ECLI:NL:RBROE:2002:AE5163
Rechtbank Roermond
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Handhaving bouwvergunning en vrijstelling voor kantooromzetting naar kinderdagverblijf ondanks strijd met bestemmingsplan
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van Burgemeester en Wethouders van Roermond om een bouwvergunning en vrijstelling te verlenen voor de inpandige verandering van een kantoor in een kinderdagverblijf, gelegen aan een perceel met bestemming 'Woondoeleinden'. De vergunninghoudster had op 8 november 2001 de vergunning ontvangen, waarna verzoekers bezwaar maakten en beroep instelden.
De rechtbank oordeelt dat de vrijstelling op grond van artikel 19, lid 3 van de WRO juncto artikel 20, lid 1, onder e van het Bro ook het verlenen van een bouwvergunning kan omvatten, ondanks dat het gebruik afwijkt van de gebruiksvoorschriften van het bestemmingsplan. De inpandige bouwkundige wijzigingen voldoen aan de bouwvoorschriften en de ruimtelijke uitstraling wordt bepaald door het gebruik als kinderdagverblijf.
Verder is het beroep ongegrond verklaard omdat de belangenafweging door het college redelijk is, mede gezien de grote vraag naar kinderopvang en het feit dat het pand gedeeltelijk leegstond. Ook het verzoek om handhavend op te treden tegen het gebruik van een parkeerterrein als speelplaats is afgewezen, omdat er zicht is op legalisatie en de belangen van vergunninghoudster en algemeen belang prevaleren.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:86 van Pro de Awb onmiddellijk uitspraak gedaan in de hoofdzaak, waarbij het beroep ongegrond is verklaard en de verzoeken om voorlopige voorzieningen zijn afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot handhaving van de bouwvergunning en vrijstelling wordt ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorzieningen worden afgewezen.