ECLI:NL:RBOVE:2026:3522

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
24 juni 2026
Zaaknummer
12235098 \ CV EXPL 26-1684
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWArt. 7:213 BWArt. 3.4 allonge gedragsaanwijzingArt. 6.7 algemene huurvoorwaardenRichtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woning na aantreffen handelshoeveelheid illegale drugs in gehuurde

DeltaWonen verhuurt een woning aan de gedaagde. Eind 2025 trof de politie een handelshoeveelheid illegale drugs aan in de woning en berging. DeltaWonen vordert daarop ontruiming van het gehuurde. Gedaagde betwist het spoedeisend belang en stelt dat de drugs alleen in de berging lagen waar hij geen toegang toe had. Ook voert hij aan dat zijn fysieke en mentale gesteldheid zwaarder weegt dan het belang van ontruiming.

De kantonrechter oordeelt dat DeltaWonen een spoedeisend belang heeft vanwege het zerotolerancebeleid tegen drugs en de veiligheidsrisico’s voor omwonenden. De bestuurlijke rapportage en brief van de burgemeester bevestigen de aanwezigheid van handelshoeveelheid drugs in woning en berging. Gedaagde heeft onvoldoende onderbouwd dat hij niet verantwoordelijk is, en zijn stellingen over beperkte toegang tot de berging worden niet aannemelijk geacht.

De tekortkoming van gedaagde rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst. Hoewel gedaagde gezondheidsproblemen en een psychiatrisch ziektebeeld heeft, is dit onvoldoende om ontruiming te voorkomen, mede omdat hij al een tweede kans had gekregen. De kantonrechter acht een ontruimingstermijn van drie maanden redelijk om alternatieve woonruimte te vinden. Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van proceskosten.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen drie maanden wegens aanwezigheid handelshoeveelheid drugs in het gehuurde.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 12235098 \ CV EXPL 26-1684
Vonnis in kort geding van 24 juni 2026
in de zaak van
de stichting
STICHTING DELTAWONEN,
gevestigd in Zwolle,
eisende partij,
hierna te noemen: DeltaWonen,
gemachtigde: mr. B.M. Speerstra,
tegen
[bewindvoerder] ,handelend onder de naam
[bedrijf 1] ,
wonende in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van:
[gedaagde],
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. E. Baldan Kaya.

1.Waar deze zaak over gaat

DeltaWonen verhuurt aan [gedaagde] de woning aan het adres [adres] (hierna: het gehuurde). Eind 2025 heeft de politie een handelshoeveelheid illegale drugs in het gehuurde aangetroffen. DeltaWonen vordert daarom ontruiming van het gehuurde. [gedaagde] voert aan dat DeltaWonen geen spoedeisend belang heeft bij de ontruimingsvordering, dat de drugs is gevonden in zijn berging en hij hier geen toegang toe had en dat zijn belang om het gehuurde te behouden vanwege zijn fysieke en mentale gesteldheid zwaarder weegt dan het belang van DeltaWonen om te ontruimen. De kantonrechter wijst de ontruimingsvordering toe, zij het met een ontruimingstermijn van drie maanden.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 12,
- de producties 13 tot en met 16, alsmede een nieuwe productie 11 ter vervanging van productie 11 ingediend bij dagvaarding, aan de zijde van DeltaWonen,
- de producties 1 tot en met 6 aan de zijde van [gedaagde] ,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 10 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij namens beide partijen pleitaantekeningen zijn voorgedragen.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
DeltaWonen verhuurt met ingang van 25 januari 2021 aan [gedaagde] de woning aan het adres [adres] . Op deze huurovereenkomst zijn de algemene huurvoorwaarden van 1 april 2013 van toepassing.
3.2.
Na verschillende overlastmeldingen zijn DeltaWonen en [gedaagde] op 16 april 2024 een tweede kansovereenkomst in de vorm van een allonge gedragsaanwijzing overeengekomen.
3.3.
Op 25 november 2025 heeft de Politie Eenheid Oost-Nederland aan de burgemeester van de gemeente Kampen een bestuurlijke rapportage verstuurd waarin onder meer het volgende is opgenomen:
“Op donderdag 20 november 2025 ontving de politie een melding via Delta Wonen, dat zij bezig waren met onderhoud aan de [adres] . Tijdens dit onderhoud werd gezien dat er vermoedelijk drugs lag in de berging behorend bij de woning [adres] .”
(…)
“Nadat betrokkene [gedaagde] aangehouden werd, werden zowel zijn woning als de berging behorende bij de woning doorzocht. Hierbij werden onder andere de volgende goederen aangetroffen en in beslag genomen:
- 192 envelopjes (ponypacks) met wit poeder, vermoedelijk cocaïne
- 4 brokken witte materie, vermoedelijk verdovende middelen
- 7 roze pillen
- Zak met daarin 37 pillen/brokken wit/blauw/paars/bruin
- 347 pillen in plastic zak, vermoedelijk MDNA
- Gripzakje met wit poeder
- Plastic zak gevuld met amfetamine
- Gripzakje met 11 grijze pillen”
3.4.
Op 17 februari 2026 heeft de burgemeester per brief aan [gedaagde] gemeld dat [gedaagde] de Opiumwet overtreedt door het aanwezig hebben van de door de politie gevonden goederen. De burgemeester heeft vervolgens een last onder dwangsom opgelegd.
3.5.
DeltaWonen heeft [gedaagde] op 21 april 2026 per brief in de gelegenheid gesteld de huurovereenkomst vrijwillig op te zeggen voordat zij een ontruimingsprocedure start.

4.Het geschil

4.1.
DeltaWonen vordert (samengevat) ontruiming van het gehuurde binnen veertien dagen en veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
4.2.
[gedaagde] voert verweer.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

5.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De kantonrechter moet daarom eerst beoordelen of DeltaWonen ten tijde van dit vonnis bij de voorziening een spoedeisend belang heeft. Het spoedeisend belang volgt naar het oordeel van de kantonrechter uit de aard van de vordering. Daarnaast heeft DeltaWonen voldoende gesteld en onderbouwd dat de ontruiming spoedeisend is, onder meer omdat zij een zerotolerancebeleid hanteert ten aanzien van drugs en dit beleid aan effectiviteit verliest als zij zou moeten wachten op de uitkomst in een bodemprocedure. Dat de politie [gedaagde] niet heeft vervolgd naar aanleiding van de gevonden drugs doet niet af aan dit belang van DeltaWonen. Ook doet het feit dat [gedaagde] voorafgaand aan het starten van deze procedure de gelegenheid is geboden de huurovereenkomst vrijwillig te beëindigen, niet af aan de spoedeisendheid. Dit is immers standaard praktijk ter voorkoming van kosten voor beide partijen. Tot slot heeft [gedaagde] zijn stelling onvoldoende onderbouwd dat DeltaWonen op het moment van haar melding op 20 november 2025 de mogelijke tekortkoming van [gedaagde] niet ernstig genoeg vond om direct actie op te ondernemen. DeltaWonen wist op dat moment immers niet dat er illegale drugs aanwezig waren in het gehuurde, maar had slechts een vermoeden van druggerelateerde activiteiten. Dit vermoeden is later in een bestuurlijke rapportage door de politie bevestigd. Volgens DeltaWonen was zij pas in februari 2026 van deze rapportage op de hoogte naar aanleiding van de door de burgemeester van de gemeente Kampen opgelegde last onder dwangsom. [gedaagde] heeft dit niet weersproken.
5.2.
Aangezien DeltaWonen een spoedeisend belang bij de voorziening heeft, zal de kantonrechter hierna beoordelen of de vordering in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. In deze procedure is geen plaats voor bewijslevering.
5.3.
De kantonrechter stelt bij haar beoordeling als uitgangspunt dat [gedaagde] zich als goed huurder moet gedragen. Dit betekent dat [gedaagde] zich moet houden aan zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst, de allonge gedragsaanwijzing, de algemene huurvoorwaarden en de wet. Indien [gedaagde] deze verplichtingen niet nakomt (een tekortkoming), kan dit reden zijn om de huurovereenkomst te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [1]
[gedaagde] is ernstig tekortgeschoten
5.4.
De kantonrechter is voorlopig van oordeel dat [gedaagde] ernstig is tekortgeschoten in de nakoming van de allonge gedragsaanwijzing [2] , de algemene huurvoorwaarden [3] en zijn wettelijke plicht zich als een goed huurder te gedragen [4] door strafbare feiten vanuit het gehuurde te plegen. DeltaWonen heeft haar vordering onderbouwd met een bestuurlijke rapportage van de politie en een brief van de burgemeester van de gemeente Kampen van 17 februari 2026 waaruit volgt dat [gedaagde] de Opiumwet heeft overtreden door in het gehuurde een handelshoeveelheid illegale drugs aanwezig te hebben. [gedaagde] heeft deze tekortkoming weersproken door aan te voeren dat de politie de illegale drugs alleen in zijn berging zouden hebben aangetroffen en hij niet verantwoordelijk is voor wat er in de berging lag. [gedaagde] was namelijk de sleutel van de berging kwijt en had hierdoor geen toegang tot de berging. DeltaWonen was hiervan volgens [gedaagde] op de hoogte, omdat hij melding had gemaakt bij DeltaWonen om een nieuwe sleutel te ontvangen. [gedaagde] heeft deze nieuwe sleutel nooit gekregen. [gedaagde] heeft toegegeven dat er door de politie pillen in zijn woning zijn aangetroffen, maar dit was volgens [gedaagde] enkel een zakje ibuprofen.
5.5.
[gedaagde] heeft zijn stelling dat de illegale drugs slechts in zijn berging zijn aangetroffen niet onderbouwd. Bovendien blijkt uit de bestuurlijke rapportage van de politie dat er illegale drugs in de berging én in de woning zijn aangetroffen. Ook heeft DeltaWonen tijdens de zitting verklaard slechts bekend te zijn met een melding over een sleutel van de voordeur en niet over een sleutel van de berging. DeltaWonen heeft hierbij verwezen naar de bij dagvaarding overlegde correspondentie tussen haar en [gedaagde] . [gedaagde] heeft dit vervolgens niet weersproken. Dat in de woning van [gedaagde] slechts ibuprofen aanwezig was acht de kantonrechter dus niet aannemelijk. Dat de kans laag zou zijn dat [gedaagde] in de toekomst nogmaals tekortschiet in zijn verplichtingen als huurder, doet, anders dan [gedaagde] stelt, ook niet af aan de ernst van de tekortkoming die reeds heeft plaatsgevonden.
De tekortkoming rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst
5.6.
De kantonrechter is voorlopig van oordeel dat de tekortkoming van [gedaagde] ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. DeltaWonen heeft aangevoerd dat het aanwezig hebben van een handelshoeveelheid drugs in een woning veiligheidsrisico’s met zich meebrengt voor omwonenden, tevens huurders van DeltaWonen. DeltaWonen hanteert daarom een zerotolerancebeleid ten aanzien van drugs om zo de openbare orde, veiligheid en leefbaarheid in de buurt te waarborgen.
5.7.
[gedaagde] heeft onvoldoende onderbouwd dat ontbinding van de huurovereenkomst niet gerechtvaardigd is. [gedaagde] heeft verklaard dat hij geen sociaal netwerk heeft en beschikt over beperkte financiële middelen. Volgens [gedaagde] kan verlies van het gehuurde daarom tot gevolg hebben dat hij op straat belandt. Dit zal zijn fysieke gezondheid in gevaar brengen, omdat [gedaagde] lijdt aan ernstig hartfalen. Daarnaast zal ook zijn mentale gezondheid gevaar lopen, omdat zonder woonplek de begeleiding van [gedaagde] stopt. [gedaagde] is licht verstandelijk beperkt en heeft een psychiatrisch ziektebeeld. Volgens [gedaagde] moet DeltaWonen hier rekening mee houden. DeltaWonen heeft echter aangevoerd dat zij al rekening heeft gehouden met deze bijzondere omstandigheden van [gedaagde] door hem een tweede kans te hebben geven in de vorm van een gedragsaanwijzing. Dat [gedaagde] na deze tweede kans wederom de fout ingaat is hierdoor voor zijn risico. Daar komt bij dat [gedaagde] zijn belang heeft onderbouwd met medische stukken die geen betrekking hebben op de huidige periode (het meest recente stuk komt uit 2024) zodat de kantonrechter niet kan inschatten hoe het op dit moment met de gezondheid van [gedaagde] is gesteld en hoe groot zijn belang is. Bovendien heeft de begeleider van [bedrijf 2] van [gedaagde] tijdens de zitting verklaard dat er vanuit [bedrijf 2] dagelijks iemand bij [gedaagde] langsgaat en dat het op dit moment juist goed met [gedaagde] gaat.
Ontruimingstermijn
5.8.
DeltaWonen heeft tijdens de zitting verklaard dat zij openstaat voor een langere ontruimingstermijn dan de gevorderde veertien dagen. DeltaWonen heeft echter geen specifieke termijn genoemd. De kantonrechter acht een termijn van drie maanden na betekening van dit vonnis redelijk, omdat deze termijn [gedaagde] voldoende in staat stelt andere woonruimte te vinden. Tijdens de zitting is eveneens besproken dat [gedaagde] in aanmerking zou kunnen komen voor begeleid wonen. [gedaagde] heeft aangegeven dat hij hiermee bezig is.
Ambtshalve toetsing: proceskostenveroordeling
5.9.
De huurovereenkomst en de bijbehorende algemene huurvoorwaarden zijn gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen).
5.10.
DeltaWonen heeft onder meer gevorderd dat [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten. Het voor deze vordering relevante beding is opgenomen in artikel 13.1 van de algemene huurvoorwaarden. Met dit beding kan DeltaWonen een beroep doen op een hogere vergoeding van de proceskosten dan de wettelijke aanspraak en kan DeltaWonen een beroep doen op vergoeding van de proceskosten ook als de kantonrechter hierover geen oordeel geeft. Hierdoor wijkt het beding voor de consument ten nadele af van de wettelijke regeling over proceskostenveroordeling.
5.11.
Er bestaat op dit moment echter onduidelijkheid of de rechter de in het ongelijk gestelde partij op grond van het nationale procesrecht mag veroordelen in de proceskosten op grond van artikel 237 Rv Pro als het proceskostenbeding oneerlijk is. De Hoge Raad heeft hierover een prejudiciële vraag gesteld aan het Europese Hof van Justitie. [5] De kantonrechter is van oordeel dat tot die tijd gekozen moet worden voor proceskostenveroordeling op grond van het nationale recht, omdat de Richtlijn 93/13/EEG zich in principe niet verzet tegen toepassing van het buitencontractuele nationale recht in de plaats van een oneerlijk beding. Dit in tegenstelling tot het nationaal recht dat het evenwicht in de contractuele rechtsverhouding beoogt te regelen.
5.12.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van DeltaWonen worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
156,59
- griffierecht
139,00
- salaris gemachtigde
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
873,59

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen drie maanden na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen en te verlaten met medeneming van al het zijne en de zijnen, onder afgifte van alle sleutels aan DeltaWonen,
6.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 873,59, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Margadant en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026. (hg)

Voetnoten

1.Artikel 6:265 BW Pro.
2.Artikel 3.4 allonge gedragsaanwijzing.
3.Artikel 6.7 algemene huurvoorwaarden.
4.Artikel 7:213 BW Pro.