ECLI:NL:RBOVE:2026:3944
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in schadeverzoek tegen Dienst Toeslagen wegens niet tijdig besluit griffierechtvergoeding
In deze bestuursrechtelijke zaak verzoekt eiser schadevergoeding van de Dienst Toeslagen wegens het niet tijdig beslissen op zijn verzoeken om vergoeding van het betaalde griffierecht in ingetrokken beroepsprocedures. Eiser stelt dat hij schade heeft geleden bestaande uit het griffierecht, wettelijke rente en dwangsommen.
De rechtbank onderzoekt haar bevoegdheid en oordeelt dat op grond van het oude recht (artikel 8:73 Awb Pro (oud)) de bestuursrechter niet bevoegd is om over dit schadeverzoek te oordelen, omdat het verzoek niet tijdens een aanhangige bestuursrechtelijke procedure is gedaan en de schade is veroorzaakt door besluiten of handelingen van de Dienst Toeslagen in het kader van belastingtaken.
De rechtbank verwijst naar de Wet nadeelcompensatie bij onrechtmatige besluiten (Wns) en het feit dat titel 8.4 Awb niet van toepassing is op deze schade. De rechtbank bevestigt dat alleen de burgerlijke rechter bevoegd is voor de beoordeling van dit schadeverzoek.
Als gevolg hiervan verklaart de rechtbank zich onbevoegd, bepaalt dat het betaalde griffierecht aan eiser wordt terugbetaald en dat eiser zich tot de burgerlijke rechter moet wenden voor zijn vordering. De rechtbank wijst erop dat hoger beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het schadeverzoek en bepaalt dat het griffierecht aan eiser wordt terugbetaald.