Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
primair), dan wel dat hij voornoemd bedrag uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking of beroep heeft verduisterd (
subsidiair);
en/of
3.De procesafspraken
4.De voorvragen
- het proces-verbaal van de terechtzitting van 15 januari 2026, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 7 januari 2016 (AG-005);
- het proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer 1] van 31 mei 2016 (AG-005b);
- een geschrift, te weten een bankafschrift van een bankrekening van [bedrijf 5] ten name van [slachtoffer 1] van 28 januari 2014 (DOC-271)
- een geschrift, te weten een e-mail van [verdachte] aan [slachtoffer 1] van 23 januari 2014 (DOC-593).
- “ [bedrijf 9] B.V. – project [project]” € 250.000,00;
- “ [bedrijf 9] B.V. – costs bonds” € 280.000,00;
- “leningen” € 20.000,00;
- “overboekingen gelieerde vennootschappen” € 100.775,00;
- “naar privérekening [verdachte] ” € 58.500,00;
- “belastingen, telefoon, bankkosten” € 212,00;
- “diverse betaalde facturen” € 12.179,00.
- “costs and investments bonds” € 171.840,00;
- “farmer bonds” € 31.000,00;
- “costs brasil project” € 7.505,00;
- “costs waterproject” € 32.250,00;
- “levensmiddelen overige privé uitgaven” € 16.750,00;
- “autokosten” € 8.663,00;
- “overboekingen” € 20.720,00;
- “belastingen/verzekeringen/bankkosten” € 1.572,00;
- “leningen” € 20.780,00;
- “creditcard en GWK-betalingen” € 4.457,00;
- “contante opname” € 9.946,00;
- “reis- en verblijfskosten” € 10.487,00;
- “telefoonkosten” € 367,00;
- “huis Oostenrijk” € 55.000,00;
- “ [bedrijf 10] ” € 2.291,00;
- “ [slachtoffer 1] ” € 50.000,00;
- “Overige kosten” € 9.837,00;
- “ [bedrijf 12] deelneming” € 10.000,00.
6.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
oplichting;
witwassen.
7.De strafbaarheid van verdachte
8.De op te leggen straf of maatregel
9.De schade van benadeelden
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
oplichting;
witwassen.
gevangenisstrafvoor de duur van
8 (acht) maanden;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
120 (honderdtwintig) dagen;
[slachtoffer 1](feit 1 primair): van een bedrag van
€ 50.000,00(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 januari 2014)
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 1 primair bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 50.000,00, (zegge:
vijftigduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 januari 2014 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 225 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[slachtoffer 2](feit 2) af;