ECLI:NL:RBOVE:2026:267
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde van verzorgingstehuis ongegrond verklaard
In deze zaak heeft de Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, op 21 januari 2026 uitspraak gedaan in een geschil over de WOZ-waarde van een verzorgingstehuis. De belanghebbende, Stichting IMMO Zorgwoningfonds 2, had beroep ingesteld tegen de vastgestelde waarde van de onroerende zaak, die op 1 januari 2022 was vastgesteld op € 4.768.000,-. De heffingsambtenaar had het bezwaar van de belanghebbende tegen deze waarde ongegrond verklaard. De rechtbank overweegt dat de heffingsambtenaar bij de waardebepaling gebruik heeft gemaakt van de Taxatiewijzer en dat het mogelijk is om hiervan af te wijken, mits de belanghebbende de gronden voor deze afwijking aannemelijk maakt. De rechtbank oordeelt dat de belanghebbende hierin niet slaagt, omdat zij niet voldoende bewijs heeft geleverd dat de restwaarde van de onroerende zaak op 4,2% moet worden vastgesteld. De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde van de onroerende zaak niet te hoog is en dat de levensduurverlenging van de onroerende zaak gerechtvaardigd is. Het beroep van de belanghebbende wordt ongegrond verklaard, wat betekent dat de vastgestelde WOZ-waarde in stand blijft. De belanghebbende krijgt geen griffierecht terug en ook geen vergoeding van proceskosten.