ECLI:NL:RBOVE:2026:693

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
13 februari 2026
Zaaknummer
ak_25_2448
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.3.5 Wmo 2015Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 5 verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Haaksbergen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing maatwerkvoorziening scootmobiel op grond van Wmo 2015 bevestigd

Eiseres, met diverse chronische medische aandoeningen, vroeg om een persoonsgebonden budget (pgb) voor een aangepaste scootmobiel (Nipponia Pride driewieler) omdat haar huidige scootmobiel klachten veroorzaakt. Het college wees dit af op basis van een medisch advies dat een aanpassing met een zitje of kussen, als algemeen gebruikelijke voorziening, voldoende zou zijn.

Eiseres stelde dat deze algemene voorziening ontoereikend is en overhandigde verklaringen van haar neuroloog en fysiotherapeut. De rechtbank oordeelde echter dat het college het advies van JPH-consult zorgvuldig heeft ingewonnen en dat eiseres geen tegenbewijs heeft geleverd dat het advies weerspreekt.

De rechtbank concludeerde dat de aanpassing van de huidige scootmobiel met een kussen of zitje een passende compensatie biedt voor haar beperkingen en dat de door eiseres gewenste scootmobiel niet medisch noodzakelijk is. Ook het argument over de reisafstand van 150 km werd niet onderbouwd.

Het beroep is daarom ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand, en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een pgb voor een aangepaste scootmobiel wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Almelo
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/2448

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde 1]),
en

het college van burgemeester en wethouders van Haaksbergen, het college

(gemachtigden: [gemachtigde 2] & mw. [gemachtigde 3]).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 [1] . Eiseres is het niet eens met de afwijzing. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de vervoersvoorziening heeft kunnen afwijzen omdat een aanpassing van de huidige scootmobiel met een algemeen gebruikelijke voorziening volstaat. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 14 januari 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 30 juli 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2
De rechtbank heeft het beroep op 18 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van het college. Zonder voorafgaande kennisgeving zijn eiseres en haar gemachtigde niet ter zitting verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

De totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres is bekend met chronische meervoudige problematiek van het bewegingsapparaat, weefselzwelling, een erfelijke bloedafwijking, bloedstolling in de benen, een metabole stoornis en een lokale zenuwbeknelling in het bewegingsapparaat.
3.1
Het college heeft in 2019 vanuit de Wmo 2015 een scootmobiel toegekend om te voorzien in de vervoersbehoefte van eiseres.
3.2
Eiseres heeft zich op 17 oktober 2024 opnieuw gemeld voor een vervoersvoorziening. Bij het gebruik van haar huidige standaard-scootmobiel ervaart eiseres een verkeerde druk op haar bovenbeen en eiseres vreest voor luie rugspieren. Een aanpassing van haar huidige scootmobiel is niet mogelijk. Eiseres verzoekt om een pgb [2] voor de aanschaf van een passende scootmobiel. Haar voorkeur gaat uit naar het model de Nipponia Pride driewieler scootmobiel.
3.3
Het college heeft naar aanleiding van de melding om een medisch advies gevraagd bij JPH-consult. In de adviesrapportage van JPH Consult van 3 december 2024 wordt geconcludeerd dat het niet medisch noodzakelijk is dat eiseres een houding aanneemt waarbij haar knieën lager liggen dan haar heupen en haar billen hoger liggen dan haar heupen. De scootmobiel die eiseres wenst heeft ten opzichte van haar huidige scootmobiel geen rugleuning en een hogere zitting. De medisch adviseur acht het onjuist dat een scootmobiel zonder rugleuning goed zou zijn voor de rughouding. Een rugleuning ondersteunt juist de rug. Het spreiden van de benen is bij elke scootmobiel mogelijk. De hogere zitting, waardoor de lagere hoek van de kniegewrichten wordt bewerkstelligd, zou ook kunnen worden bereikt met gebruik van een zitje. De medisch adviseur concludeert dat een aanpassing van de huidige scootmobiel met gebruik van een zitje medisch adequaat is voor eiseres.
3.4
Eiseres heeft op 12 december 2024 een aanvraag ingediend om een pgb voor de Nipponia Pride driewieler scootmobiel op grond van de Wmo 2015.
Het standpunt van het college
4. Het college heeft eiseres niet in aanmerking gebracht voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb voor een ander model scootmobiel. Hiervoor baseert het college zich op het advies van de arts van JPH-consult van 3 december 2024. Volgens de medisch adviseur kan het huidige probleem worden opgelost met een zitje of een kussen op de huidige scootmobiel. Een kussen is een algemeen gebruikelijke voorziening die eiseres zelf dient aan te schaffen. Het gaat namelijk om een algemeen verkrijgbaar product dat door iedereen kan worden gebruikt. Zitjes en kussens zijn breed verkrijgbaar via reguliere kanalen. Uit het medisch advies volgt dat een geschikt zitje een passende bijdrage levert aan een betere zithouding. Een kussen of zitje valt binnen de financiële draagkracht van iemand met een minimuminkomen.
Het standpunt van eiseres
5. Eiseres voert aan dat de voorgestelde algemene voorziening ontoereikend is. Eiseres heeft in bezwaar reeds verklaringen van haar neuroloog en fysiotherapeut overgelegd waaruit blijkt dat de zitting van de huidige scootmobiel haar klachten kan verergeren. Een aanpassing van de zitpositie met een kussen of kruk is ontoereikend. Eiseres heeft een eigen verklaring ingebracht van 14 oktober 2025 waaruit volgt dat zij last heeft van het stigma dat heerst op fysieke beperkingen. De Niponia Pride heeft een reisafstand van 150 km en biedt verlichting voor de klachten aan haar been.
De ontvankelijkheid van het beroep
6. Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken. [3] Deze termijn begint op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt (artikel 6:8, eerste lid, van de Awb). [4] Dat is in het geval van eiseres de dag na de dag waarop het besluit is toegezonden. Een beroepschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. [5] Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
6.1
Het college heeft het bestreden besluit bekend gemaakt op 30 juli 2025 door toezending per post aan eiseres, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift aanvangt op 31 juli 2025 en eindigt op 10 september 2025.
6.2
Voor de beoordeling van de tijdigheid van het beroepschrift moet de rechtbank uitgaan van de datum waarop het beroepschrift van eiseres is ontvangen. Op de enveloppe staat geen leesbaar poststempel. In dat geval wordt het beroepschrift volgens vaste rechtspraak [6] van de Afdeling geacht tijdig op de post te zijn gedaan als die de eerste of tweede werkdag na de termijn is ontvangen. Uit de registratiedatum op het beroepschrift volgt dat het beroepschrift op 12 september 2025 is ontvangen. Het beroepschrift is twee werkdagen na het einde van de termijn ontvangen en is daarmee tijdig. Het beroep is ontvankelijk.
De afwijzing van de Wmo voorziening
7. Volgens vaste rechtspraak [7] moet het college eerst vaststellen wat de hulpvraag is (stap 1). Vervolgens moet het college vaststellen welke problemen iemand ondervindt bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving (stap 2). Verder moet het college bepalen welke ondersteuning naar aard en omvang voor iemand nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid of participatie, dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving (stap 3). Het college moet ook onderzoeken in hoeverre de eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg, ondersteuning door andere personen uit het sociale netwerk en voorliggende (algemene) voorzieningen de nodige hulp en ondersteuning kunnen bieden (stap 4). Vervolgens moet beoordeeld worden of er nog een ondersteuningsvraag overblijf die gecompenseerd moet worden (stap 5).
Alleen voor zover die mogelijkheden ontoereikend zijn moet het college een maatwerkvoorziening verlenen. Als voor het onderzoek naar de nodige ondersteuning specifieke deskundigheid is vereist, moet het college zo’n onderzoek laten uitvoeren.
7.1
De rechtbank stelt vast dat eiseres bekend is met beperkingen die ertoe leiden dat zij in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die zij ondervindt. [8] Het college heeft haar daarom in 2019 een scootmobiel toegekend. Tussen partijen is ook niet in geschil dat die scootmobiel zonder aanpassing vanwege de medische problemen aan het bovenbeen van eiseres niet geschikt is. Partijen zijn verdeeld over de vraag of het college een pgb voor een aangepaste scootmobiel moet toekennen of dat een aanpassing aan de huidige scootmobiel in de vorm van een algemeen gebruikelijke voorziening toereikend is.
7.2
De rechtbank is van oordeel dat het college, rekening houdend met de resultaten van het onderzoek van JPH-consult, deugdelijk heeft gemotiveerd dat een aanpassing van de huidige scootmobiel met een kussen of zitje voldoende compensatie biedt. Het college heeft zich kunnen baseren op het adviesrapport van JPH-consult van 5 december 2024, omdat dit op een zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. De medisch adviseur heeft de medische situatie van eiseres in kaart gebracht en er heeft een video-consult plaatsgevonden op 6 november 2024. Eiseres heeft geen contra-expertise of medische stukken overgelegd die het adviesrapport weerspreken. Ten aanzien van de informatie van de Schmitz, fysiotherapeut, van 4 februari 2025 en Portier, neuroloog, van 25 oktober 2024 heeft het college terecht gesteld dat hieruit niet volgt dat de gevraagde scootmobiel noodzakelijk is. Zo schrijft de neuroloog dat een verkeerde houding met druk op de zenuw door bijvoorbeeld een verkeerde zitting zoveel mogelijk moet worden vermeden om meer schade te voorkomen.
Daaruit kan niet worden geconcludeerd dat een aanpassing van de huidige scootmobiel niet geschikt zou zijn. De beroepsgrond slaagt niet.
7.3.1
Volgens art. 2.3.5. van de Wmo 2015, moet de maatwerkvoorziening compensatie bieden voor de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die eiseres ondervindt en is het aanvullend op wat zij naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met een algemeen gebruikelijke voorziening, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit het sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen.
Volgens artikel 5, tweede lid, onder a en onder 6, van de verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Haaksbergen komt een inwoner in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie voor zover de inwoner deze beperkingen naar het oordeel van het college niet met algemene voorzieningen naar verminderen of wegnemen.
7.3.2
De rechtbank is van oordeel dat eiseres niet heeft onderbouwd dat de aanpassing van haar huidige scootmobiel met een kussen of zitje geen algemeen gebruikelijke voorziening is die de beperkingen in haar bovenbeen verminderd of wegneemt. De beroepsgrond slaagt niet.
7.4
Eiseres heeft verder nog opgemerkt dat de Nipponia Pride driewieler scootmobiel een reisafstand heeft van 150 km. Voor zover eiseres daarmee wil betogen dat zij een vervoersvoorziening nodig heeft met die eigenschap volgt de rechtbank haar daarin niet. Eiseres heeft dit eerst in beroep opgemerkt en verder niet concreet gemaakt of onderbouwd dat, om zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren, noodzakelijkerwijze een scootmobiel is vereist met een reisafstand van 150 km en dat haar huidige scootmobiel daartoe niet toereikend is. De beroepsgrond slaagt niet.
8. De rechtbank concludeert dat eiseres met de toegekende voorziening in staat kan worden geacht om in haar vervoersbehoefte te voorzien.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
10. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.W.H. Oude Aarninkhof, rechter, in aanwezigheid van mr. C.L.M. Celie, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
2.Persoonsgebonden budget.
3.Artikel 6:7 van Pro de Awb.
4.Artikel 6:8, eerste lid, van de Awb.
5.Artikel 6:9, eerste lid, van de Awb.
6.Afdeling bestuursrecht van de Raad van State (de Afdeling), 17 augustus 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR5196.
7.De uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 21 maart 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:819 en van 27 februari 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:343.
8.Zoals bedoeld in artikel 2.3.5, derde lid, van de Wmo 2015.