilgen aan het Overmazepad in Weert
Eisers, de Wijkraad Groenewoud en de Bomenstichting, maakten bezwaar tegen de kapvergunning voor drie wilgen aan het Overmazepad in Weert, omdat zij het behoud of de verplaatsing van de bomen bepleitten. De vergunning was verleend om ruimte te maken voor de aanleg van een weg en parkeerplaats ten behoeve van een nieuw woonzorgcentrum.
De rechtbank overwoog dat het college van burgemeester en wethouders het door eisers aangevoerde belang om de bomen te behouden of te verplaatsen voldoende heeft meegewogen, maar tot een andere, redelijke conclusie is gekomen. De bomen waren niet van optimale kwaliteit en hadden een relatief korte levensduur, terwijl het woonzorgcentrum een duurzame infrastructuur vereist.
Eisers stelden dat de aanvraag niet rechtsgeldig was en dat alle mogelijkheden voor behoud van de bomen onderzocht hadden moeten worden. De rechtbank verwierp deze bezwaren, oordeelde dat de aanvraag wel voldeed aan de wettelijke eisen en dat de APV niet vereist dat alle behoudsmogelijkheden onderzocht moeten worden.
De rechtbank concludeerde dat het college in redelijkheid het belang van het woonzorgcentrum boven het behoud van de bomen mocht stellen, mede gelet op deskundigenverklaringen over de kwetsbaarheid en beperkte levensduur van de wilgen. Eén wilg mocht blijven staan mits vrijstelling werd verkregen, terwijl de andere twee gekapt mochten worden vanwege infrastructuur en risico's bij verplaatsing.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de kapvergunning voor drie wilgen wordt ongegrond verklaard.