Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
overtreding van voorschriften gesteld bij artikel 32 van Pro de Arbeidsomstandighedenwet, opzettelijk begaan, begaan door een rechtspersoon.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelde
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
overtreding van voorschriften gesteld bij artikel 32 van Pro de Arbeidsomstandighedenwet, opzettelijk begaan, begaan door een rechtspersoon;
een geldboete van € 72.500,- (zegge: tweeënzeventigduizend en vijfhonderd euro);
€ 27.500,- (zevenentwintigduizend en vijfhonderd euro) niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 23.141,56 [drieëntwintigduizend honderdeenenveertig euro en zesenvijftig cent], te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 april 2023 ten behoeve van de benadeelde;