6.3De gronden voor een straf of maatregel
De aard en ernst van de feiten en relevante omstandigheden
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
De aard en ernst van het feit
Verdachte heeft zich gedurende een periode van vijf jaren schuldig gemaakt aan het stelselmatig seksueel misbruiken van zijn oudste dochter, [slachtoffer] . Dit is begonnen toen zij elf jaar oud was en heeft geduurd totdat zij zestien jaar was. Het stopte pas nadat [slachtoffer] haar vriend over het misbruik had verteld en haar oma vervolgens de politie heeft gebeld en verdachte werd aangehouden.
Het misbruik heeft plaatsgevonden in de woning van het gezin, waaronder de slaapkamer van [slachtoffer] . Dat is bij uitstek een plek waar zij veilig zou moeten zijn.
[slachtoffer] is die veiligheid gedurende lange tijd niet geboden, Hoewel verdachte wist dat zij in het verleden door anderen seksueel is misbruikt en dat zij daardoor extra kwetsbaar was, heeft hij haar ook seksueel misbruikt.
Een melding van Veilig Thuis op 26 oktober 2022 heeft hem er niet van weerhouden haar te blijven misbruiken. Hij heeft toen het misbruik stellig ontkend en er niet voor gekozen om hulp te zoeken. Hierdoor heeft hij [slachtoffer] veel extra leed toegebracht.
Verdachte heeft op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van [slachtoffer] . Haar is de kans op een normale seksuele ontwikkeling ontnomen.
Uit de slachtofferverklaring, die namens [slachtoffer] op de zitting is voorgelezen, is op indringende wijze naar voren gekomen dat het misbruik zelf en de gebeurtenissen hier omheen grote impact op haar hebben. Zij is nog vaak boos en verdrietig. Zij kampt met slaapproblemen waarvoor zij slaapmedicatie krijgt en zij heeft een verhoogd risico op trauma. Het is niet ondenkbaar dat zij hier de rest van haar leven last van blijft houden.
Het hoeft geen betoog dat dit soort feiten in de samenleving gevoelens van afschuw en verontwaardiging oproepen.
De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 1 december 2025. Hieruit blijkt dat verdachte in het verleden vele malen is veroordeeld ter zake van vermogensmisdrijven en dat hem in 2005 de PIJ-maatregel is opgelegd. Verdachte is niet eerder veroordeeld voor een zedenmisdrijf.
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het door M. Krops MSc, gezondheidszorgpsycholoog, op 3 oktober 2025 uitgebrachte pro Justitia rapport, en het door drs. A. Banaei Kashani, psychiater op 10 oktober 2025 uitgebrachte pro Justitia rapport.
Krops heeft geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van een persoonlijkheidsstoornis met antisociale, borderline en narcistische kenmerken, een ernstige stoornis in het gebruik van 3MMC en licht verstandelijk beperkte verbale vaardigheden.
Banaei Kashani heeft geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis, andere gespecificeerde parafiele stoornis en een stoornis in het gebruik van stimulantium, ernstig.
Deze stoornissen waren ook aanwezig ten tijde van de ten laste gelegde feiten.
Krops adviseert verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen en schat het recidiverisico in als matig-hoog indien verdachte zonder behandeling en/of professioneel toezicht zal terugkeren naar de leefomgeving als voorheen.
Krops adviseert de oplegging van TBS met voorwaarden, waarbij de behandeling van verdachte aanvankelijk via een klinische opname in de forensische zorg vormgegeven moet worden.
Op geleide van positieve ontwikkelingen kan dan worden toegewerkt naar ambulante voortzetting van zijn behandeling met blijvende begeleiding, waarnaast een stevig justitieel kader met langdurig reclasseringstoezicht dient te komen om de recidivekansen blijvend te verlagen. Verder adviseert Krops de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen.
Banaei Kashani adviseert verdachte als licht verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.
Ook Banaei Kashani schat het recidiverisico in als matig-hoog als verdachte niet wordt behandeld.
Banaei Kashani adviseert ook de oplegging van TBS met voorwaarden, waarbij een klinische start in een kliniek zoals een FPA of FPK als één van de voorwaarden wordt geadviseerd om een intensieve en stevige start van de behandeling te waarborgen. Er dient getracht te worden om abstinentie van middelen te behouden en middels psycho-educatie dient toegewerkt te worden naar de ontwikkeling van zijn ziekte-inzicht, zowel wat betreft middelengebruik als zijn persoonlijkheid en seksuele problematiek. Verdachte dient adequate coping aan te leren. Het is belangrijk om verdachte te blijven motiveren voor het geven van openheid over zijn seksualiteit. Door de complexiteit van de problematiek en het recidiverende karakter van zijn seksueel grensoverschrijdende gedrag is een stevig risicomanagement noodzakelijk. Verdachte heeft de neiging om zorg en bemoeienis af te houden. Daarom is het noodzakelijk om de behandeling langdurig te laten plaatsvinden, alle aspecten van de problematiek van verdachte te behandelen en het contact met zijn kinderen te blijven monitoren.
Ook Banaei Kashani adviseert om daarnaast de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen, zodat in de toekomst, ook na het beëindigen van de TBS, monitoring en begeleiding van verdachte mogelijk blijft.
De rechtbank heeft tot slot acht geslagen op een door de reclasseringswerker [reclasseringswerker] opgemaakt maatregelrapport van 13 januari 2026 waarin de reclassering adviseert om aan verdachte TBS met voorwaarden op te leggen. De reclassering acht het van belang dat verdachte voor zijn parafiele stoornis, zijn persoonlijkheidsproblematiek en voor zijn forse verslavingsproblematiek wordt behandeld om het recidiverisico te verlagen. De reclassering adviseert de voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren en daarnaast de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen. Het recidiverisico wordt door de reclassering ingeschat als hoog.
Toerekenbaarheid en op te leggen gevangenisstraf
Voor wat betreft de mate van toerekeningsvatbaarheid van verdachte heeft de rechtbank gekeken naar de verschillende visies van de deskundigen hierover. De rechtbank neemt de conclusies op de in de rapportages daarvoor uiteengezette gronden over en acht verdachte ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten verminderd toerekeningsvatbaar.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte ter zake van de bewezenverklaarde feiten zonder meer een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur moet worden opgelegd.
De aard en ernst van de bewezen en strafbaar verklaarde feiten zouden door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend worden.
De rechtbank ziet gelet op de grotendeels bekennende verklaring van verdachte, zijn medewerking aan de persoonlijkheidsonderzoeken, zijn tegenover [slachtoffer] uitgesproken verantwoordelijkheid, schuld en spijt en bereidheid tot betalen van schadevergoeding, de omstandigheid dat de feiten verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend en de hierna te bespreken TBS-maatregel, aanleiding om verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren op te leggen.
De oplegging van de TBS-maatregel met voorwaarden
De rechtbank stelt vast dat is voldaan aan de wettelijke vereisten voor het opleggen van de TBS-maatregel.
De rechtbank beschikt over een advies van deskundigen van verschillende disciplines, waaronder een psychiater, die verdachte hebben onderzocht. De door verdachte begane feiten betreffen misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Met inachtneming van de conclusies en de advies van de deskundigen stelt de rechtbank vast dat bij verdachte tijdens het begaan van de bewezen verklaarde feiten een ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond. Ook is duidelijk beschreven in de rapporten dat er sprake is van recidivegevaar, en stelt de rechtbank vast dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen, de oplegging van de maatregel eist.
Het verweer dat niet is voldaan aan het gevaarscriterium omdat het recidivegevaar slechts binnen de (eigen) gezinssituatie aanwezig is en dat dit door het opgestelde veiligheidsplan voldoende is ondervangen, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Het veiligheidsplan biedt enige bescherming op het moment dat dit geldt en wordt nagekomen, maar biedt onvoldoende waarborgen voor de toekomst. De rechtbank neemt verder in aanmerking dat het recidiverisico door de reclassering wordt ingeschat als hoog.
De rechtbank zal gelasten dat verdachte ter beschikking wordt gesteld.
Gezien de inhoud van de rapporten zoals hiervoor omschreven ziet de rechtbank aanleiding om de maatregel op te leggen met de voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd en zoals deze hierna (in het dictum) zijn opgenomen.
Ongemaximeerde TBS maatregel
De rechtbank overweegt dat de maatregel van terbeschikkingstelling wordt opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte seksueel is binnengedrongen bij zijn minderjarige dochter. Hiermee heeft hij de fysieke integriteit van zijn slachtoffer geschonden. Dit heeft onmiskenbaar geleid tot een schending van de onaantastbaarheid van het lichaam van dit slachtoffer. De maatregel kan daarom langer duren dan vier jaar.
Dadelijke uitvoerbaarheid
Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte – zonder behandeling – wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meerdere personen. De rechtbank zal daarom bevelen dat de TBS-maatregel met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.
Schorsing van de voorlopige hechtenis
In zijn arrest van 26 november 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1729, r.o. 6.5.) heeft de Hoge Raad uiteengezet dat er geen mogelijkheid bestaat om een nog niet onherroepelijk geworden dadelijk uitvoerbare TBS-maatregel met voorwaarden ‘om te zetten’ in een TBS-maatregel met verpleging van overheidswege. De rechtbank zal met het oog daarop bevelen dat de voorlopige hechtenis wordt geschorst met ingang van het tijdstip waarop de verdachte voor zijn klinische behandeling binnen een zorginstelling of een soortgelijke instelling dan wel in een soortgelijke instelling ter overbrugging zal worden opgenomen. Zou de verdachte de in dat kader te stellen voorwaarden niet naleven terwijl dit vonnis nog niet onherroepelijk is, dan bestaat de mogelijkheid om de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis te bevelen. Op die manier wordt de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen gewaarborgd. Aan de schorsing zal de rechtbank dezelfde voorwaarden verbinden als te stellen in het kader van de TBS-maatregel.
Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM)
De rechtbank leidt uit de stukken over de persoon van de verdachte af dat de verdachte langdurig behandeling nodig heeft. Mede gelet op de inschatting van de deskundigen en de reclassering is de rechtbank van oordeel dat het creëren van een mogelijkheid om de verdachte, ook na beëindiging van de TBS-maatregel, langdurig onder toezicht te stellen noodzakelijk is om recidive te voorkomen. De rechtbank constateert dat de oplegging van deze maatregel in het belang van de bescherming van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen is en dat daarmee aan de wettelijke voorwaarden voor oplegging van een GVM is voldaan. De rechtbank zal daarom, overeenkomstig het advies van de reclassering, aan de verdachte een GVM als bedoeld in artikel 38z Sr opleggen.