AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling voor langdurige handel en witwassen van harddrugs in Enschede
De rechtbank Overijssel heeft verdachte schuldig bevonden aan het voorhanden hebben van grote hoeveelheden cocaïne, XTC-pillen en 2-MMC, het handelen in harddrugs in vereniging over de periode van mei 2022 tot september 2025, en het witwassen van geld afkomstig uit eigen misdrijf.
Het bewijs bestond uit verklaringen van verdachte en medeverdachten, uitgebreide analyse van in beslag genomen mobiele telefoons met dealgesprekken en betaalverzoeken via Tikkie, en contant aangetroffen geldbedragen. Verdachte bekende deels en droeg de handel over aan zijn broer, die eveneens betrokken was.
De rechtbank oordeelde dat verdachte nauw samenwerkte met anderen en dat de handel en witwassen wettig en overtuigend bewezen waren. Gelet op de ernst, de duur van de feiten, eerdere veroordelingen en het gevaar voor herhaling, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 42 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.
De rechtbank wees tevens een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf af, omdat de feiten dateren van vóór de proeftijd. De straf wordt verminderd met de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Bij de voorwaardelijke straf zijn bijzondere voorwaarden gesteld, waaronder meldplicht en behandeling.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08-256070-25 en 08-266314-24 (tul) (P)
Datum vonnis: 25 juni 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats] ,
post- of correspondentieadres:
[postadres] ,
feitelijk verblijfsadres:
[verblijfadres] .
1.Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 11 juni 2026.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. J. Michels, advocaat in Oldenzaal, naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
De verdenking komt er na wijziging van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van 12 maart 2026, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met een ander of anderen of alleen in Enschede, althans in Nederland:
feit 1:op 29 september 2025 535 gram cocaïne en 505 XTC-pillen voorhanden heeft gehad;
feit 2:op 29 september 2025 118,5 gram 2-MMC voorhanden heeft gehad;
feit 3:in de periode van 7 mei 2022 tot en met 29 september 2025 heeft gehandeld in harddrugs;
feit 4:zich in de periode van 7 mei 2022 tot en met 29 september 2025 schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van meerdere geldbedragen, afkomstig uit eigen misdrijf.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
1.
hij op of omstreeks 29 september 2025 in de gemeente Enschede,
althans in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 535
gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne
en/of ongeveer 505 XTC-pillen, in elk geval een aantal pillen, althans een
hoeveelheid van een materiaal bevattende XTC/MDMA, zijnde cocaïne
en/of XTC/MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de
Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid
van artikel 3a van die wet;
2.
hij op of omstreeks 29 september 2025 te in de gemeente Enschede,
althans in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad 118,5 gram, in
elk geval een hoeveelheid van een substantie die deel uitmaakt van een
stofgroep als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst IA en/of
een preparaat daarvan, te weten 2-MMC (2-Methylmethcathinone);
3.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 7 mei 2022
tot en met 29 september 2025 in de gemeente Enschede, althans in
Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans
alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt
onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen)
misdrijf
en hij, verdachte en/of zijn medeverdachte, van het plegen van
witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt.
3.De bewijsmotivering
3.1
Inleiding
Op 24 februari 2025 zijn bij de aanhouding van zijn broer, tevens medeverdachte [medeverdachte 5] (hierna: [medeverdachte 5] ) een dealerhoeveelheid verdovende middelen, drie telefoons en een geldbedrag van in totaal € 1.405, -- aangetroffen. Naar aanleiding hiervan is door de districtsrecherche Twente onder de naam Keizer25een strafrechtelijk onderzoek gestart naar de handel in harddrugs en de eventuele betrokkenheid van [medeverdachte 5] daarbij.
Er is onder meer onderzoek ingesteld naar de inhoud van de mobiele telefoons van [medeverdachte 5] . Opvallend is dat bij een in beslag genomen (deal)telefoon van [medeverdachte 5] , een telefoonnummer in gebruik was dat ook gekoppeld was aan een eerder – in augustus 2024 – onder de broer van [medeverdachte 5] , verdachte [verdachte] (hierna: [verdachte] ) in beslag genomen mobiele telefoon. Gezien het gebruik van hetzelfde telefoonnummer door de broers en de indicaties van drugshandel is de verdenking dat [medeverdachte 5] en [verdachte] samen handelen in harddrugs. Het strafrechtelijk onderzoek heeft geleid tot de verdenkingen van voormelde strafbare feiten.
3.2
Feiten 1 en 2
De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
3.3
Feit 3
3.3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 3 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, met dien verstande dat de bewezenverklaring beperkt blijft tot de periode van 16 september 2023 tot en met 29 september 2025.
3.3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit de bewezenverklaring te beperken tot de periode van
16 september 2023 tot en met 10 augustus 2024. Daarnaast heeft de raadsman partiële vrijspraak bepleit ten aanzien van de onderdelen die zien op het dealen in XTC/MDMA en 3-MMC.
3.3.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het onder 3 ten laste gelegde feit heeft begaan. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
3.3.3.1 Feiten en omstandigheden
De rechtbank stelt op grond van het dossier en de behandeling ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast.
De verklaring van verdachte ter zitting
Ter terechtzitting van 11 juni 2026 heeft verdachte bekend dat hij vanaf medio 2023 tot
11 augustus 2024 heeft gehandeld in cocaïne en heel af en toe in heroïne. Verdachte werd via de telefoon benaderd door klanten of klanten werden naar hem werden doorgestuurd. De drugs werden grotendeels contant en soms via betaalverzoeken - tikkies - betaald door klanten. De tikkies werden aangemaakt door andere personen. Het geld van de tikkies haalde verdachte op een later moment op. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij wel eens ‘ [bijnaam 1] ’ werd genoemd en dat ‘ [bijnaam 2] ’ een naam was die aan één van de dealtelefoons gekoppeld was. Verder heeft verdachte verklaard dat hij de drugshandel heeft overgedragen aan zijn broertje [medeverdachte 5] .
Tussenconclusie
Op basis van deze verklaring van verdachte stelt de rechtbank vast dat [verdachte] in ieder geval vanaf medio 2023 tot 11 augustus 2024 heeft gehandeld in cocaïne en heroïne.
De verklaring van [medeverdachte 5]
Bij de politie heeft [medeverdachte 5] op 5 december 2025 bekend dat hij gedurende een periode van anderhalf tot twee jaar heeft gehandeld in drugs onder de namen ‘ [bijnaam 3] ’ en ‘ [bijnaam 4] ’. Ook heeft [medeverdachte 5] bekend dat [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) en [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4] ) in het kader van die drugshandel tikkies voor hem hebben aangemaakt.
Mobiele telefoons [medeverdachte 5]
Tijdens de aanhouding van [medeverdachte 5] op 24 februari 2025 zijn onder hem drie mobiele telefoons in beslag genomen, te weten: een Apple iPhone 12 mini, een Apple iPhone 13 wit en een Apple iPhone 13 zwart. Uit onderzoek aan de hierboven genoemde mobiele telefoons volgt dat op alle drie de telefoons (een grote hoeveelheid aan) dealgesprekken zijn aangetroffen. Daarnaast zijn de volgende bevindingen relevant.
Apple iPhone 12 mini
Uit onderzoek aan de iPhone 12 mini met telefoonnummer + [telefoonnummer] volgt dat de gebruiker van de telefoon in meerdere gesprekken ‘ [medeverdachte 5] ’ wordt genoemd, in berichten uit mei 2022, 2023 en 2024. Ook vindt op 22 september 2024 een gesprek plaats, waar ‘ [bijnaam 3] ’ aan iemand een bericht stuurt over dat hij een stopteken en een WOK melding heeft gekregen. Uit de politiesystemen volgt dat [medeverdachte 5] op 22 september 2024 is gecontroleerd door de politie en dat er een WOK melding was opgemaakt op het voertuig waarin hij reed.
Daarnaast zijn op de telefoon dealgesprekken aangetroffen die dateren uit 2022. Zo is er op 7 mei 2022 een gesprek waarbij ‘ [bijnaam 3] ’ aan ‘ [bijnaam 5] ’ laat weten dat hij hem binnen 30 minuten ‘rauwe Peru’ zal leveren. Er zijn ook vele berichten gevonden tussen ‘ [bijnaam 6] ’ en ‘ [bijnaam 3] ’. De eerste berichten dateren van 25 mei 2022, waarbij ‘ [bijnaam 6] ’ aan ‘ [bijnaam 3] ’ vraagt om “50 neus”, waarop ‘ [bijnaam 3] ’ kort erna laat weten dat hij er is. Enkele dagen later, op 30 mei 2022, vraagt deze ‘ [bijnaam 6] ’ aan ‘ [bijnaam 3] ’ of hij kan langskomen voor “zelfde 50 sos”, waarop ‘ [bijnaam 3] ’ kort erna laat weten dat hij er is.
Uit de veiliggestelde gesprekken volgt dat er verschillende soorten (hard)drugs worden aangeboden. In een gesprek op 13 december 2024 vraagt ‘ [bijnaam 7] ’ aan ‘ [bijnaam 3] ’ wat hij kan brengen. ‘ [bijnaam 3] ’ antwoordt: “SOS mmc pillen MDMA”. Even later stuurt ‘ [bijnaam 3] ’: “wij zijn er”. Enkele minuten later stuurt ‘ [bijnaam 7] ’ een afbeelding met gripzakjes, waarop ‘ [bijnaam 3] ’ verduidelijkt: “Links Ket rechts mdma midden onder 3mmc”. In een gesprek op 12 mei 2024 bevestigt ‘ [bijnaam 3] ’ aan ‘ [bijnaam 8] ’ dat ze bij hem ook 3-MMC kan bestellen.
Apple iPhone 13 wit
De witte iPhone 13 heeft een duo-sim met twee telefoonnummers: + [telefoonnummer 16] en
+ [telefoonnummer 17]. Het laatstgenoemde telefoonnummer is ook aangetroffen in de iPhone 13 die op 11 augustus 2024 – nog voor de start van onderzoek Keizer25 –onder [verdachte] in beslag is genomen toen hij werd aangehouden met een dealershoeveelheid verdovende middelen, drie telefoons en een geldbedrag van in totaal € 1.030, --
Ook tijdens de aanhouding van [medeverdachte 5] op 29 september 2025 zijn onder hem mobiele telefoons in beslag genomen, waaronder een Apple iPhone 16.
Apple iPhone 16
Op de in beslag genomen iPhone 16 met telefoonnummer + [telefoonnummer 2] zijn onder de gebruikersnaam van ‘ [bijnaam 4] ’ en ‘ [bijnaam 4] ’ honderden actieve dealgesprekken aangetroffen, die dateren van (kort) na de aanhouding van [medeverdachte 5] in februari 2025. Zo is er een Whatsapp-gesprek met ‘ [bijnaam 9] ’ op 17 maart 2025 waarbij de gebruiker van de telefoon laat weten ‘3mm’ te kunnen leveren. Op 28 september 2025 vindt er een Whatsapp-gesprek plaats met ‘ [bijnaam 10] ’ waarbij de gebruiker van de telefoon laat weten aan hem ‘rook en neus’ te kunnen leveren, hetgeen straattaal is voor cocaïne en crack.
Tussenconclusie
Op grond van voornoemde feiten en omstandigheden stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 5] vanaf mei 2022 de gebruiker was van de mobiele telefoon met de drugslijn ‘ [bijnaam 3] ’ en ‘ [bijnaam 4] ’ en dat hij vanaf 7 mei 2022 handelde in harddrugs. Dit was niet alleen cocaïne en heroïne, zoals hij zelf verklaard heeft, maar ook XTC/MDMA en 3-MMC.
Mobiele telefoons [verdachte]
Apple iPhone 12
Tijdens de aanhouding van [verdachte] op 11 september 2024 is – onder meer – een Apple iPhone 12 onder hem aangetroffen die in beslag is genomen en is onderzocht. Uit onderzoek volgt dat nagenoeg alle aangetroffen gesprekken gingen over de handel in verdovende middelen. Hierbij was ‘ [bijnaam 11] ’, de gebruiker van de telefoon, de verkopende partij.
In de telefoon is een gesprek aangetroffen met het contactpersoon ‘ [bijnaam 12] ’ onder het telefoonnummer + [telefoonnummer] , waarvan de rechtbank hiervoor heeft vastgesteld dat dit telefoonnummer in gebruik is bij [medeverdachte 5] . De chat tussen ‘ [bijnaam 11] ’ en ‘ [bijnaam 12] ’ startte op 10 mei 2024 en eindigde op 10 augustus 2024. De chat bevat vele berichten waarbij ‘ [bijnaam 11] ’ opdrachten gaf aan ‘ [bijnaam 12] ’ om drugs te bezorgen.
Ook zijn in de telefoon 42 betaalverzoeken van ‘ [bijnaam 13] ’ aangetroffen. ‘ [bijnaam 13] ’ maakte op verzoek van [verdachte] de betaalverzoeken via ‘Tikkie’ aan. Nadat het betaalverzoek door ‘ [bijnaam 13] ’ was verstuurd, stuurde [verdachte] dit betaalverzoek door naar een klant. Middels dit betaalverzoek betaalde de klant de verdovende middelen. [verdachte] verifieerde bij ‘ [bijnaam 13] ’ of het betaalverzoek daadwerkelijk was betaald door de klant. [verdachte] vroeg ook meerdere keren aan ‘ [bijnaam 13] ’ of zij wilde pinnen. Daarna spraken zij af op een bepaalde plek. Het telefoonnummer van ‘ [bijnaam 13] ’ kan gekoppeld worden aan [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ). [medeverdachte 3] heeft later bij de politie verklaard dat zij door een vriendin, [medeverdachte 1] , werd gevraagd of zij tikkies wilde doen voor de broer van haar vriend ( [medeverdachte 5] ). Deze broer noemde zichzelf onder andere ‘ [bijnaam 14] ’.
Apple iPhone 15
Tijdens de aanhouding van [verdachte] op 29 september 2025 is – onder meer – een Apple iPhone 15 in zijn slaapkamer aangetroffen die in beslag is genomen en is onderzocht. De gekoppelde Apple-ID was ‘ [bijnaam 2] @hotmail.com’. Aan de telefoon was ook een snapchataccount gekoppeld genaamd ‘ [bijnaam 2] ’. Er waren 823 oproepen geregistreerd op de telefoon. De eerste oproep vond plaats op 10 maart 2025 en de laatste oproep op 29 september 2025.
Bij het uitlezen van de telefoon is gebleken dat een groot aantal contactpersonen in de telefoon overeenkomen met namen van afnemers uit eerder uitgelezen telefoons van [verdachte] en [medeverdachte 5] .
Het nummer [telefoonnummer 3] , dat gekoppeld is aan de op 29 september 2025 onder [medeverdachte 5] in beslag genomen iPhone 16, stond in de telefoon opgeslagen als ‘ [bijnaam 4] ’. Dit telefoonnummer werd gebruikt als deallijn. Via Signal vonden gesprekken plaats tussen ‘ [bijnaam 14] ’ en ‘ [bijnaam 4] ’. De rechtbank heeft hiervoor reeds vastgesteld dat deze laatste naam gebruikt werd door [medeverdachte 5] wanneer hij drugs verkocht. De gesprekken lopen van 7 tot en met 14 maart 2025. In de gesprekken geeft ‘ [bijnaam 14] ’ opdrachten aan ‘ [bijnaam 4] ’ om verdovende middelen te bezorgen en wordt – onder andere – gesproken over ‘nosso’, ‘rook’ en ‘doeroe’, hetgeen straattaal is voor cocaïne, crack en heroïne.
Ook via WhatsApp hebben gesprekken plaatsgevonden. Zo heeft op 25 september 2025 een gesprek plaatsgevonden tussen [naam 1] en [bijnaam 2] , de gebruiker van de telefoon. In dit gesprek vraagt [bijnaam 2] wanneer [naam 1] zijn schulden komt aflossen van de ‘pof lijst’. Op
28 september 2025 vraagt [naam 1] aan [bijnaam 2] of hij nog een kleine kan missen die hij later betaalt. Daarmee wordt een ponypack cocaïne bedoeld.
3.3.3.2 Overwegingen en conclusies
Ter zitting heeft [verdachte] verklaard dat hij zijn drugshandel heeft overgedragen aan [medeverdachte 5] . De rechtbank heeft hiervoor reeds vastgesteld dat [medeverdachte 5] in drugs handelde vanaf mei 2022. Uitgaand van de juistheid van de verklaring van [verdachte] , in onderling verband en samenhang bezien met de hiervoor opgenomen feiten en omstandigheden, kan het niet anders dan dat ook hij in ieder geval vanaf 7 mei 2022 in harddrugs heeft gehandeld. Dit was niet alleen cocaïne en heroïne, zoals hij zelf verklaard heeft, maar ook XTC/MDMA en 3-MMC.
Medeplegen
Gezien de inhoud van de telefoons die onder [medeverdachte 5] en [verdachte] in beslag zijn genomen, met daarin - onder meer - overeenkomende namen van afnemers en onderlinge gesprekken met betrekking tot de handel in harddrugs en de overeenkomende modus operandi als het gaat om de tikkies en geldezels, is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] nauw en bewust heeft samengewerkt met een ander/anderen. De rechtbank acht daarom het medeplegen wettig en overtuigend bewezen.
Conclusie
De rechtbank is naar aanleiding van het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat verdachte zich in de periode van 7 mei 2022 tot en met
29 september 2025 samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van cocaïne, heroïne, XTC/MDMA en 3MMC in Nederland.
3.4
Feit 4
3.4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 4 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, met dien verstande dat de bewezenverklaring beperkt kan blijven tot de periode van 16 september 2023 tot en met 29 september 2025.
3.4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit de bewezenverklaring te beperken tot gewoontewitwassen in de periode van 16 september 2023 tot en met 10 augustus 2024 en eenvoudig witwassen van een geldbedrag van € 1.490, -- op 29 september 2025. De raadsman verzoekt de rechtbank verdachte van het overige vrij te spreken.
3.4.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigd bewezen is dat verdachte het onder 4 tenlastegelegde feit heeft begaan. De rechtbank overweegt daartoe het volgende:
3.4.3.1 Feiten en omstandigheden
De rechtbank stelt op grond van het dossier en de behandeling ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast.
De contante geldbedragen
Het contante geldbedrag van € 1.490, --
Op 29 september 2025 is [verdachte] in de woning aan de [adres 1] in [woonplaats 1] aangehouden wegens de verdenking van handel in harddrugs. Diezelfde dag is de woning doorzocht en werd er door de politie op het nachtkastje in de slaapkamer € 1.490, -- aangetroffen. [verdachte] heeft op 25 november 2025 bij de politie verklaard dat hij wel eens in de woning aan de [adres 1] verbleef en dat hij daar soms ook sliep.
Het contante geldbedrag van € 1.405, -- en € 6.809,30
Op 24 februari 2025 is [medeverdachte 5] in [woonplaats 1] door de politie aangehouden wegens verdenking van het rijden onder invloed van verdovende middelen. Met toestemming van [medeverdachte 5] is zijn tas doorzocht, waarin een stapel briefgeld werd aangetroffen. Naast het geldbedrag van in totaal € 1.405, --, zijn bij [medeverdachte 5] een dealerhoeveelheid verdovende middelen en drie telefoons aangetroffen.
Tijdens de doorzoeking van zijn woning aan de [adres 2] in [woonplaats 1] is in de slaapkamer van [medeverdachte 5] is een totaalbedrag van € 6.809,30 aangetroffen. [medeverdachte 5] heeft op
5 december 2025 bij de politie verklaard dat hij het geldbedrag dat bij hem in zijn woning is aangetroffen, heeft verdiend met de drugshandel.
Het contante geldbedrag van € 24.120, --
Na de aanhouding van [medeverdachte 5] op 29 september 2025, is zijn woning aan de [adres 2] in [woonplaats 1] eveneens waarbij in zijn slaapkamer een totaalbedrag van € 24.120, -- is aangetroffen.
Geldbedragen afkomstig van geldezels
In de onder [medeverdachte 5] in beslag genomen iPhone 12 mini is een gesprek aangetroffen met [medeverdachte 1] . In dit gesprek verstuurt [medeverdachte 1] op verzoek van [medeverdachte 5] meerdere betaalverzoeken.
Ook staat op deze telefoon een gesprek met [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ). In dit gesprek, van 8 juni 2022 tot 22 december 2022, zijn in totaal veertien tikkies door [medeverdachte 2] verstuurd aan [medeverdachte 5] . Uit onderzoek blijkt dat de tikkies door [medeverdachte 5] aan afnemers werden doorgestuurd om drugs mee te betalen. [medeverdachte 2] heeft hierover op 2 oktober 2025 bij de politie verklaard dat hij twee jaar lang op verzoek tikkies heeft gemaakt en daarbij geld voor de verkoop van drugs heeft witgewassen via zijn bankrekening. [medeverdachte 2] moest op verzoek een tikkie sturen, waarna het geld op zijn rekening kwam. Vervolgens werd afgesproken om het geld op een bepaald moment contant af te geven. Dit deed hij niet alleen voor [medeverdachte 5] , maar ook voor [verdachte] : op de onder [verdachte] in beslag genomen iPhone 13 pro is een chatgesprek aangetroffen met het contact ‘Tikkie’, dat gekoppeld was aan het telefoonnummer van [medeverdachte 2] . In de periode van september 2023 tot en met juni 2024 zijn door ‘Tikkie’ 75 betaalverzoeken aangemaakt, waarna door [verdachte] bevestiging werd gevraagd of het betaalverzoek was betaald. Uit de chats volgt dat [verdachte] met enige regelmaat aan ‘Tikkie’ vroeg om het geld te pinnen en dit geld aan hem te overhandigen.
Daarnaast zijn, zoals hiervoor onder 3.4.3.1 reeds is uiteengezet, in de onder [verdachte] in beslag genomen iPhone 12 betaalverzoeken van ‘ [bijnaam 13] ’ aangetroffen. Het telefoonnummer van ‘ [bijnaam 13] ’ is in gebruik bij [medeverdachte 3] . Op basis van onderzoek aan de iPhone 12 is vastgesteld dat de betaalverzoeken werden doorgestuurd aan afnemers om drugs te betalen. Op 2 oktober 2025 heeft [medeverdachte 3] bij de politie verklaard dat ze door een vriendin ( [medeverdachte 1] ) werd gevraagd of ze tikkies wilde doorsturen voor de broer van haar vriend. [medeverdachte 3] verklaarde dat [medeverdachte 1] een relatie had met iemand die [medeverdachte 5] heette. De broer van deze [medeverdachte 5] had een gemillimeterd kapsel, een Indonesisch-Aziatisch uiterlijk en zou zichzelf ‘ [bijnaam 15] ’ en ‘ [bijnaam 14] ’ noemen. [medeverdachte 3] verklaarde dat ze het geld van de tikkies van haar rekening moest pinnen en dat ze vervolgens op een parkeerplaats afspraken waar ze hem het geld overhandigde.
Tijdens de aanhouding van [medeverdachte 5] op 29 september 2025 is onder hem een Apple iPhone 16 in beslag genomen. Uit onderzoek aan de gegevens op deze telefoon komt naar voren dat [medeverdachte 4] voor [medeverdachte 5] betalingen heeft ontvangen.
De verklaring van verdachte ter terechtzitting
Ter terechtzitting van 11 juni 2026 heeft verdachte verklaard dat hij heeft gehandeld in harddrugs en dat de drugs soms via tikkies werd betaald door klanten. De tikkies werden aangemaakt door andere personen. Het geld van de tikkies haalde verdachte op een later moment op.
De verklaring van [medeverdachte 5]
heeft bij de politie in zijn verhoor op 5 december 2025 verklaard dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] voor hem tikkies voor drugs hebben gemaakt.
3.4.3.2 Overwegingen en conclusies
Voor een bewezenverklaring van eenvoudig witwassen is vereist dat vaststaat dat het voorwerp onmiddellijk dan wel middellijk afkomstig is uit enig eigen misdrijf en dat de verachte het voorwerp heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad. Van onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstige voorwerpen is onder meer sprake indien de voorwerpen de opbrengst uit eigen misdrijf betreffen of de buit van een door de verdachte begaan vermogensdelict. Voor een bewezenverklaring van eenvoudig witwassen is niet vereist dat de verdachte de criminele herkomst van het voorwerp heeft verborgen of verhuld (ECLI:NL:HR:2016:2842).
De rechtbank acht op grond van voornoemde feiten en omstandigheden wettig en overtuigend bewezen dat de contante geldbedragen die verdachte en [medeverdachte 5] in de periode van 7 mei 2022 tot en met 29 september 2025 hebben verworven en voorhanden hebben gehad, afkomstig zijn uit de drugshandel die verdachte en [medeverdachte 5] in diezelfde periode hebben gepleegd - zoals is uitgewerkt onder feit 3.
3.5
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaringen steunen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij op 29 september 2025 in de gemeente Enschede,
opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne
en 505 XTC-pillen, zijnde cocaïne en XTC/MDMA telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
2.
hij op 29 september 2025 in de gemeente Enschede, opzettelijk aanwezig heeft gehad 118,5 gram van een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst IA en/of een preparaat daarvan, te weten 2-MMC (2-Methylmethcathinone);
3.
hij in de periode van 7 mei 2022 tot en met 29 september 2025 in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, hoeveelheden cocaïne en heroïne en XTC/MDMA en in de periode van 16 april 2024 tot en met 29 september 2025 hoeveelheden 3MMC, zijnde cocaïne en heroïne en XTC/MDMA en 3MMC, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
4.
hij in de periode van 7 mei 2022 tot en met 29 september 2025, in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, (telkens) een geldbedrag van
- 1.405,-- euro (contant geld) en
- 6.809,30 euro (contant geld) en
- 24.120,-- euro (contant geld), en
- 1.490,-- euro (contant geld), en
geldbedragen, afkomstig van door geldezels, te weten door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] aan afnemers gestuurde tikkies voor de drugsdeals en (vervolgens) door de geldezels van hun bankrekening gepinde contante geldbedragen
en die (vervolgens) aan verdachte en/of zijn medeverdachte [medeverdachte 5] werden afgegeven,
heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, en zijn mededader wisten dat die geldbedragen onmiddellijk afkomstig waren uit enig eigen misdrijf.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 47 en 420bis.1 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en de artikelen 2, 2a en 10 van de Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1
het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onderPro C van de
Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 2
het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met het onder artikel 2a, eerste lid,
onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 3
het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onderPro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 4
het misdrijf; medeplegen van eenvoudig witwassen, meermalen gepleegd.
5.De strafbaarheid van verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.
6.De op te leggen straf of maatregel
6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert dat verdachte wordt veroordeeld tot een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman verzoekt de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 24 maanden, waarvan 21 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en daarnaast – voor twee feiten – de maximale taakstraf van in totaal 480 uren.
6.3
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich, samen met een of meer anderen, gedurende een periode van ruim drie jaren schuldig gemaakt aan het handelen in cocaïne, heroïne, XTC/MDMA en 3-MMC. Daarnaast heeft verdachte op zijn verblijfsadres (grote) hoeveelheden cocaïne, XTC/MDMA en 2-MMC opzettelijk aanwezig gehad. Verdachte verkocht en leverde de harddrugs zelf aan afnemers en stuurde anderen op pad om bestellingen af te leveren. Het gebruik van harddrugs levert een gevaar op voor de gezondheid van de gebruikers ervan. Bovendien gaat de handel en het gebruik van dergelijke verdovende middelen vaak gepaard met verschillende vormen van (ernstige) criminaliteit waarvan anderen overlast ondervinden en waardoor de samenleving schade wordt berokkend. Deze nadelige effecten zijn ook de reden dat op de handel in harddrugs forse straffen zijn gesteld. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij zich al die tijd niets heeft aangetrokken van de gevolgen van zijn handelen en alleen oog heeft gehad voor financieel gewin. Daarbij weegt de rechtbank strafverzwarend mee dat feiten in vereniging zijn gepleegd.
Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van de verdiensten uit deze drugshandel door (contante) geldbedragen in ontvangst te nemen. Het witwassen van geld vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Daarnaast wordt het door de overheid ingestelde toezicht op het betalingsverkeer ondermijnd. De rechtbank neemt verdachte dit alles zeer kwalijk.
Persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte van 29 mei 2026. Hieruit blijkt dat verdachte vaker is veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet. Er is sprake van een recente veroordeling op 31 oktober 2025, waarbij verdachte is veroordeeld tot een taakstaf van 100 uren en 279 dagen ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen waarvan 254 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren voor het aanwezig hebben van harddrugs, rijden onder invloed van verdovende middelen, vernieling en wederspannigheid. De rechtbank zal gelet op het bepaalde in artikel 63 SrPro hiermee rekening houden bij de strafoplegging. Het feit dat verdachte in het (recente) verleden eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten weegt de rechtbank in strafverzwarende zin mee.
Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het over de verdachte opgemaakt rapport van [reclasseringswerker] , reclasseringswerker bij het Leger des Heils van 16 december 2025. Volgens de reclassering is een duidelijk patroon zichtbaar met betrekking tot het overtreden van de Opiumwet. Uit de inhoud van dit rapport volgt dat op verschillende leefgebieden - huisvesting, financiën, sociaal netwerk en psychosociaal functioneren - problemen worden gesignaleerd. De reclassering adviseert om een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf aan verdachte op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, ambulante behandeling, begeleid wonen of maatschappelijke opvang, dagbesteding, meewerken aan schuldhulpverlening en ambulante woonbegeleiding.
De rechtbank constateert dat de eerdere veroordelingen en de aanhouding van verdachte in augustus 2024 hem er niet van hebben kunnen weerhouden om zich wederom schuldig te maken aan het plegen van drugsgerelateerde strafbare feiten. Gelet op de lucratieve aard van de handel in verdovende middelen, de omstandigheid dat verdachte met gemak over hoeveelheden (verschillende) drugs kon beschikken en een groot netwerk van afnemers lijkt te hebben gehad, is het gevaar voor herhaling van soortelijke strafbare feiten groot. De rechtbank ziet hierin aanleiding om aan verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De rechtbank zal aan het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf een proeftijd verbinden van drie jaren. De rechtbank overweegt dat de voorwaarden die aan verdachte zijn opgelegd in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis hem ervan lijken te hebben weerhouden nieuwe strafbare feiten te plegen en daardoor opnieuw met justitie in aanraking te komen. De rechtbank acht om die reden van belang dat de voorwaarden van kracht blijven, ongeacht of dat schorsingsvoorwaarden of bijzondere voorwaarden bij de op te leggen straf zijn. Het bevel voorlopige hechtenis wordt daarom niet opgeheven.
De op te leggen straf
De rechtbank is van oordeel dat oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur op zijn plaats is. Een onvoorwaardelijke straf gelijk aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, zoals door de raadsman is bepleit, doet naar het oordeel van de rechtbank geen recht aan de ernst van de feiten.
Alles overwegend acht de rechtbank oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en met aftrek van voorarrest, passend en geboden.
7.De vordering tenuitvoerlegging
7.1
Het vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd (parketnummer 08-266314-24)
Bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 31 oktober 2025 is verdachte veroordeeld tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 254 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 179 WegenverkeerswetPro 1994 met een proeftijd van twee jaren. De proeftijd is ingegaan op 14 november 2025.
7.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geen standpunt ingenomen met betrekking tot de vordering.
7.3
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, nu de pleegdata van de onderhavige feiten zijn gelegen voor het aanvangsmoment van de proeftijd, te weten 14 november 2025.
7.4
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat de proeftijd van de voorwaardelijk opgelegde straf is ingegaan op 14 november 2025. Aan de schriftelijke vordering tot tenuitvoerlegging (met parketnummer 08-266314-24) zijn de tenlastegelegde feiten van onderhavige zaak, onder parketnummer 08-256076-25, ten grondslag gelegd. Deze tenlastegelegde feiten zijn eerder gepleegd dan dat de proeftijd van de onderhavige voorwaardelijke veroordeling is ingegaan, namelijk laatstelijk op 29 september 2025. Op grond van het arrest van de Hoge Raad op 6 april 2021 (ECLI:NL:HR:2021:400) moet dit leiden tot afwijzing van de vordering. Gezien voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de vordering moet worden afgewezen.
De rechtbank constateert dat de vordering tenuitvoerlegging met parketnummer
21-003252-23, die door de officier van justitie ter zitting ter sprake is gebracht, formeel niet (juist) is aangebracht zodat zij daarover niet hoeft te beslissen.
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c en 57 Sr.
9.De beslissing
De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feiten
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1, het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onderPro C van de
Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 2, het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met het onder artikel 2a, eerste lid,
onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 3, het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onderPro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 4, het misdrijf: medeplegen van eenvoudig witwassen, meermalen gepleegd;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstrafvoor de duur van 42 (tweeënveertig) maanden;
- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
- stelt als algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
De rechter kan de tenuitvoerlegging ook gelasten indien de verdachte gedurende de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende bijzondere voorwaarden
niet is nagekomen:
- stelt als bijzondere voorwaardendat verdachte:
- zich meldt bij de reclassering van het Leger des Heils aan de Tubantiasingel 5 te Enschede. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
- zich, indien de reclassering dat nodig acht, laat behandelen door Transfore of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.;
- verblijft, indien de reclassering dat nodig acht, in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich
aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
- zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
- meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen,
ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
- meewerkt aan ambulante woonbegeleiding, indien de reclassering dat nodig acht.
- draagt de reclassering op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 vanPro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen;
- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf met parketnummer 08-266314-24
- wijstde vordering af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. M.A.H. Heijink en mr. E.C. de Bie, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.C. van Leeuwen en mr. B.M. Hoek, griffiers, en is in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026.
Bijlage bewijsmiddelen
Leeswijzer
Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2025086000, gesloten op 17 december 2025. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
Feiten 1 en 2
De inhoud van de bewijsmiddelen is telkens alleen gebezigd tot bewijs van het tenlastegelegde feit, waarop de inhoud in het bijzonder betrekking heeft.
1. het proces-verbaal van de terechtzitting van 11 juni 2026, voor zover inhoudende, de bekennende verklaring van verdachte;
2. het proces-verbaal van bevindingen van 30 september 2025 (pagina 642 en 643);
3. het proces-verbaal van bevindingen van 12 december 2025 (pagina 1515 tot en met 1517);
4. het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 8 december 2025 met bijbehorend NFiDENT-rapport van 8 december 2025 (pagina’s 1534 tot en met 1549);
5. het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 9 december 2025 met bijbehorend NFiDENT-rapport van 8 december 2025 (pagina’s 1550 tot en met 1568).
Feit 3
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 11 juni 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:
Vanaf medio 2023 tot 11 augustus 2024 heb ik gehandeld in cocaïne en heel af en toe in heroïne. De drugshandel ging via de telefoon, waar ik rechtstreeks door klanten werd benaderd of ze werden naar mij doorgestuurd. De klanten betaalden grotendeels contant voor de drugs, soms via tikkies. De tikkies werden aangemaakt door andere personen. Dit geld haalde ik dan op een later moment op. Ik werd wel eens ‘ [bijnaam 1] ’ genoemd. ‘ [bijnaam 2] ’ was een naam die aan één van de dealtelefoons gekoppeld was. Ik heb de drugshandel overgedragen aan mijn broertje [medeverdachte 5] .
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 5] van 5 december 2025, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven op pagina’s 847 tot en met 850:
Ik heb ongeveer anderhalf tot twee jaar gehandeld in drugs onder de namen ‘ [bijnaam 3] ’ en ‘ [bijnaam 4] ’. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] hebben tikkies voor mij gedaan. Ik vroeg ze om een tikkie en daarna om een bevestiging of de betaling gelukt was. Eens in zoveel dagen kwam ik het geld dan cash ophalen.
de kennisgeving van inbeslagneming met registratienummer PL0600-2025085831-3 van 25 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 1446 en 1447:
InbeslagnemingDatum : 24 februari 2025
Omstandigheden : Verdachte had drie telefoons bij zich.
het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] van 23 maart 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina’s 275 tot en met 281:
Ik deed onderzoek naar de inhoud van de in beslag genomen mobiele telefoon, zijnde de iPhone 12 mini. Ik had de volgende bevindingen:
+ [telefoonnummer]
[medeverdachte 5]
Ik zag in meerdere gesprekken dat de gebruiker van de telefoon [medeverdachte 5] werd genoemd. Enkele voorbeelden ter illustratie:
14-05-2022 17:45 [bijnaam 16] : [medeverdachte 5] Duurt wel lang man bro
14-05-2022 21:05 [bijnaam 3] : sorry man niffo ik zelf ben Amsterdam die Jongens hebben alles verneukt
25-07-2022 20:22 [bijnaam 17] : [medeverdachte 5] je maakte me kk bang
17-09-2022 04:47 [bijnaam 18] : [medeverdachte 5]
21-09-2023 21:25 [bijnaam 19] : [medeverdachte 5] ? Sorry maar ff serieus ik zie “ [bijnaam 12] ”
21-09-2023 23:26 [bijnaam 3] : Ja [bijnaam 12] ken je mij niet meer 21-09-2023 21:26 [bijnaam 19] : Jawel [medeverdachte 5]
21-09-2023 21:33 [bijnaam 3] : Wilde net zeggen
17-07-2024 01:23 [bijnaam 20] : [medeverdachte 5] ben je wakker
Ik zag in een gesprek tussen [naam 2] (+ [telefoonnummer 4] ) en [bijnaam 3] de volgende berichten gestuurd door [bijnaam 3] :
22-09-2024 18:07: Ja kreeg stopteken man
Ja wok melding gekregen
Ik zag in de politiesystemen dat verdachte [medeverdachte 5] op 22 september 2024 was gecontroleerd door de politie en dat er een wok melding was opgemaakt op het voertuig waarop hij reed.
Messages
Ik zag dat de eigenaar van de telefoon communiceerde onder de naam [bijnaam 3] .
[bijnaam 7] ! + [telefoonnummer 5] (Whatsapp):
Ik herkende de inhoud van het gesprek ambtshalve als zijnde een dealgesprek tussen dealer en klant.
13-12-2024 01:10 [bijnaam 7] : Wat kun je brengen dan?
13-12-2024 01:10 [bijnaam 3] : SOS mmc pillen MDMA
13-12-2024 02:24 [bijnaam 3] : Wij komen jou zo de testers brengen
13-12-2024 02:56 [bijnaam 3] : Links Ket rechts mdma midden onder 3mmc
[bijnaam 8] ! + [telefoonnummer 6] (Whatsapp):
Ik herkende de inhoud van het gesprek ambtshalve als zijnde een dealgesprek tussen dealer en klant.
12-05-2024 15:50 [bijnaam 8] : Hi hoi! Kunnen wij 3 gram 3mmc bestellen?
12-05-2024 15:50 [bijnaam 3] : Ja hoor
[bijnaam 5] + [telefoonnummer 7] (Whatsapp)
Ik herkende de inhoud van het gesprek ambtshalve als zijnde een dealgesprek tussen dealer en klant.
07-05-2022 00:17 [bijnaam 3] : Wat wil je
07-05-2022 00:17 [bijnaam 5] : 50 Peru voor boven maar rauw
07-05-2022 00:19 [bijnaam 3] : Ja natuurlijk je hebt zeker 50 cash
07-05-2022 00:19 [bijnaam 5] : Ja heb ik bros
07-05-2022 00:20 [bijnaam 5] : Moet wel rauw hebbe g
07-05-2022 00:21 [bijnaam 3] : Ja gwn rauw
07-05-2022 00:23 [bijnaam 3] : Binnen 30min
[bijnaam 6] + [telefoonnummer 8] (Whatsapp)
Ik herkende de inhoud van het gesprek ambtshalve als zijnde een dealgesprek tussen dealer en klant.
25-05-2022 01:05 [bijnaam 3] : Hai wat had je nodig
25-05-2022 01:05 [bijnaam 6] : 50
25-05-2022 01:06 [bijnaam 3] : Neus?
25-05-2022 01:06 [bijnaam 6] : Ja c
30-05-2022 22:20 [bijnaam 6] : Kun je straks langskomen? Zelfde 50 sos
30-05-2022 23:15 [bijnaam 3] : Ben er
het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] van 26 maart 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 129:
Op 25 maart 2025 bekeek ik, verbalisant [verbalisant 2] , de inhoud van de onder de verdachte in beslag genomen telefoon, zijnde een witte Apple iPhone 13.
Dit toestel betreft een Dual-Sim en is voorzien van twee telefoonnummers.
+ [telefoonnummer 16]
+ [telefoonnummer 17]
het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 8] van 12 mei 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 424:
Op 11 augustus 2024 is de broer van [medeverdachte 5] , te weten [verdachte] , geboren [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] , in Enschede aangehouden ter zake bezit harddrugs. Tijdens deze aanhouding werden 24 zakjes/eenheden drugs, 1.030 euro en 3 telefoons in beslag genomen. Opvallend was dat een van deze telefoons het telefoonnummer + [telefoonnummer 9] had.
het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] van 3 november 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina’s 707 tot en met 716:
Ik deed onderzoek naar de inhoud van de onder verdachte [medeverdachte 5] in beslag genomen mobiele telefoon. Ik had de volgende bevindingen:
Phone model : Iphone 16
MSISDN : + [telefoonnummer 2]
Whatsapp:
Ik zag dat er 267 gesprekken actief waren met hierin 3111 verstuurde en/of ontvangen berichten, tussen 27 februari 2025 en 25 september 2025. Ik zag dat de gebruiker gebruik maakte van het telefoonnummer + [telefoonnummer 2] onder de naam [bijnaam 4] (owner). Ik zag dat de gesprekken konden worden aangemerkt als dealgesprekken.
[bijnaam 9]
Ik zag dat er 75 berichten waren verstuurd en/of ontvangen, tussen 27 februari 2025 en 16 augustus 2025. Ik herkende het gesprek ambtshalve als zijnde een dealgesprek tussen een drugsdealer en een afnemer.
17-03-2025 [bijnaam 9] : Hey 10g 3mm tot vrijdag mogelijk? Bad Bentheim
Johny: Ja
Whatsapp Buisiness:
Ik zag dat er 268 actieve gesprekken waren met 2642 verstuurde en/of ontvangen berichten, tussen 27 februari 2025 en 29 september 2025. Ik zag dat er gebruik werd gemaakt van het telefoonnummer + [telefoonnummer 2] met de naam [bijnaam 4] . Ik zag dat de gesprekken konden worden aangemerkt als dealgesprekken.
[bijnaam 10]
Ik zag dat er 83 berichten waren verstuurd en/of ontvangen, tussen 5 maart 2025 en 28 september 2025. Ik herkende het gesprek ambtshalve als zijnde een dealgesprek tussen een drugsdealer en afnemer.
28-09-2025 [bijnaam 6] : Jo kan je ook mdma fiksen
[bijnaam 4] : Hoeveel
[bijnaam 6] : 25 euro van dat en 25 voor de neus en 25 rook
[bijnaam 4] : Nee dat lastig
Heb alleen 20/30/50 rook en neus
[bijnaam 6] : 20 n en 30 rook
Heidehof en hoe lang duurt
[bijnaam 4] : 30min ong
[bijnaam 4] : Hij is er
het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] van 28 maart 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina’s 431 tot en met 434:
Op 11 augustus 2024 werd [verdachte] aangehouden.
Omschrijving goed
Merk: Apple iPhone 12
Onderzoek telefoon
Whatsapp
Ik zag dat nagenoeg alle gesprekken gingen over de handel in verdovende middelen. Hierbij was ‘ [bijnaam 11] ’, de gebruiker van de telefoon, de verkopende partij.
Chat “ [bijnaam 12] ”
In de telefoon trof ik een chat aan met de contactpersoon “ [bijnaam 12] ”. Dit contactpersoon maakte gebruik van het volgende nummer + [telefoonnummer] . Uit onderzoek is gebleken dat dit telefoonnummer in gebruik was bij een dealtelefoon welke onder [medeverdachte 5] [verdachte] in beslag is genomen. De chat tussen “ [bijnaam 11] ” en “ [bijnaam 12] ” startte op 10 mei 2024 en eindigde op 10 augustus 2024. De chat bevat 2534 berichten. Ik zag dat “ [bijnaam 11] ” in de chat opdrachten gaf aan “ [bijnaam 12] ”. Uit de berichtgeving kon ik opmaken dat dit opdrachten waren om drugs te bezorgen.
Ter illustratie zal ik een aantal berichten citeren. Het overgrote deel van de chat
bestaat uit soortgelijke berichtgeving.
13-5-2024
[bijnaam 11] : wbj
[bijnaam 11] : Die hotel
[bijnaam 11] : Flechter
[bijnaam 11] : Hengelo straat
[bijnaam 11] : Bij stadion
[bijnaam 11] : 3 Donny rook
[bijnaam 12] : Ja
[bijnaam 11] : [naam 4]
[bijnaam 11] : Scoote
[bijnaam 12] 15min Ong
[bijnaam 11] : Hij is er al met 2
[bijnaam 11] : Daarna Ypelo brink 198
[bijnaam 11] : 1 donker
[bijnaam 12] : isg
het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] van 26 maart 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 455 en 456:
Omschrijving goed
Merk: Apple iPhone 12
Onderzoek telefoon
In de telefoon werd een chat aangetroffen met een contactpersoon onder de naam “ [bijnaam 13] ’. [bijnaam 13] maakte gebruik van het volgende telefoonnummer: + [telefoonnummer 10] . Volgens een CIOT bevraging staat dit telefoonnummer op naam van: [medeverdachte 3] . De chat tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] beslaat een periode van 30 april 2024 tot en met 3 augustus 2024. In deze periode stuurt [medeverdachte 3] , op verzoek van [verdachte] , 42 betaalverzoeken via ‘Tikkie’. Nadat het betaalverzoek door [medeverdachte 3] is verstuurd, stuurt [verdachte] dit betaalverzoek door naar een klant. Middels dit betaalverzoek betaalt de klant de verdovende middelen. [verdachte] verifieerde bij [medeverdachte 3] of het betaalverzoek daadwerkelijk was betaald door de klant. [verdachte] vroeg meerdere keren aan [medeverdachte 3] of zij wilde pinnen. Daarna spreken zij bij een bepaalde plek af.
het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] van 2 oktober 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 960:
Mijn vriendin [medeverdachte 1] vroeg mij of ik Tikkie wilde doen voor hem. Hij noemde zich [bijnaam 15] en [bijnaam 14] . Ik weet dat dit de broer van de vriend van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] , was.
het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] van 22 oktober 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina’s 722 tot en met 724:
Ik deed onderzoek naar een toestel welke op 29 september 2025 inbeslaggenomen is onder de verdachte [verdachte] . Dit toestel werd aangetroffen in de slaapkamer van de woning gelegen aan de [adres 1] te [woonplaats 2] .
Toestel
Merk : Apple
Type : iPhone 15
Apple ID : [bijnaam 2] @hotmail.com
MSISDN : + [telefoonnummer 11]
Calls
Ik zag dat er 823 oproepen waren geregistreerd op het toestel. De eerste oproep vond plaats op 10 maart 2025 en de laatste oproep op 29 september 2025.
Contactpersonen
Ik herkende een groot aantal contactpersonen aan de naam waaronder ze stonden opgeslagen. Deze contactnamen ben ik tegengekomen in telefoons die op eerdere momenten zijn inbeslaggenomen onder [verdachte] en [medeverdachte 5] . Deze contactpersonen betroffen allemaal personen welke afnemers waren van verdovende middelen.
Daarnaast zag ik dat het contact ‘ [bijnaam 4] ’ in de telefoon stond en was opgeslagen onder het volgende telefoonnummer: [telefoonnummer 3] . Uit onderzoek is gebleken dat er een telefoon onder [medeverdachte 5] in beslag is genomen, die gebruik maakte van deze naam en dit nummer. Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat het telefoonnummer [telefoonnummer 3] werd gebruikt als deallijn.
Snapchat
Ik zag dat het snapchataccount “ [bijnaam 2] ” was gekoppeld aan de telefoon.
Signal
Ik zag dat het telefoonnummer + [telefoonnummer 11] met de naam “ [bijnaam 14] ” gekoppeld was aan de app Signal. Ik zag dat er slechts één chat in stond. Dit betrof de chat met ‘ [bijnaam 4] ’, die gebruik maakte van het telefoonnummer + [telefoonnummer 2] .
[bijnaam 4] + [telefoonnummer 2] :
Ik zag dat het gesprek tussen [bijnaam 14] en [bijnaam 4] de periode besloeg van 7 maart 2025 tot en met 14 maart 2025. In de chat geeft [bijnaam 14] opdrachten aan [bijnaam 4] om verdovende middelen te bezorgen. In de chat spreken ze over onder andere ‘nosso’, ‘rook’ en ‘doeroe’. Het is mij ambtshalve bekend dat ze hiermee snuif cocaïne, crack en cocaïne bedoelen.
Whatsapp
Ik zag dat het telefoonnummer + [telefoonnummer 11] met de naam “ [bijnaam 2] ” gekoppeld was aan het Whatsapp account in deze telefoon.
[naam 1]
Ik zag dat op 25 september 2025 een gesprek had plaatsgevonden tussen [naam 1] en [bijnaam 2] . In dit gesprek vraagt [bijnaam 2] wanneer hij zijn schulden komt aflossen van de “pof lijst”.
Op 28 september 2025 vraagt [naam 1] aan [bijnaam 2] of hij nog een kleine kan missen die hij later betaalt. Het is mij ambtshalve bekend dat ze met ‘kleine’ een kleine ponypack cocaïne bedoelen.
Feit 4
de kennisgeving van inbeslagneming met registratienummer PL0600-2025085831-135 van 12 november 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 1481:
Inbeslagneming
Plaats : [adres 1] , [woonplaats 2]
Omstandigheden : Geld aangetroffen op het nachtkastje in de slaapkamer van de verdachte, tijdens de doorzoeking
Beslagene
Achternaam : [verdachte]
Voornamen : [verdachte]
Object : Geld
Totale hoeveelheid : 1490 EUR
het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 25 november 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 880:
A: Ik kwam wel eens aan de [adres 1] . Ik childe daar en viel wel eens in slaap.
het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 4] , [verbalisant 5] en [verbalisant 6] van 24 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina’s 64 tot en met 67:
Op 24 februari 2025 in Enschede deelde ik, verbalisant [verbalisant 4] , aan [verdachte] mede dat wij hem zo meteen zouden gaan fouilleren, gezien het aantreffen van de verdovende middelen. Ik hoorde dat [verdachte] zei: “Kijk dan ook maar in mijn tas”. Ik, verbalisant [verbalisant 4] , keek hierop in de schoudertas van [verdachte] . Ik zag dat hier meerdere verschillende coupures in zaten. Ik zag dat het een stapel dubbelgevouwen briefjes was.
Wij, verbalisanten [verbalisant 4] , [verbalisant 5] , [verbalisant 6] , telden in het arrestantencomplex te Borne het geld welke verdachte [verdachte] bij zich had. Wij zagen dat dit in totaal 1405, -- euro was.
het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] van 18 november 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 104 en 105:
Tijdens de doorzoeking op 24 februari 2025 aan de [adres 2] te [woonplaats 2] werden naast het bed en naast de kledingkast van [medeverdachte 5] verschillende geldbedragen aangetroffen. Het gaat in totaal om 6809,30 euro.
het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 5] van 5 december 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 850:
V: Zo blijkt uit onderzoek dat jullie onder andere [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] hebben gebruikt voor het maken van betaalverzoeken voor de verkoop van drugs. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] hebben tikkies voor jou gedaan? A: Ja
V: Hoe ging dat precies? A: Ik vroeg ze gewoon om een tikkie
V: En dan? A: En dan kreeg ik het tikkie.
A: Ik vraag om een tikkie te maken en daarna vraag ik om de bevestiging of de betaling gelukt was. Daarna kom ik om de zoveel dagen het geld cash ophalen.
V: Waar blijft dat geld nu? A: Bij jullie nu
V: Dat geld wat wij hebben aangetroffen is het geld wat je verdiend hebt? A: Ja
het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 7] van 30 september 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 652:
Op 29 september 2025 vond er een doorzoeking ter inbeslagneming plaats aan de [adres 2] te Enschede. Tijdens de doorzoeking werd in de volgende ruimtes de volgende goederen aangetroffen:
Slaapkamer [medeverdachte 5] : 24.120,00 euro contant
het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] van 7 mei 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 318:
Ik zag in de dealtelefoon, iPhone mini 12, van verdachte [medeverdachte 5] [verdachte] ( [bijnaam 3] ) een gesprek met ‘[alias]’ + [telefoonnummer 12] . Het is mij uit dit onderzoek bekend dat dit nummer op naam staat en in gebruik is bij [medeverdachte 1] .
Betaalverzoeken en dealgesprekken
Ik zag dat in het gesprek tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] meerdere ING-betaalverzoeken werden verstuurd. Ik zag dat verdachte [medeverdachte 5] aan verdachte [medeverdachte 1] vroeg om een betaalverzoek aan te maken. Ik zag dat verdachte [medeverdachte 5] aan verdachte [medeverdachte 1] vroeg om een betaalverzoek aan te maken. Ik zag dat deze betaalverzoeken vervolgens door verdachte [medeverdachte 5] werden doorgestuurd aan afnemers om de drugs te betalen. Ik zag dat verdachte [medeverdachte 5] aan verdachte [medeverdachte 1] bevestiging vroeg of de betaalverzoeken betaald waren.
het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] van 16 april 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 315:
Op 16 april 2025 deed ik onderzoek naar het gesprek tussen verdachte [medeverdachte 5] [verdachte] en ‘ [bijnaam 21] ’. Ik zag dat er in het gesprek in totaal 212 berichten waren verstuurd/ontvangen. Ik zag dat het eerste bericht was verstuurd op 28 juni 2022 en het laatste bericht was verstuurd op 22 december 2023. Ik zag dat er in totaal veertien tikkies waren verstuurd door [bijnaam 21] aan de verdachte. Ik kon de betalingen van deze tikkies terugvinden in de bankgegevens van verdachte [medeverdachte 2] .
26-06-2022 Ik zag dat dit tikkie was doorgestuurd in dealgesprek. Ik zag dat het tikkie was betaald om drugs te kopen van de verdachte.
16-07-2022 Ik zag dat dit een dealgesprek betrof. Ik zag dat het een tikkie was betaald om drugs te kopen voor de verdachte.
het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] van 2 oktober 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 949 en 950:
A: Ik heb een langere periode tikkies gedaan. Twee jaar.
V: Erken je dat je drugsgeld via jouw rekening hebt witgewassen? A: Dat kan ik wel erkennen.
V: Uit onderzoek is gebleken dat jij een groot aantal tikkies hebt gemaakt, op verzoek van [verdachte] , om betalingen van drugs te voldoen. Wat heb je hierop te zeggen? A: Ik erken het.
V: Leg eens uit hoe het tikkies maken ging?
A: Ik moest tikkies sturen. Deze tikkies kwamen op mijn rekening. En dan vervolgens werd er afgesproken om dat geld op een bepaald moment contant te geven.
V: Hoe ging dat? A: We spraken af op een locatie en dan werd het geld overgedragen.
het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 3] van 8 april 2025 met bijlagen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina’s 462 tot en met 477:
Omschrijving goed
Apple iPhone 13 Pro
Whatsapp
Chat ‘Tikkie’In de telefoon werd op de zogeheten app 'Whatsapp' een chatgesprek aangetroffen met
het contact 'Tikkie'. Dit contact maakte gebruik van het volgende telefoonnummer:
+ [telefoonnummer 13] . Dit telefoonnummer heb ik bevraagd, hieruit kwam naar voren dat dit telefoonnummer is gekoppeld aan Dhr. [medeverdachte 2] .
De berichtgeving tussen [verdachte] en Tikkie besloegen de periode van september 2023 tot en met juni 2024. In deze periode zijn door het contactpersoon Tikkie 75 betaalverzoeken aangemaakt. [verdachte] gaf opdracht aan contactpersoon Tikkie om een betaalverzoek te maken, hierbij werd ook de hoogte van het bedrag doorgegeven. Contactpersoon Tikkie maakte vervolgens een betaalverzoek op en stuurde de betaallink hiervan door naar [verdachte] . Nadat de betaallink met [verdachte] werd gedeeld, werd aan
Tikkie de bevestiging gevraagd of het betaalverzoek was betaald. Met enige regelmaat vroeg [verdachte] aan contactpersoon Tikkie om het geld te pinnen en aan hem te overhandigen.
het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] van 26 maart 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 455 en 456:
Omschrijving goed
Merk: Apple iPhone 12
Onderzoek telefoon
In de telefoon werd een chat aangetroffen met contactpersoon onder de naam [bijnaam 13] gekoppeld aan + [telefoonnummer 14] . Dit telefoonnummer staat op naam van: [medeverdachte 3] . De chat tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] beslaat een periode van 30 april 2024 tot en met 3 augustus 2024. In deze periode stuurt [medeverdachte 3] , op verzoek van [verdachte] , 42 betaalverzoeken via “Tikkie”. Nadat het betaalverzoek door [medeverdachte 3] is verstuurd, stuurt [verdachte] dit betaalverzoek door naar een klant. Middels dit betaalverzoek betaalt de klant de verdovende middelen. [verdachte] verifieerde bij [medeverdachte 3] of het betaalverzoek daadwerkelijk was betaald door de klant. [verdachte] vroeg in de chat meerdere keren aan [medeverdachte 3] of zij wilde pinnen. Daarna spreken zij bij een bepaalde plek af.
het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] van 2 oktober 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 960 en 961:
A: Mijn vriendin ging met een jongen. Later vroeg mijn vriendin aan mij of ik Tikkie wilde doen voor hem.
V: Wie is hem?
A: Hij noemde zich [bijnaam 15] en [bijnaam 14] . Ik weet dat dit de broer van de vriend van [medeverdachte 1] was.
V: Wie is je vriendin en wie is [medeverdachte 5] ? A: [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] , achternaam weet ik niet.
V: Kun je nog bedenken hoe [bijnaam 15] eruit zag? A: Best wel lange jongen met een millimeter kapsel, Hij had een Indonesisch-Aziatisch uiterlijk.
V: Hoe gingen de tikkies in z’n werk? A: Ik moest het pinnen vanaf mijn rekening en we spraken af op een parkeerplaats en ik gaf hem het geld en dan ging ik weer.
het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] van 16 oktober 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven op pagina 719 en 720:
Ik deed onderzoek naar de dealtelefoon van [medeverdachte 5] . Goednummer 3543865. Ik zag hier een whatsappgesprek met [naam 3] + [telefoonnummer 15] . Ik zag dat er in dit gesprek meerdere tikkies verstuurd werden voor de aankoop van drugs.
Ik zag de volgende berichten in het gesprek tussen [medeverdachte 5] en [naam 3] :
24-08-2025 [bijnaam 4] : * stuurt tikkie voor 75,00 euro voor’…’*
[bijnaam 4] : Heb nog niks binnen
Susan: *stuurt printscreen van betaling van genoemde tikkie*
Ik zag dat er 75,00 euro was betaald aan [medeverdachte 4] via Tikkie.
12-09-2025 Susan: * stuurt foto van een brief van de bank in verband met verdachte transacties aan [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] *
Ik zag in de brief dat [naam 3] tussen 14 mei 2025 en 25 augustus 2025 in 45 transacties een som van 2.180,00 euro had overgemaakt naar Tikkie t.n.v. [medeverdachte 4] . Ik zag dat bank toelichting vroeg over deze betalingen.
Ik zag dat de volledige persoonsgegevens van [medeverdachte 4] waren: [medeverdachte 4] .