ECLI:NL:RBOVE:2026:704

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
13 februari 2026
Zaaknummer
11568456 \ CV EXPL 25-554 (hoofdzaak) en 11737578 CV \ EXPL 25-1697 (vrijwaring)
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:750 BWArt. 7:754 BWArt. 7:760 lid 2 BWArt. 6:97 BWArt. 6:96 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

LAB21 aansprakelijk voor gebrekkige PVC-vloer en schadevergoeding aan eisers

Eisers kochten een PVC-vloer bij LAB21, waarbij LAB21 de onderliggende betonvloer moest egaliseren, primeren en de vloer leggen. Kort na plaatsing vertoonde de vloer bobbels en kwam los van de ondervloer. Eisers vorderden schadevergoeding van LAB21, die stelde dat de gebreken te wijten waren aan ondeugdelijke werkzaamheden van aannemer Kleinbouw.

De kantonrechter stelde vast dat LAB21 tekort was geschoten in haar verplichtingen, onder meer door onvoldoende voorstrijken, te veel watergebruik en niet vlak werken. LAB21 kon onvoldoende onderbouwen dat Kleinbouw verantwoordelijk was. De bevindingen van leverancier UZIN werden niet geloofd vanwege gebrek aan bewijs en mogelijk commercieel belang.

LAB21 had ook haar waarschuwingsplicht geschonden door niet te onderzoeken of de ondervloer geschikt was, ondanks haar professionele rol en eerdere waarschuwingen. Eisers kregen een schadevergoeding van €11.520,51 toegewezen, inclusief kosten voor herstel, opslag inboedel, verwijderen en plaatsen keuken en verblijf elders.

De vordering van LAB21 tot vrijwaring door Kleinbouw werd afgewezen omdat niet was komen vast te staan dat Kleinbouw onrechtmatig had gehandeld. LAB21 werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eisers en Kleinbouw. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: LAB21 wordt veroordeeld tot betaling van €11.520,51 schadevergoeding aan eisers wegens tekortkoming bij het leggen van de PVC-vloer.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 11568456 \ CV EXPL 25-554 (hoofdzaak) en 11737578 CV \ EXPL 25-1697 (vrijwaring)
Vonnis van 10 februari 2026
in de hoofdzaak van

1.[eiser 1],

te [woonplaats 1],
2.
[eiser 2],
te [woonplaats 2],
eisende partijen,
hierna samen in vrouwelijk enkelvoud te noemen: [eisers],
gemachtigde: mr. R. Neurink,
tegen
LAB21 B.V.,
te Amersfoort,
gedaagde partij,
hierna te noemen: LAB21,
gemachtigde: mr. S. Simoen,
en in de vrijwaring van:
LAB21 B.V.,
te Amersfoort,
eisende partij,
hierna te noemen: LAB21,
gemachtigde: mr. S. Simoen,
tegen
Kleinbouw Twente B.V.,
te Enschede,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Kleinbouw,
gemachtigde: mr. R.S. Levenga en mr. R.J. de Boer.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure in de hoofdzaak blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 19,
- de conclusie van antwoord met productie 20,
- het tussenvonnis van 13 mei 2025,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 20 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Het verloop van de procedure in de vrijwaring blijkt uit:
- de dagvaarding met productie 1 tot en met 3,
- de conclusie van antwoord,
- de akte overlegging producties van 8 januari 2026 van de zijde van LAB21 met producties 4 en 5.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De hoofdzaak en vrijwaring in het kort[eisers] heeft een PVC-vloer bij LAB21 gekocht. Daarbij hebben [eisers] en LAB21 afgesproken dat LAB21 de onderliggende betonvloer egaliseert en primeert en dePVC-vloer legt. Nadat LAB21 de PVC-vloer op de benedenverdieping in de woning van [eisers] had gelegd, is de vloer bobbels gaan vertonen en losgekomen van de ondervloer.

In de hoofdzaak vordert [eisers] dat LAB21 een schadevergoeding aan haar zal betalen voor de schade die zij heeft geleden als gevolg van de gebreken aan de vloer.
LAB21 voert verweer. Zij stelt dat de schade is te wijten aan ondeugdelijke werkzaamheden van Kleinbouw, de aannemer van [eisers]. In de vrijwaring vordert LAB21 dat Kleinbouw wordt veroordeeld in de schadevergoeding die zij mogelijk aan [eisers] moet betalen.
De kantonrechter is van oordeel dat LAB21 is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen tegenover [eisers] en dat LAB21 onvoldoende heeft onderbouwd dat de werkzaamheden van Kleinbouw ondeugdelijk zijn geweest. In de hoofdzaak wordt LAB21 veroordeeld om een schadevergoeding van € 11.520,51 aan [eisers] te betalen. In de vrijwaring wordt de vordering van LAB21 afgewezen.
Hierna wordt deze beslissing van de kantonrechter toegelicht.

3.De feiten in de hoofdzaak en de vrijwaring

3.1.
Op 11 augustus 2023 heeft [eisers] een PVC-vloer bij LAB21 gekocht. Daarbij zijn [eisers] en LAB21 overeengekomen dat LAB21 in de woning van [eisers] op de gehele benedenverdieping de onderliggende betonvloer egaliseert en primeert en de PVC-vloer op de betonvloer legt. [eisers] betaalt hiervoor € 6.430,92 aan LAB21.
3.2.
Op 27 oktober 2023 heeft LAB21 een laag egaline op de betonvloer aangebracht. Enkele dagen later heeft LAB21 een tweede laag egaline op de betonvloer aangebracht. Op 5 november 2023 heeft LAB21 de PVC-vloer gelegd.
3.3.
Enkele dagen na het leggen van de PVC-vloer is de vloer bobbels gaan vertonen en losgekomen van de ondervloer. Daarop heeft LAB21 de egaline verwijdert en vervangen. Daarna zijn wederom bobbels ontstaan en is de vloer wederom losgekomen van de ondervloer.
3.4.
Bij brief van 4 januari 2024 heeft [eisers] LAB21 een laatste kans gegeven om binnen veertien dagen de vloer te herstellen en LAB21 in gebreke gesteld mocht zij niet binnen die termijn tot herstel overgaan.
3.5.
Op verzoek van LAB21 heeft UZIN UTZ (UZIN), de leverancier van onder andere de egaline, op 11 januari 2024 een bezoek gebracht aan de woning van [eisers]. Bij brief van 26 januari 2024 heeft UZIN haar bevindingen aan LAB21 meegedeeld. In deze brief is onder andere vermeld:

Op de begane grond ligt een bestaande zandcement dekvloer welke als gevolg van een aanbouw niet meer geventileerd is en derhalve niet meer blijvend droog.In de ondergrond zijn vooraf sleuven t.b.v. vloerverwarming ingefreesd. Deze sleuven zijn door de aannemer dichtgezet met een gewone zandcementmortel, hetgeen technisch niet mogelijk is. Dit verzandt en verbrandt en heeft onvoldoende sterkte.De stoffeerder heeft de ondergrond 2 -3 x geëgaliseerd met UZIN NC 110.Vooraf en tussendoor is er niet of onvoldoende voorgestreken.Tevens is er met egaliseren te veel water gebruikt.De tempratuur van de vloerverwarming staat veel te hoog ingesteld op 45ºC. Dit is ook vanaf het begin zo geweest en ook tijdens het egaliseren en verlijmen. Maximale temperatuur aan de top van de dekvloer is 28 ºC.Gevolg is een zachte, niet goed hechtende egalisatie en slechte eindhechting van de PVC stroken.Daarnaast is er ook niet vlak en strak geëgaliseerd.(…).
3.6. Bij brief van 5 juni 2024 heeft UZIN, op verzoek van LAB21, haar bevindingen nader toegelicht. In de brief is onder andere vermeld:

Na overleg tussen de bewoners, Lab21 en de jurist is bepaald dat de gehele schuld ligt bij Lab21 en dat zij de vloer opnieuw moeten gaan installeren, geheel op kosten van Lab21.Deze stelling is echter wel heel kort door de bocht.Zeker heeft de stoffeerder van Lab21 de nodigde fouten gemaakt, echter zijn er voordien door de aannemer ook de nodige fouten gemaakt. De aannemer is hierdoor mede verantwoordelijk voor het probleem en oplossing.Daarnaast is het probleem niet opgelost met alleen opnieuw egaliseren en verlijmen van nieuwe PVC stroken.
Zo heeft de aannemer de vloerverwarmingssleuven dichtgezet met de verkeerde materialen en zal men dit vooraf dienen te herstellen door het verwijderen van de cementmortel en vervolgens dichtzetten met de juiste materialen. Anders zullen er hierdoor risico’s blijven op scheurvorming, onthechting en/of inklinking.Daarnaast is de ondergrond als gevolg van de nieuwe aanbouw niet meer blijvend droog. De aannemer zal moeten zorgdragen voor een blijvend droge ondergrond. En anders zal de ondergrond eerst volledig kaal gemaakte moeten worden. Daarna aanbrengen van een vochtscherm of het vocht resistente Uzin MTS opbouw.Ook dient gezorgd te worden dat de watertempratuur van de vloerverwarming niet hoger gezet kan worden dan maximaal 30 ºC.(…).

4.Het geschil

In de hoofdzaak:
4.1.
[eisers] vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht zal verklaren dat LAB21 is tekortgeschoten in de nakoming van haar
verplichtingen voortvloeiende uit de overeenkomst met [eisers];
II. LAB21 zal veroordelen tot betaling van € 10.022,31 als vervangende
schadevergoeding, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met
wettelijke rente vanaf 23 april 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
III. LAB21 zal veroordelen tot betaling van € 1.960,- voor de door [eisers] te maken
kosten van opslag van haar inboedel wanneer de herstelwerkzaamheden worden
uitgevoerd, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 23 april 2024 tot aan de dag der
algehele voldoening;
IV. LAB21 zal veroordelen tot betaling van € 2.420,- voor de door [eisers] te maken
kosten voor het verwijderen en opnieuw plaatsen van de gehele keuken wanneer de
herstelwerkzaamheden worden uitgevoerd, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf
23 april 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
V. LAB21 zal veroordelen tot betaling van € 995,- voor de door [eisers] te maken kosten
voor verblijf elders tijdens de uitvoering van de werkzaamheden, te vermeerderen met
wettelijke rente vanaf 23 april 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
VI. LAB21 zal veroordelen tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten van
€ 928,97;
VII. LAB21 zal veroordelen in de proces- en nakosten.
4.2.
LAB21 voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eisers], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eisers], althans tot beperking en matiging tot een in goede justitie te bepalen bedrag en veroordeling van [eisers] in de proces- en nakosten.
In de vrijwaring:
4.3.
LAB21 vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
Primair:
1. voor recht zal verklaren dat Kleinbouw gehouden is LAB21 volledig te vrijwaren voor
al hetgeen LAB21 in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld te voldoen aan [eisers];
2. Kleinbouw zal veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met wettelijke
rente;
Subsidiair:
3. Kleinbouw zal veroordelen tot betaling aan LAB21 van een naar redelijkheid en
billijkheid vast te stellen evenredig deel van de schade waarvoor LAB21 in de
hoofdzaak in verhouding tot haar aandeel in de gebreken wordt veroordeeld, zulks op te
maken bij Staat en te vereffenen volgens de wet;
En voorts:
4. zal bepalen dat het vonnis in de vrijwaring gelijktijdig met het vonnis in de hoofdzaak
zal worden gewezen.
4.4.
Kleinbouw voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering van LAB21, althans tot verklaring voor recht dat Kleinbouw niet gehouden is LAB21 ter zake te vrijwaren en tot veroordeling van LAB21, althans [eisers] in de kosten van het geding.

5.De beoordeling in de hoofdzaak

Er is sprake van een overeenkomst van aanneming van werk5.1. De kantonrechter stelt voorop dat het geschil tussen [eisers] en LAB21 gaat over een overeenkomst van aanneming van werk in de zin van artikel 7:750 Burgerlijk Pro Wetboek (BW), waarbij [eisers] de opdrachtgever is en LAB21 de aannemer. [eisers] heeft gesteld dat LAB21 is tekortgeschoten in de nakoming haar verplichtingen de vloer te egaliseren, primeren en leggen. Met het egaliseren, primeren en leggen van de vloer is een werk van stoffelijke aard tot stand gebracht als bedoeld in voornoemd wetsartikel.
LAB21 is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst tussen partijen5.2. Tussen partijen is niet in geschil dat de PVC-vloer bobbels vertoont en loskomt van de ondervloer en dat de PVC-vloer daarmee gebrekkig is. De vraag ligt voor welke partij voor de schade die het gevolg is van deze gebreken aansprakelijk is.
5.3.
[eisers] heeft gesteld en LAB21 erkend dat LAB21 bij het egaliseren en primeren de ondervloer niet of onvoldoende heeft voorgestreken, teveel water heeft gebruikt en niet vlak en strak heeft gewerkt. LAB21 heeft bij het egaliseren aldus niet gehandeld zoals van een goed opdrachtnemer mocht worden verwacht. Daarmee staat vast dat LAB21 is tekortgeschoten in de nakoming van dit deel van de overeenkomst. LAB21 heeft echter gesteld dat hierdoor de gebreken aan de PVC-vloer niet zijn ontstaan, althans niet volledig, maar dat de gebreken aan Kleinbouw moeten worden toegerekend.
De gebreken aan de PVC-vloer zijn niet veroorzaakt door Kleinbouw5.4. De kantonrechter is van oordeel dat LAB21 onvoldoende heeft onderbouwd dat de gebreken aan de PVC-vloer het gevolg zijn van werkzaamheden van Kleinbouw aan de ondervloer.
5.5.
LAB21 heeft ter onderbouwing van haar stelling verwezen naar de hiervoor onder 3. vermelde bevindingen van UZIN van 11 januari 2024 en 5 juni 2024. Hierin is vermeld dat Kleinbouw de sleuven van de vloerverwarming heeft dichtgezet met gewone zandcementmortel en dat dit technisch niet mogelijk is. Ook staat daarin dat de vloerverwarming te hoog is ingesteld en dat de ondervloer als gevolg van de aanbouw niet meer blijvend droog is.
5.6.
Wat betreft de afdichting van de sleuven zijn de bevindingen van UZIN niet correct gebleken. Kleinbouw heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat de sleuven zijn dichtgezet met flexibele tegellijm en niet met zandcementmortel zoals UZIN heeft geconcludeerd. Dat flexibele tegellijm is gebruikt, heeft LAB21 vervolgens niet weersproken. Daarbij komt dat niet duidelijk is op welke wijze UZIN tot zijn bevindingen is gekomen. Er zijn geen foto’s of vochtmetingen bij de bevindingen van UZIN gevoegd. Bovendien kan niet worden uitgesloten dat UZIN als leverancier van de egaline zelf een commercieel belang had bij de bevindingen. Aan de bevindingen van UZIN kan om deze redenen geen waarde worden gehecht.
De gebreken aan de PVC-vloer zijn veroorzaakt door LAB215.7. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft LAB21 onvoldoende gemotiveerd weersproken dat de gebreken aan de PVC-vloer door de tekortkoming van LAB21 zijn ontstaan. Zoals hiervoor is overwogen, heeft LAB21 bij het egaliseren en primeren van de ondervloer fouten gemaakt. Dat Kleinbouw een verwijt kan worden gemaakt, staat daarentegen niet vast. LAB21 heeft gewezen op de bevindingen van UZIN. Verder heeft zij niets gedaan om te kunnen staven dat de gebreken aan de PVC-vloer niet door haar zijn veroorzaakt. De persoon die de PVC-vloer voor LAB21 heeft gelegd en de voorinspectie heeft gedaan, is een zelfstandige waarmee LAB21 geen contact meer heeft. LAB21 heeft deze persoon geen vragen over de werkzaamheden gesteld en geen verklaring van hem in het geding gebracht. Niet bekend is welke kennis en ervaring deze persoon heeft. Bij deze stand van zaken had LAB21 niet mogen volstaan met de opmerking dat het op basis van haar ervaring bij haar bekend is dat de gebreken aan de vloer zijn veroorzaakt door Kleinbouw en niet door haarzelf. De kantonrechter komt daarom tot de conclusie dat LAB21 bij het egaliseren van de ondervloer niet heeft gehandeld zoals van een goed opdrachtnemer mocht worden verwacht en de gebreken aan de PVC-vloer hierdoor zijn ontstaan.
LAB21 heeft haar waarschuwingsplicht geschonden5.8. [eisers] heeft gesteld dat op LAB21 de verplichting rustte om eventuele gebreken aan de ondervloer te constateren alvorens over te gaan tot het leggen van de PVC-vloer. LAB21 heeft onvoldoende aan deze verplichting voldaan, waardoor zij is tekortgeschoten in haar waarschuwingsplicht. Indien Kleinbouw een verwijt treft, komt dit om die reden voor rekening en risico van LAB21, aldus [eisers].
5.9.
LAB21 heeft dit betwist. Zij heeft aangevoerd dat zij als stoffeerder geen onderzoeksplicht heeft naar gebreken die enkel met specialistische kennis of apparatuur zichtbaar kunnen worden. Daarbij heeft LAB21 een beroep gedaan op artikel 16 algemene Pro voorwaarden op basis waarvan zij niet aansprakelijk is voor schade door oorzaken die hij niet kende of behoorde te kennen.
5.10.
De kantonrechter oordeelt hierover als volgt.
Op grond van artikel 7:754 BW Pro is de aannemer bij het uitvoeren van de overeenkomst verplicht de opdrachtgever te waarschuwen voor onjuistheden in de opdracht voor zover zij deze kende of redelijkerwijs behoorde te kennen.
In artikel 7:760 lid 2 BW Pro is bepaald dat de gevolgen van een ondeugdelijke uitvoering van het werk, die te wijten is aan gebreken of ongeschiktheid van zaken afkomstig van de opdrachtgever, voor rekening komen van de opdrachtgever, voor zover de aannemer niet zijn waarschuwingsplicht heeft geschonden.
5.11.
De kantonrechter is van oordeel dat als de ondervloer gebrekkig zou zijn geweest, zoals LAB2 stelt, LAB21 [eisers] in dat geval had moeten waarschuwen.
5.12.
LAB21 is een professionele partij die zich in de uitoefening van haar bedrijf bezig houdt met het leggen van PVC-vloeren. [eisers] mocht als consument erop vertrouwen dat LAB21 alvorens de vloer te leggen zou onderzoeken of de ondervloer daarvoor geschikt is. Niet gebleken is dat LAB21 dat heeft gedaan. Dit temeer, omdat LAB21 ook zelf op haar website schrijft dat voorbereiding key is en de legger bij de voorinspectie de basisvloer inspecteert om een goed eindresultaat te kunnen garanderen. LAB21 had voor het leggen van de vloer bij Kleinbouw navraag moeten doen naar de ondervloer. LAB heeft ook dat echter nagelaten. LAB21 wist dit ook, althans behoorde dit te weten. In een eerdere zaak van Rechtbank Rotterdam is LAB21 hier ook al op gewezen. Overwogen is:

(…) Daarmee miskent LAB21 dat zij dan wel haar onderaannemer [bedrijf 4] als professionele stoffeerder een eigen verantwoordelijkheid heeft en in dat kader op z’n minst navraag dient te (laten) doen naar de dekvloer, bijvoorbeeld bij de bouwer [bedrijf 1]. (…).” (rechtbank Rotterdam 21 mei 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:4428 onder 4.4).
Nu LAB21 desondanks geen navraag bij Kleinbouw heeft gedaan, heeft zij haar waarschuwingsplicht geschonden en kan zij geen geslaagd beroep doen op artikel
16 algemene voorwaarden.
LAB21 moet een schadevergoeding aan [eisers] betalen5.13. Omdat LAB21 tegenover [eisers] niet heeft gehandeld zoals van een goed opdrachtnemer mocht worden verwacht, komen de gevolgen daarvan voor rekening van LAB21. LAB21 is in verzuim geraakt. [eisers] heeft LAB21 een redelijke termijn voor herstel geboden. Binnen deze termijn is LAB21 haar verplichtingen niet alsnog nagekomen. Omdat Kleinbouw geen verwijt kan worden gemaakt, had LAB21 haar bereidheid tot nakoming niet afhankelijk mogen maken van herstelwerkzaamheden door Kleinbouw. Na het intreden van het verzuim heeft [eisers] bij brief van 15 januari 2025 haar recht op nakoming omgezet in een recht op vervangende schadevergoeding. LAB21 moet daarom een schadevergoeding aan [eisers] betalen.
De omvang van de schadevergoeding is € 11.520,515.14. [eisers] heeft aanspraak gemaakt op een schadevergoeding van:
- € 10.022,31 voor herstelwerkzaamheden aan de vloer;
- € 1.960,- voor de opslag van haar inboedel;
- € 2.420,- voor het verwijderen en opnieuw plaatsen van de keuken;
- € 995,- voor een alternatieve verblijfplaats tijdens de herstelwerkzaamheden.
LAB21 heeft betwist dat [eisers] recht heeft op deze bedragen.
5.15.
In artikel 6:97 BW Pro is bepaald dat de rechter de schade begroot op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is. Kan de omvang van de schade niet nauwkeurig worden vastgesteld, dan wordt zij geschat. Uitgangspunt voor berekening van de omvang van de verplichting tot schadevergoeding is dat de benadeelde zoveel mogelijk in de toestand moet worden gebracht waarin hij zou hebben verkeerd indien de schadeveroorzakende gebeurtenis zou zijn uitgebleven (Hoge Raad 26 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0539).
De schadepost: herstelwerkzaamheden aan de vloer5.16. [eisers] heeft ter onderbouwing van de herstelwerkzaamheden aan de vloer offertes van 12 november 2024 van [naam] en 29 november 2024 van Warme Voetjes in het geding gebracht. LAB21 heeft ter betwisting aangevoerd dat werkzaamheden op de offertes buiten de opdracht van LAB21 vallen en gewezen op oppervlakteverschillen in de offertes ten opzichte van de opdracht van LAB21.
5.17.
De kantonrechter is van oordeel dat [eisers] bij LAB21 geen aanspraak kan maken op vergoeding van de in de offertes genoemde posten ‘
Sleuven dichten (incl. materiaal)’ van € 907,50 en ‘
Vloerverwarmingsinstallatie zoals beschreven’ van € 1.500,-, omdat niet gebleken is dat de ondervloer en de vloerverwarming gebrekkig zijn. Ook de post ‘
Verwijderen egaline, tegellijm en vloerverwarming’ van € 726,- is niet toewijsbaar, aangezien zonder nadere toelichting – die ontbreekt – het grootste deel van deze post voor de door Kleinbouw aangelegde vloerverwarming lijkt te zijn en de vloerverwarming niet gebrekkig is.
5.18.
Voor het overige is de gevorderde schade voor herstel aan de vloer toewijsbaar, met dien verstande dat moet worden uitgegaan van een oppervlakte van 65 m². De opdracht van [eisers] aan LAB21 had betrekking op die oppervlakte. [eisers] heeft niet, althans onvoldoende onderbouwd dat thans van grotere oppervlakte moet worden uitgegaan.
Omgerekend naar 65 m² heeft [eisers] recht op in totaal € 6.145,51 te weten:
- € 983,45 Egaliseren incl. materiaal (65 m² x € 15,13);
- € 943,80 Pvc visgraat leggen (65 m² x € 14,52);
- € 2.275,00 Pvc vloer Sensation (65 m² x € 35,-);
- € 769,56 Plinten plaatsten incl plint;
- € 302,50 Huur van pvc stripper;
- € 629,20 Slopen pvc vloer en plinten (65 m² x € 9,68);
- € 242,00 Stort kosten
De overige schadeposten5.19. De overige schadeposten voor opslag inboedel van 1.960,-, verwijderen en plaatsen keuken van € 2.420,- en alternatief verblijf van € 995,- komen eveneens voor vergoeding in aanmerking. [eisers] heeft deze posten met offertes onderbouwd. Anders dan LAB21 heeft gesteld, zijn deze posten aan LAB21 toe te rekenen. Indien LAB21 aan taak als goed opdrachtnemer zou hebben uitgevoerd, dan zou deze schade voorkomen zijn.
De conclusie, nevenvordering en proceskosten5.20. De conclusie van het voorgaande is dat LAB21 een schadevergoeding van
€ 11.520,51 (€ 6.145,51 + € 1.960,- + € 2.420,- + € 995,-) aan [eisers] moet betalen. De gevorderde rente over deze hoofdsom kan slechts worden toegewezen met ingang van
19 februari 2025, de datum van dagvaarding. Er is namelijk niet toegelicht waarom de rente met ingang van de aansprakelijkstelling verschuldigd is.
5.21. Er zijn namens [eisers] incassohandelingen verricht. Op grond van artikel 6:96 BW Pro in combinatie met het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten heeft [eisers] voor het verrichten van deze handelingen recht op € 890,21 aan buitengerechtelijke incassokosten.
5.22.
LAB21 B.V. is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisers] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
148,04
- griffierecht
257,00
- salaris gemachtigde
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.413,04
5.23.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat de beslissing van de kantonrechter moet worden gevolgd, ook als een van de partijen daartegen in hoger beroep gaat. De beslissing geldt in dat geval totdat in hoger beroep een beslissing is genomen.

6.De beoordeling in de vrijwaring

6.1.
LAB21 heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat Kleinbouw onrechtmatig heeft gehandeld doordat de door Kleinbouw uitgevoerde werkzaamheden aan de ondervloer in de woning van [eisers] gebrekkig zijn. Kleinbouw heeft dit betwist.
6.2.
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat Kleinbouw onrechtmatig jegens LAB21 heeft gehandeld. Dat de ondervloer gebrekkig zou zijn, is niet vast komen te staan. Kleinbouw heeft dit gemotiveerd weersproken en LAB21 heeft dit onvoldoende onderbouwd. De gebreken in de PVC-vloer kunnen aldus niet aan Kleinbouw worden toegerekend. Zoals hiervoor is overwogen, is niet gebleken dat de werkzaamheden van Kleinbouw aan de ondervloer gebrekkig zijn geweest.
6.3.
De conclusie is dat de vordering van LAB21 niet toewijsbaar is.
6.4.
Aan bewijslevering wordt niet toegekomen, omdat geen feiten of omstandigheden zijn gesteld – die indien bewezen – tot een andere uitkomst van deze procedure zouden leiden.
6.5.
LAB21 is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van Kleinbouw betalen. De proceskosten van Kleinbouw worden begroot op:
- salaris advocaat € 864,00 (2 punten × € 432,00 )
- nakosten €
144,00(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.008,00

7.De beslissing

De kantonrechter
in de hoofdzaak:
7.1.
veroordeelt LAB21 tot betaling aan [eisers] van een schadevergoeding van € 11.520,51, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 19 februari 2025, de datum van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
7.2.
veroordeelt LAB21 om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 890,21 aan buitengerechtelijke incassokosten,
7.3.
veroordeelt LAB21 in de proceskosten aan de zijde van [eisers] van € 1.413,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als LAB21 niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
7.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
7.5.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in de vrijwaring:
7.6.
wijst de vorderingen van LAB21 af,
7.7.
veroordeelt LAB21 in de proceskosten aan de zijde van Kleinbouw van € 1.008,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als LAB21 niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Mul, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken door mr. J.M. Marsman op 10 februari 2026.