Eiseres had een zorgovereenkomst met Balans Zorg en Budget vanaf 20 augustus 2020, die het Zorgkantoor afkeurde vanwege het ontbreken van een pgb met terugwerkende kracht. In een eerdere tussenuitspraak oordeelde de rechtbank dat het Zorgkantoor niet in redelijkheid tot volledige weigering van het pgb had kunnen komen en gaf het Zorgkantoor de opdracht om alsnog te onderzoeken welke zorg was geleverd en een pgb toe te kennen.
Het Zorgkantoor gaf hieraan geen juiste uitvoering, waardoor de rechtbank in deze einduitspraak het Zorgkantoor opdraagt alsnog een pgb toe te kennen gebaseerd op gemiddeld 83 uur zorg per maand en het uurtarief van het latere toegekende pgb. Tevens moet het Zorgkantoor de zorgovereenkomst goedkeuren, eventueel aangepast aan het verleende pgb.
De rechtbank weegt het belang van rechtmatige besteding van gemeenschapsgelden af tegen het kwetsbare zorgprofiel van eiseres en de erkende geleverde zorg. Het Zorgkantoor had onvoldoende rekening gehouden met deze belangen en de onredelijke nadelige gevolgen voor eiseres. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het Zorgkantoor veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.