Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.Samenvatting van de zaak
2.De procedure
- de conclusie van antwoord
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
“Goedemorgen, Wij zijn over naar ons woning aan [plaats] maar ik kan geen wasjes draaien. Ik zie geen afvoer voor de wasmachine. Kan iemand ook uitleggen hoe de installatie allemaal werkt. Ik kan ook niet stofzuigen omdat ik de slang mis. Zou je nog een keer langs willen komen deze week. Om een en ander af te ronden aub?”.Volgens [eiser] bevestigt dit dat [naam 1] namens [gedaagde] de werking van de waterontharder heeft uitgelegd en gedemonstreerd.
“Sanitair zou geleverd worden. [naam 3] start morgen met ventilatie en waterontharder en dan kijken we verder”.[gedaagde] legt verder ter onderbouwing een ondertekende verklaring van [naam 1] , de uitzendkracht van [gedaagde] , over. Daarin verklaart [naam 1] dat hij geen waterontharder heeft gemonteerd of aangesloten.
Is er sprake van een onrechtmatige daad?
- De hoedanigheid van alle betrokken partijen
- De aard en strekking van de desbetreffende overeenkomst
- De wijze waarop de belangen van de derde daarbij zijn betrokken
- De vraag of deze betrokkenheid voor de contractant kenbaar was
- De vraag of de derde erop mocht vertrouwen dat zijn belangen zouden worden ontzien.
- De vraag in hoeverre het voor de contractant bezwaarlijk was met de belangen van de derde rekening te houden.
- De aard en omvang van het nadeel
- De vraag of van de derde kan worden gevergd dat hij zich daartegen had ingedekt.
Het beroep op de algemene voorwaarden
6.De beslissing
woensdag 22 juli 2026voor uitlating door [eiser] of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
bewijsstukkenwil overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moet brengen,
getuigenwil laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden
augustus 2026tot en met
oktober 2026dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
alle partijenuiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor
alle beschikbare bewijsstukkenaan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,