Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2026:537

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
ak_25_1538
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 45 PWArt. 120 Grondwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens online gokken

Eisers ontvingen sinds 2013 een bijstandsuitkering en werden in 2024 geconfronteerd met een herziening van hun uitkering vanwege online gokactiviteiten. Het college stelde vast dat eisers winsten uit gokken niet hadden opgegeven, wat leidde tot een terugvordering van € 2.625,75 over diverse maanden in 2024. Het college hanteerde een werkinstructie waarbij bij een eerste constatering van gokken ook rekening werd gehouden met de inleg, wat gunstiger was dan de geldende rechtspraak.

Eisers voerden aan dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat de berekening per maand onevenredig was, stellende dat de winsten over de gehele periode verrekend met de inleg een redelijke uitkomst zou geven. Ook betwistten zij het ontbreken van een apart herzienings- of intrekkingsbesluit voorafgaand aan de terugvordering.

De rechtbank oordeelde dat eisers de inlichtingenplicht hadden geschonden en dat het college terecht tot terugvordering was overgegaan. De berekening per maand is gebaseerd op artikel 45 van Pro de Participatiewet, en de rechtbank zag geen bijzondere omstandigheden om hiervan af te wijken. De werkinstructie van het college was gunstiger dan de rechtspraak, en het beroep werd ongegrond verklaard. Eisers kregen geen proceskostenvergoeding terug.

Uitkomst: Het beroep tegen de herziening en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens online gokken wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Almelo
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/1538

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser, en [eiseres] , eiseres,

tezamen eisers,
gemachtigde: mr. L. de Widt,
en

het college van burgemeester en wethouders van Hengelo.

Samenvatting

1.1.
Deze uitspraak gaat over de herziening en terugvordering van bijstandsuitkering vanwege online gokken. Eisers zijn het hiermee niet eens. Aan de hand van hun argumenten (de beroepsgronden) beoordeelt de rechtbank het beroep.
1.2.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2.1.
Met een besluit van 17 december 2024 heeft het college over het jaar 2024 eisers winsten uit online gokken aangemerkt als inkomsten en verrekend met de uitkering in de maanden waarin eiser deze inkomsten had. Eisers moeten een bedrag van € 2.625,75 te veel ontvangen uitkering terugbetalen, door middel van een maandelijkse verrekening van
€ 93,46.
Met het bestreden besluit van 1 mei 2025 op het bezwaar van eisers is het college bij dat besluit gebleven.
2.2.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 8 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en zijn gemachtigde en namens het college [naam 1] en
[naam 2].

Beoordeling door de rechtbank

Feiten
3.1.
Eisers wonen met hun dertienjarige dochter te [woonplaats] . Zij ontvangen vanaf 2013 een bijstandsuitkering naar de norm voor gehuwden.
3.2.
In december 2024 heeft het college een rechtmatigheidsonderzoek uitgevoerd. In het gesprek met eiser is aan de orde gekomen dat hij online heeft gegokt, wat ook blijkt uit de meegebrachte bankafschriften. Eiser heeft de gokaccounts inmiddels gedeactiveerd, maar nog wel foto’s gemaakt van diverse transacties. In het kader van het onderzoek heeft het college eisers bankafschriften opgevraagd over de periode 1 januari 2024 tot en met
30 november 2024.
Het standpunt van het college
3.3.
Volgens het college is uit het onderzoek gebleken dat eiser alleen speelde via de websites Unibet en Betcity en dat hij alles wat hij inlegde en won via de bij het college bekende bankrekening liet lopen. De bankafschriften leveren daarom in combinatie met de foto’s die eiser heeft gemaakt een sluitende administratie op van zijn gokactiviteiten. Eiser heeft erkend dat hij de inkomsten had moeten opgeven, hij is vervolgens volledig gestopt met gokken en heeft opening van zaken gegeven.
Bij het bepalen van de op de uitkering te korten inkomsten heeft het college de werkinstructie gehanteerd die geldt bij online gokken. In afwijking van de geldende rechtspraak wordt bij een eerste constatering dat wordt gegokt eenmalig ook rekening gehouden met de inleg. Bij een tweede constatering wordt het inkomen bepaald op de opbrengst zelf, ongeacht de inleg. Verliezen uit voorgaande maanden worden nooit gecompenseerd door die verliezen te verrekenen met winsten in de daaropvolgende maanden.
3.4.
Bij het rechtmatigheidsonderzoek in 2024 is voor de eerste keer geconstateerd dat is gegokt. Omdat daarnaast sprake is van een sluitende administratie is de begunstigende regeling uit de werkinstructie toegepast. Het college merkt het hele jaar 2024 aan als vallend onder de ‘eerste constatering’. De winsten uit gokken (uitbetalingen minus de inzet) zijn aangemerkt als inkomsten en verrekend met de uitkering van eisers in de maanden waarin de inkomsten werden genoten. Het gaat over een bedrag van € 147,00 in februari 2024,
€ 373,00 in maart 2024, € 165,00 in april 2024, € 96,00 in de maand mei 2024, € 1.775,75 in de maand september 2024 en € 69,00 over de maand oktober 2024. Eisers hebben volgens deze wijze van berekening € 2.625,75 te veel aan uitkering ontvangen.
Het standpunt van eisers
3.5.
Het besluit is volgens eisers onvoldoende gemotiveerd omdat het college niet vermeldt op basis van welke bepaling in de Participatiewet (PW) de berekening per maand moet worden gemaakt. Op de zitting is toegelicht dat eisers zich realiseren dat het college op twee punten al op een voor eisers gunstige wijze is afgeweken van de geldende rechtspraak. Juist daarom vraagt de evenredigheid volgens eisers dat meer naar de bedoeling van de werkinstructie wordt gekeken. Dit kan door de winsten over de hele periode bij elkaar op te tellen en daarop de inleg over de gehele periode in mindering te brengen. Dit resulteert in een te veel ontvangen bedrag van € 352,00, wat volgens eisers redelijker is dan de uitkomst van de huidige berekening.
3.6.
Eisers vinden het ook niet juist dat voorafgaand aan het primaire terugvorderingsbesluit
van 17 december 2024 geen apart herzieningsbesluit of intrekkingsbesluit is genomen, wat een voorwaarde is om een terugvorderingsbesluit te mogen nemen. In het bestreden besluit is dat aangevuld, maar volgens eisers is dat te laat en in strijd met de rechtszekerheid.

Overwegingen

4.1.
Het geschil tussen partijen gaat over de herziening van de aan eisers verleende bijstand over de maanden februari tot en met mei 2024, september en oktober 2024 en de daaruit voortvloeiende terugvordering.
4.2.
Niet in geschil is dat eiser in de periode waar het hier om gaat geen melding heeft gemaakt van zijn (online) gokactiviteiten en de inkomsten hieruit. Dit had eiser wel moeten doen, omdat het gaat om feiten die van belang zijn voor het recht op bijstand. Eiser heeft dan ook de inlichtingenplicht geschonden. De PW verplicht het college bij schending van de inlichtingenplicht over te gaan tot intrekking en terugvordering van de bijstand als dit heeft geleid tot een te hoog verleend bedrag aan bijstand.
Vaststellen van het recht op bijstand en de terugvordering
4.3.
Volgens de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep [1] (CRvB) is bij online gokken niet de winst relevant, maar alleen de opbrengst (de ontvangen bedragen), omdat deze vrij kan worden besteed. Bij de berekening van het recht op bijstand wordt de inleg bij gokken dus niet in mindering gebracht op de ontvangen bedragen. De CRvB heeft op dat punt overwogen dat het de wetgever uitdrukkelijk voor ogen heeft gestaan dat bij de in aanmerking te nemen inkomsten géén rekening wordt gehouden met verwervingskosten en dat de inleg bij gokken met verwervingskosten gelijk is te stellen. Het college heeft echter een werkinstructie gehanteerd waarbij in afwijking van deze rechtspraak wel rekening is gehouden met de bedragen die eiser heeft ingezet. Bij de herziening van de uitkering heeft het college dus niet gerekend met de opbrengsten, maar met de winst. Dit is voor eisers zeer gunstig.
4.4.
Het college heeft deze berekening per maand gemaakt omdat in artikel 45, eerste lid van de PW is bepaald dat het recht op bijstand per maand wordt vastgesteld. De stelling van eisers dat deze berekening voor hen onevenredig uitvalt komt erop neer dat zij vinden dat artikel 45 van Pro de PW, een bepaling uit een formele wet, in dit concrete geval vanwege strijd met het evenredigheidsbeginsel buiten toepassing moet blijven. Het is vaste rechtspraak dat het bepaalde in artikel 120 van Pro de Grondwet eraan in de weg staat dat een bepaling van een wet in formele zin kan worden getoetst aan algemene rechtsbeginselen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, maar dat het onder bepaalde omstandigheden wel mogelijk is de bepaling in een concreet geval buiten toepassing te laten [2] . De rechtbank oordeelt dat eisers geen bijzondere, door de wetgever niet-voorziene omstandigheid hebben aangevoerd op grond waarvan het recht op bijstand in hun situatie wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel niet per maand moet worden vastgesteld. De rechtbank ziet ook overigens geen enkel aanknopingspunt in het dossier voor de stelling dat het besluit van het college getuigt van een onevenwichtige belangafweging.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.T. de Kwaasteniet, rechter, in aanwezigheid van
mr. F. Ernens, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

2.Uitspraak van de CRvB van 15 mei 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:700