ECLI:NL:RBROE:2001:AD9781
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.A. Gruiters
- W.M. Callemeijn
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding neurostimulatietherapie in Oostenrijk wegens gebrek aan gebruikelijkheid en noodzaak
Eiser raakte door een verkeersongeval in coma en werd behandeld in de Universitätsklinik te Innsbruck met een intensieve neurostimulatietherapie, die in Nederland slechts experimenteel wordt toegepast. Verweerder weigerde de vergoeding omdat de behandeling niet gebruikelijk is binnen de beroepsgroep en niet noodzakelijk voor de geneeskundige verzorging, mede omdat vergelijkbare behandeling tijdig in Nederland beschikbaar zou zijn.
De rechtbank benoemde een deskundige die bevestigde dat in Nederland geen adequate behandeling zoals in Innsbruck beschikbaar was, maar de medisch adviseur van verweerder benadrukte het experimentele karakter en het ontbreken van wetenschappelijke onderbouwing. Het Hof van Justitie gaf prejudiciële uitleg dat toestemming voor behandeling in een andere lidstaat niet geweigerd mag worden indien de behandeling gebruikelijk en noodzakelijk is.
De rechtbank oordeelde dat de neurostimulatietherapie onvoldoende wetenschappelijk is bewezen en niet als gebruikelijk kan worden aangemerkt. Ook was er geen medische noodzaak omdat tijdige en even doeltreffende behandeling in Nederland beschikbaar was. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de weigering van vergoeding bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van vergoeding voor de intensieve neurostimulatietherapie in Oostenrijk is ongegrond verklaard.