ECLI:NL:RBROE:2001:AD8228
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.J.C. Huijbers
- W.M. Callemeijn
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Uitspraak over recht op WW-uitkering voor gedeeltelijk werkloze grensarbeider volgens EEG-verordening 1408/71
Eiser, woonachtig in Nederland, was voltijds werkzaam in België bij dezelfde werkgever tot 30 november 1996 en ging daarna over op een parttime dienstverband bij diezelfde werkgever. Hij vroeg een WW-uitkering aan in Nederland en België wegens gedeeltelijke werkloosheid.
Verweerder (Lisv) wees de Nederlandse uitkering af omdat eiser volgens hen gedeeltelijk werkloos was en de uitkering door het bevoegde orgaan van het werkland (België) moest worden verleend. De Belgische instantie weigerde echter ook een uitkering toe te kennen, omdat zij eiser als volledig werkloos beschouwden.
De rechtbank stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen over de uitleg van gedeeltelijke en volledige werkloosheid volgens artikel 71 EEG Pro-verordening 1408/71. Het Hof oordeelde dat gedeeltelijke werkloosheid betekent dat de werknemer nog een band met het werkland heeft en beschikbaar is voor voltijdwerk, terwijl volledige werkloosheid betekent dat alle banden met het werkland zijn verbroken.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet volledig werkloos is omdat hij een parttime dienstverband bij dezelfde werkgever in België heeft en daarom geen recht heeft op Nederlandse WW-uitkering. Het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van een Nederlandse WW-uitkering wegens gedeeltelijke werkloosheid wordt ongegrond verklaard.