ECLI:NL:RBOVE:2026:3768
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit inzake verwerking persoonsgegevens wegens motiveringsgebrek
De zaak betreft een verzoek van verzoekster aan het college van burgemeester en wethouders van Enschede om inzage in haar persoonsgegevens op grond van de AVG. Het college had inzage verleend in vijf raadplegingen, maar het bezwaar van verzoekster tegen het bestreden besluit werd door het college afgewezen. De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek bevat met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens op 26 februari 2022, omdat het college niet heeft erkend dat het plaatsen van een afnemersindicatie ook een verwerking van persoonsgegevens is.
Verzoekster had ook betwist dat het college op 7 november 2022 persoonsgegevens van haar had verwerkt, wat door de rechtbank werd bevestigd. De rechtbank wees het verzoek tot aanstelling van een deskundige af omdat het college voldoende aannemelijk had gemaakt welke gegevens waren verwerkt en met welk doel.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover het ziet op de verwerking van 26 februari 2022, maar laat de rechtsgevolgen van het vernietigde deel in stand omdat het college aannemelijk heeft gemaakt dat geen nieuwe informatie kan worden verstrekt. Het college wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en het griffierecht aan verzoekster.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit wordt vernietigd voor de verwerking van 26 februari 2022, met in stand blijvende rechtsgevolgen.