ECLI:NL:RBROE:2000:ZF1116
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op nabestaandenuitkering bij vermeende gezamenlijke huishouding
Eiseres ontving een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene Nabestaandenwet (Anw). Verweerder beëindigde deze uitkering per 31 januari 1999 omdat eiseres sedert januari 1999 een gezamenlijke huishouding zou voeren met de heer D. Na een anonieme melding voerde de sociale recherche een onderzoek uit, waarbij bleek dat eiseres en de heer D gemiddeld meerdere dagen per week bij elkaar verbleven, gezamenlijke maaltijden gebruikten en elkaar verzorgden bij ziekte.
Eiseres voerde aan dat er geen sprake was van een gezamenlijke huishouding, maar van een LAT-relatie waarbij beiden een eigen huishouden voerden. De rechtbank hanteerde het huisvestingscriterium en het zorgcriterium om te bepalen of sprake was van gezamenlijke huishouding. Uit het onderzoek en de verklaringen bleek dat het leven van alledag feitelijk in en rondom dezelfde woning plaatsvond, ook al hadden zij niet hetzelfde hoofdverblijf.
De rechtbank oordeelde dat hoewel er geen financiële verstrengeling was, er wel sprake was van wederzijdse zorg door gezamenlijke maaltijden, verzorging bij ziekte en gezamenlijk gebruik van ruimten. Dit volstond om het zorgcriterium te vervullen. Gezien deze feiten werd het beroep van eiseres ongegrond verklaard en bleef de beëindiging van de nabestaandenuitkering in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van de nabestaandenuitkering is ongegrond verklaard.