Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[partij A1] ,
2.
[partij A2],
1.[partij B1] ,
2.
[partij B2],
1.De verdere procedure
2.Het tussenvonnis in incident van 15 oktober 2025
3.De feiten voor zover van belang in het incident en de hoofdzaak
Beste mevrouw (…),
Asbest schuur; In de vragenlijst vraag 9 e [opmerking rechtbank: bedoeld is: 9b
] staat vermeld Dat er in de woning en de schuur geen asbesthoudende materialen aanwezig zijn. Tevens in de koopakte artikel 6.4.3. woning en schuren benoemd.
4.De verdere beoordeling in de hoofdzaak en in het incident
metasbest gaat hun beroep op de kenbaarheidscorrectie niet op.
9b Zijn er asbesthoudende materialen in de woning en/of schuur aanwezig? […] nee”) en het antwoord van de verkopende makelaar op de uitdrukkelijke vraag naar aanwezigheid van asbest (
Dat er in de woning en de schuur geen asbesthoudende materialen aanwezig zijn)zoals opgenomen in zijn mail aan [partij A]
Tevens in de koopakte artikel 6.4.3. woning en schuren benoemd’.Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat met de verklaring van [partij B] in artikel 6.4.3. van de koopovereenkomst hetzelfde bedoeld wordt als met de uitdrukkelijke uitlatingen van de verkoopmakelaar in de mail aan [partij A] en de verklaring van [partij B] in de vragenlijst, namelijk dat er geen asbest in het verkochte aanwezig is. Dit geldt temeer nu artikel 6.4.3. een voorgedrukte bepaling betreft waarbij, zoals volgt uit de tekst van de overeenkomst, slechts gekozen kon worden tussen twee opties: ofwel [partij B] verklaren dat aan hen bekend is dat in de onroerende zaak asbest is verwerkt ofwel [partij B] verklaren dat aan hen niet bekend is dat in de onroerende zaak asbest is verwerkt. Hieruit volgt dat er geen standaardbepaling was waarmee verklaard kon worden dat er geen asbest in de onroerende zaak aanwezig is. In dit verband is ook van belang dat [partij B] tijdens de mondelinge behandeling nogmaals uitdrukkelijk hebben verklaard dat zij er ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst vanuit gingen dat er geen asbest in de woning met schuren aanwezig was.
5.De beslissing
woensdag 24 juni 2026om beide partijen in de gelegenheid te stellen een akte in te dienen waarin zij zich uitlaten over het aangekondigde deskundigenbericht,