Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
primairtot vervanging van Elfrink, met handhaving van de in de bij beschikking van 25 augustus 2025 geformuleerde vraagstelling, althans een in goede justitie te formuleren vraagstelling, althans
subsidiairtot een aanvul-lend onderzoek door een tweede onafhankelijke deskundige, gericht op de punten waarop het rapport aantoonbaar op onjuiste feitelijke uitgangspunten berust, te weten (a) de con-structieve veiligheid van de vloerwandaansluiting, (b) de deugdelijkheid van de voorgestel-de hersteloplossing en (c) de begroting van de schade, althans
meer subsidiairom Elfrink op te dragen alsnog een eigen verificatieberekening uit te voeren op basis van de bij de schouw vastgestelde feitelijke waarden, en het rapport niet als definitief te accepteren alvorens Elfrink gemotiveerd heeft gereageerd op de in de reactie van 6 maart 2026 [1] aangevoerde bezwaren, dit alles met veroordeling van [verweerster] in de kosten van dit verzoek, althans een in goede justitie te nemen beslissing.
4.De beoordeling
- injecteren van watervoerende scheuren en stortnaden met daarvoor geëigende hars‑ of gelmaterialen, uitgevoerd door een gespecialiseerd bedrijf;
- het alsnog aanbrengen van structurele drainage‑ en interceptiesystemen, waaronder
5.De beslissing
30 juni 2026.