Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Het afdoeningsvoorstel
- de verdediging de ingediende onderzoekswensen uiterlijk ter zitting intrekt;
- de verdediging geen strafmaat, ontvankelijkheids- of bewijsverweren zal voeren;
- de verdachte geen (nadere) verklaring hoeft af te leggen;
- de verdachte zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf zal onttrekken;
- het Openbaar Ministerie afziet van het instellen van een vordering tot ontneming van het wederechtelijk verkregen voordeel over de feiten die zijn opgenomen in de huidige tenlastelegging en/of andere strafbare feiten zoals bedoeld in het tweede en/of derde lid van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr);
- het Openbaar Ministerie geen verbeurdverklaring zal vorderen van de klassiek in beslaggenomen zaken die onder de verdachte in beslag zijn genomen;
- het Openbaar Ministerie zal de bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten vorderen en in totaal de oplegging van de navolgende straf:
gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact, met aftrek van de tijd verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht
4.De bewezenverklaring
hij in
of omstreeksde periode 7 juli 2023 tot en met 23 juli 2024
te Sneek en/of Joure en/of Deventer en/of Den Haag en/of Amsterdam, althansin Nederland en/of
teCuraçao en/of Saint Lucia en/of Brazilië en/of Dominicaanse Republiek, tezamen en in vereniging,
althans alleen,om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en
/ofte bevorderen, te weten
- het opzettelijk binnen
en/of buitenhet grondgebied van Nederland brengen (als bedoeld in artikel 1 lid 4 en Pro/of 5 Opiumwet),
- het opzettelijk
telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen,afleveren
, verstrekkenen/of vervoeren van cocaïne,
in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en
/ofinlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en
/ofandere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, immers is/heeft hij, verdachte, tezamen en in vereniging,
althans alleen:
- een zeilboot, genaamd de [zeilboot 1] , aangeschaft dan wel op zijn naam gezet/laten zetten
(ZD 2)en
/of- als bemanning aanwezig geweest op de zeilboot de [zeilboot 1]
(ZD 2)en
/of- een of meermalen afgereisd naar de Dominicaanse Republiek en/of Curaçao en
/of- vele fysieke en
/oftelefonische contacten onderhouden met medeverdachten ter afstemming en voorbereidingen van de cocaïnetransporten;
hij in
of omstreeksde periode 7 juli 2023 tot en met 23 juli 2024
te Sneek en/of Joure en/of Deventer en/of Den Haag en/of Amsterdam, althansin Nederland en/of
te Portugal en/of Spanje en/of Gran Canaria en/ofop Curaçao en/of op Saint Lucia en/of in Brazilië
en/of Dominicaanse Republiek en/of Surinameheeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [medeverdachte 1]
en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6]en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9]
en/of [medeverdachte 10], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde Pro, vierde, vijfde lid, 10a eerste lid Opiumwet.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
medeplegen van het voorbereiden of bevorderen van een feit, bedoeld in het vierde/vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, door zich/een ander gelegenheid/middelen/inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en vervoermiddelen/gelden voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, en artikel 10a, eerste lid, van de Opiumwet.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
medeplegen van het voorbereiden of bevorderen van een feit, bedoeld in het vierde/vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, door zich/een ander gelegenheid/middelen/inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en vervoermiddelen/gelden voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, en artikel 10a, eerste lid, van de Opiumwet;
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) maanden;
6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte zich voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende voorwaarden niet is nagekomen:
- stelt als
- stelt als
- draagt de reclassering op om