ECLI:NL:RBOVE:2026:98
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking omgevingsvergunning jachtgeweeractiviteit wegens niet-gescheiden opslag wapens en munitie
De korpschef van de politie heeft op 3 juni 2024 de omgevingsvergunning jachtgeweeractiviteit van eiser ingetrokken nadat bij een controle op 18 april 2024 bleek dat wapens en munitie niet gescheiden waren opgeslagen. Eiser voerde aan dat het patroon een dummy was en dat de politie onvoldoende zicht had, maar dit werd door de rechtbank niet gevolgd.
De rechtbank overwoog dat de bevindingen in het proces-verbaal, dat onder ambtseed is opgesteld, betrouwbaar zijn en dat de verbalisanten ondubbelzinnig hebben verklaard dat er een compleet patroon uit het geweer viel en dat er nog een patroon in het magazijn zat. Eiser gaf geen consistente verklaring en kon de constatering van de verbalisanten niet weerleggen.
Op grond van de beleidsregels in de Circulaire wapens en munitie 2019 en vaste jurisprudentie is geringe twijfel aan het kunnen toevertrouwen van het voorhanden hebben van wapens en munitie voldoende grond voor intrekking van de vergunning. De rechtbank concludeert dat de korpschef terecht de vergunning heeft ingetrokken en verklaart het beroep ongegrond.
Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter A. Oosterveld en is openbaar uitgesproken op 13 januari 2026.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de intrekking van de omgevingsvergunning jachtgeweeractiviteit wegens het niet gescheiden opslaan van wapens en munitie.