ECLI:NL:RBOVE:2026:956

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
24 februari 2026
Zaaknummer
12089876 \ CV EXPL 26-149
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 lid 1 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verbod en schorsing ontruiming woning wegens geen misbruik van bevoegdheid

Eiser huurde sinds 2011 een woning van Mijande. Na meerdere huurachterstanden en ontbindingsvonnissen is de huurovereenkomst bij verstek ontbonden en is eiser veroordeeld tot ontruiming. Ondanks betalingsregelingen en een gebruiksovereenkomst ontstonden opnieuw achterstanden, waarna Mijande de ontruiming aanzegde.

Eiser vordert in kort geding een verbod op de ontruiming of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis wegens misbruik van bevoegdheid, stellende dat ontruiming ernstige gevolgen voor zijn gezondheid en gezin zou hebben. Mijande voert verweer en stelt dat zij een redelijk belang heeft bij ontruiming.

De kantonrechter oordeelt dat het verstekvonnis definitief is en dat de tenuitvoerlegging slechts kan worden geschorst bij misbruik van bevoegdheid, wat niet is gebleken. De belangen van eiser zijn meegewogen in eerdere vonnissen en er is onvoldoende onderbouwing voor een noodtoestand. Mijande heeft een redelijk belang bij ontruiming vanwege herhaalde huurachterstanden.

De vorderingen van eiser worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vorderingen van eiser tot verbod en schorsing van ontruiming worden afgewezen wegens ontbreken van misbruik van bevoegdheid.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 12089876 \ CV EXPL 26-149
Vonnis in kort geding van 24 februari 2026
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. R.N. Sahebdien,
tegen
STICHTING MIJANDE WONEN,
te Vriezenveen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Mijande,
gemachtigde: mr. M. Douwenga.

1.De zaak in het kort

1.1.
[eiser] huurde een woning van Mijande. Bij verstekvonnis is de huurovereenkomst tussen partijen ontbonden en is [eiser] veroordeeld om de woning binnen twee weken na betekening van het vonnis te ontruimen. Mijande heeft de ontruiming bij deurwaardersexploot aan [eiser] aangezegd. [eiser] vordert een verbod op de aangezegde ontruiming, dan wel schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis, wegens misbruik van bevoegdheid. Mijande voert verweer.
1.2.
De vorderingen van [eiser] worden afgewezen. Naar het oordeel van de kantonrechter is geen sprake van misbruik van bevoegdheid.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties,
- de producties van Mijande,
- de mondelinge behandeling van 10 februari 2026,
- de spreekaantekeningen van Mijande,
- het proces-verbaal van de zitting van 10 februari 2026, houdend een mondeling tussenvonnis.

3.De feiten

3.1.
Sinds 2 augustus 2011 huurde [eiser] de woning aan de [adres] van Mijande.
3.2.
Bij verstekvonnis van 5 februari 2019 is de huurovereenkomst tussen partijen ontbonden en is [eiser] veroordeeld tot ontruiming van de woning en betaling van de huurachterstand. [eiser] heeft de huurachterstand volledig betaald, waarna Mijande heeft besloten om niet tot ontruiming over te gaan. [eiser] heeft kort daarna weer een huurachterstand laten ontstaan, waarna de ontruiming is aangezegd. [eiser] heeft de huurachterstand betaald, waarna de ontruiming is geannuleerd. De huurovereenkomst is voortgezet.
3.3.
Bij verstekvonnis van 14 juli 2020 is de huurovereenkomst tussen partijen wederom ontbonden en is [eiser] wederom veroordeeld tot ontruiming van de woning en betaling van de huurachterstand. [eiser] heeft de huurachterstand volledig betaald en de huurovereenkomst is weer voortgezet.
3.4.
Mijande heeft daarna nog vier keer een dagvaarding uitgebracht vanwege huurachterstanden. [eiser] heeft de huurachterstand telkens vlak voor de zitting betaald. Vanaf december 2024 heeft [eiser] weer een huurachterstand laten ontstaan en heeft Mijande opnieuw een dagvaarding uitgebracht.
3.5.
Op 10 juli 2025 is [eiser] failliet gegaan.
3.6.
Bij verstekvonnis van 29 juli 2025 is de huurovereenkomst tussen [eiser] en Mijande ontbonden. [eiser] is veroordeeld om de woning binnen twee weken na betekening van het vonnis te ontruimen en de huurachterstand te betalen.
3.7.
Op 28 augustus 2025 heeft Mijande een deurwaardersexploot aan [eiser] laten betekenen waarin hij is bevolen de woning binnen twee weken te ontruimen en waarin is aangezegd dat als hij dat niet doet, de woning op 24 september 2025 dwangmatig zal worden ontruimd. Op 24 september 2025 heeft [eiser] de volledige huurachterstand betaald.
3.8.
Op 1 oktober 2025 hebben partijen een gebruiksovereenkomst gesloten. Hierin is afgesproken dat de ontruiming wordt uitgesteld en dat [eiser] een allerlaatste kans krijgt om te bewijzen dat hij zich als goede gebruiker kan gedragen. In de overeenkomst staat dat [eiser] twaalf maanden de kans krijgt om het gebruik van de woning voort te zetten tegen een gebruiksvergoeding. Binnen deze periode bepaalt Mijande of zij een nieuwe huurovereenkomst met [eiser] wil sluiten. Als [eiser] de overeengekomen verplichtingen – waaronder tijdige betaling van de gebruiksvergoeding – niet nakomt, eindigt de overeenkomst direct en zal de ontruiming worden uitgevoerd.
3.9.
[eiser] heeft de gebruiksvergoeding over december 2025 en januari 2026 onbetaald gelaten. Op 20 januari 2026 heeft Mijande een deurwaardersexploot aan [eiser] laten betekenen waarin is aangezegd dat de woning zal worden ontruimd op 11 februari 2026.
3.10.
Inmiddels heeft [eiser] de volledige achterstand betaald.

4.Het geschil

4.1.
[eiser] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
a. Mijande verbiedt om uitvoering te geven aan de aangezegde ontruiming van de woning van [eiser], zoals aangezegd bij exploot van 22 januari 2026 (waarmee, naar de kantonrechter begrijpt, 20 januari 2026 is bedoeld), met veroordeling van Mijande in de proceskosten, dan wel
b. de tenuitvoerlegging van het vonnis van 29 juli 2025 schorst tot een door de kantonrechter te bepalen moment, met veroordeling van Mijande in de proceskosten.
4.2.
[eiser] stelt dat hij niet in verzet is gekomen tegen het verstekvonnis, omdat hij dacht dat de huurovereenkomst met Mijande werd voortgezet. De huurachterstand in december 2025 is volgens hem ontstaan vanwege financiële problematiek en vele verblijven in het ziekenhuis vanwege zijn ziekte. Hij heeft de volledige achterstand inmiddels betaald, heeft een vast dienstverband gekregen en heeft een aanvullende uitkering aangevraagd. Daarnaast heeft hij ervoor gezorgd dat de betalingen aan Mijande automatisch plaatsvinden, zodat geen nieuwe achterstanden ontstaan. De onzekere financiële situatie is volgens hem dan ook voorbij. Tenuitvoerlegging van het vonnis is volgens [eiser] aan te merken als misbruik van bevoegdheid. Als hij de woning moet verlaten, zal hij namelijk dakloos worden, zullen zijn kinderen geen verblijfplaats in [plaats] meer hebben (waar zij een sociaal netwerk hebben) en zullen zij niet meer samen onder één dak kunnen verblijven. Daarnaast zal de ontruiming ernstige gevolgen hebben voor zijn gezondheid. [eiser] is vanwege zijn ziekte beperkt en zal de voorzieningen die hij thuis heeft niet hebben in een maatschappelijke opvang.
4.3.
Mijande voert verweer. Mijande concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser].
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Juridisch kader
5.1.
Het verstekvonnis van 29 juli 2025 is in kracht van gewijsde gegaan. Dat betekent dat er geen verzet meer tegen kan worden ingesteld en het vonnis definitief is geworden.
5.2.
De kantonrechter kan de tenuitvoerlegging van het vonnis slechts schorsen, indien hij van oordeel is dat de executant misbruik van bevoegdheid maakt. Daarvan is sprake als de executant geen in redelijkheid te respecteren belang heeft om tot tenuitvoerlegging over te gaan. Daarbij moet ook gelet worden op de belangen van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad. De executant heeft geen in redelijkheid te respecteren belang bij tenuitvoerlegging, als het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of als door de tenuitvoerlegging – op grond van na het vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten – klaarblijkelijk een noodtoestand zal ontstaan aan de zijde van de geëxecuteerde, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.
Formele procespartij
5.3.
Op de mondelinge behandeling is besproken of het deurwaardersexploot waarin de ontruiming is aangezegd aan de curator betekend had moeten worden.
5.4.
Mijande heeft de procedure tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde tegen [eiser] ingesteld, vóórdat [eiser] failliet was. Terwijl de procedure aanhangig was en vóórdat het vonnis is uitgesproken, is [eiser] failliet verklaard. Mijande had schorsing kunnen verzoeken en de curator in het geding kunnen oproepen (op grond van artikel 28 lid 1 Faillissementswet Pro). Een vordering van een verhuurder tot ontbinding van een door de huurder vóór het faillissement gesloten huurovereenkomst, en tot ontruiming van het gehuurde, moet in beginsel namelijk worden ingesteld tegen de curator, indien de uit de huurovereenkomst voortvloeiende rechten in het onder curatele gestelde vermogen vallen (vgl. ECLI:NL:HR:2014:525, r.o. 3.4.3). Het is niet gebleken dat Mijande de curator heeft opgeroepen.
5.5.
De veroordelingen hebben wel rechtskracht tegenover [eiser]. De huurovereenkomst is ontbonden en er is daarom geen sprake meer van een recht dat uit de huurovereenkomst voortvloeit en in de boedel valt. [eiser] is veroordeeld tot ontruiming van de woning. De aanzegging tot ontruiming is dan ook terecht aan [eiser] betekend en hoefde niet aan de curator betekend te worden, tenzij in de woning zich tot de boedel behorende zaken bevinden. Gelet op het feit dat de advocaat van [eiser] ter zitting heeft verklaard dat de curator haar heeft medegedeeld dat hij geen reden heeft zich in deze procedure te mengen, omdat de boedel geen belang heeft, gaat de kantonrechter er vanuit dat er geen boedelzaken bij de ontruiming zijn betrokken.
5.6.
Op de mondelinge behandeling is ook aan bod gekomen of de onderhavige procedure door de curator ingesteld had moeten worden. [eiser] stelt in deze procedure dat Mijande misbruik van bevoegdheid maakt als zij het vonnis tot ontruiming executeert. Dat moet worden aangemerkt als een persoonlijk recht. Er is geen sprake van een recht dat in de faillissementsboedel valt. [eiser] is daarom bevoegd om deze procedure zelf te voeren.
Geen misbruik van bevoegdheid
5.7.
Naar het oordeel van de kantonrechter maakt Mijande geen misbruik van haar bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van het vonnis van 29 juli 2025.
5.8.
Het vonnis berust niet klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag. Daarnaast is niet gebleken dat door ontruiming een noodtoestand zal ontstaan. Dat [eiser] mogelijk dakloos zou kunnen worden, is inherent aan een ontruiming en is in het vonnis van 29 juli 2025 al meegewogen. [eiser] heeft onvoldoende onderbouwd dat ontruiming ernstige gevolgen voor zijn gezondheid zal hebben en dat hij nergens anders met zijn kinderen kan wonen. Daarnaast zullen zijn kinderen niet dakloos worden. Zij wonen immers al voor de helft van de tijd bij hun moeder en staan op dat adres ingeschreven en het is niet gesteld of gebleken dat zij daar niet volledig terecht kunnen. Ook is niet gesteld of gebleken dat [eiser] de woning nodig heeft om contact met zijn kinderen te kunnen onderhouden. Dat [eiser] en zijn kinderen er moeite mee hebben hun vertrouwde omgeving te moeten verlaten waar hun sociale netwerk zich bevindt, is begrijpelijk, maar maakt nog niet dat sprake is van een noodtoestand.
5.9.
Mijande heeft [eiser] veel kansen gegeven om in de woning te blijven wonen en de huur tijdig te betalen, maar [eiser] heeft telkens weer een huurachterstand laten ontstaan. Eens houdt het op. Mijande heeft dan ook een in redelijkheid te respecteren belang om tot ontruiming over te gaan. De vorderingen van [eiser] zullen daarom worden afgewezen.
Proceskosten
5.10.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Mijande worden begroot op:
- salaris gemachtigde
577,00
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
totaal
721,00

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
6.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 721,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Verhoeven en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026.