Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
Walas Europe B.V., uit Heerlen (hierna: Walas), eiseres
Stichting Karmedia, uit Rotterdam (hierna: Karmedia) (gemachtigde: mr. D. van Tilborg).
Rechtbank Overijssel
Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft een verzoek van Stichting Karmedia tot openbaarmaking van informatie, waarbij het college van burgemeester en wethouders van Enschede meerdere besluiten heeft genomen over het al dan niet openbaar maken van documenten die betrekking hebben op Walas Europe B.V.
Na eerdere procedures waarin enkele besluiten gedeeltelijk werden vernietigd, nam het college op 26 maart 2025 een nieuw besluit op bezwaar. Dit besluit maakte een aantal extra documenten geheel of gedeeltelijk openbaar, terwijl andere documenten niet werden vrijgegeven. Walas stelde beroep in tegen dit besluit en voerde onder meer aan dat zij niet in de gelegenheid was gesteld een zienswijze in te dienen en dat de openbaarmaking ten onrechte niet was opgeschort.
De rechtbank oordeelde dat het college inderdaad in strijd met artikel 4:8 van Pro de Awb Walas niet de mogelijkheid had geboden haar zienswijze te geven en dat het college de openbaarmaking niet had mogen voortzetten zonder opschorting, zoals vereist op grond van artikel 4.4 van de Woo. Andere beroepsgronden van Walas werden afgewezen, onder meer omdat deze te laat waren ingebracht of niet gericht waren op haar belangen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand, omdat Walas alsnog haar zienswijze kon geven en de overige gronden onvoldoende waren. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan Walas.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens schending van het zienswijzerecht en de opschortingsplicht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.