ECLI:NL:RBROE:2000:AA6490
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling Lisv tot vergoeding wettelijke rente bij WW-uitkering na ontbinding arbeidsovereenkomst
Eiser was werkzaam bij een werkgever en diens arbeidsovereenkomst werd door de kantonrechter ontbonden met ingang van 1 juni 1999. Eiser vroeg een WW-uitkering aan, die door het Lisv werd geweigerd tot 1 september 1999, omdat de schadeloosstelling werd gelijkgesteld aan loon over een fictieve opzegtermijn. Eiser maakte bezwaar en stelde dat de opzegtermijn in zijn contract nietig was en dat hij vanaf 17 juni 1999 recht had op WW.
Het Lisv wijzigde het besluit gedeeltelijk en kende de uitkering toe vanaf 1 juli 1999, met toepassing van artikel 7:672 BW Pro, waarin de wettelijke opzegtermijn is geregeld. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat het Lisv terecht de fictieve opzegtermijn toepaste en daarmee het recht op WW-uitkering vanaf 1 juli 1999 toekende. De weigering om proceskosten te vergoeden werd gegrond verklaard omdat het besluit niet tegen beter weten in was genomen. Wel vernietigde de rechtbank het besluit om de wettelijke rente niet te vergoeden en veroordeelde het Lisv tot betaling van de wettelijke rente over de periode vanaf 1 juli 1999. Het beroep werd verder ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het Lisv wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente over de WW-uitkering vanaf 1 juli 1999, terwijl het beroep op andere punten wordt afgewezen.