3.4.1.Feit 3
3.4.1.1. Vrijspraak feit 3
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder feit 3 ten laste is gelegd. Hoewel er wettig bewijs in de vorm van de aangifte van [slachtoffer 3] en de verklaring van [slachtoffer 1] in het dossier aanwezig is, ontbreekt bij de rechtbank de overtuiging dat verdachte daadwerkelijk de handelingen heeft verricht waarover [slachtoffer 3] heeft verklaard en die ten laste zijn gelegd, mede door een gebrek aan objectief bewijs.
De rechtbank overweegt daarover dat de aangifte acht maanden na het incident bij de politie is opgesteld en dat de verklaring van [slachtoffer 1] na anderhalf jaar is opgenomen. Beide verklaringen zijn dus lange tijd na het incident afgelegd, mogelijk als gevolg van de gebeurtenissen op 29 december 2023 (waarover hierna meer), wat de verklaringen kan hebben beïnvloed. Daarbij komt dat [slachtoffer 3] bij de politie foto’s heeft overhandigd van blauwe plekken en een pluk haar waarvan niet objectief kan worden vastgesteld wanneer die zijn gemaakt. De ten laste gelegde geweldshandelingen zijn ook niet door de camera in de autogarage vastgelegd.
De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van het onder 3 ten laste gelegde feit.
3.4.2.Feit 1
3.4.2.1. Feiten en omstandigheden
Op 29 december 2023 heeft [slachtoffer 1] verdachte meermaals opgezocht bij verschillende woningen waar zij op dat moment aanwezig was en heeft hij haar 49 keer gebeld en benaderd via WhatsApp.
Verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer 1] haar belde en zei dat hij achter haar huis stond en met haar wilde praten. Verdachte heeft aangegeven dat ze dit niet wilde. Verdachte is vervolgens via de voorzijde van de woning weggegaan richting het huis van een vriendin. Ook bij die woning heeft [slachtoffer 1] haar opgezocht. Vervolgens is verdachte door verschillende personen gebeld waarbij er tegen haar gezegd werd dat het niet goed ging met de gezamenlijke hond van [slachtoffer 1] en verdachte en dat [slachtoffer 1] met haar wilde praten.
Uit onderzoek naar de verdachtes telefoon volgt dat verdachte die dag om 21:00:28 uur via WhatsApp tegen [naam 1] (hierna: [naam 1]), een vriend van [slachtoffer 1], zegt: “
Laat [slachtoffer 1] komen waar die net was, grote jongenen
gaan we even praten”.Verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer 1] vervolgens met een aantal vrienden, waaronder [slachtoffer 2], en met meerdere auto’s voor het huis, waar verdachte verbleef, is gaan staan. Verdachte en haar moeder zijn naar buiten gelopen. Verdachte heeft daarbij een mes meegenomen. Verdachte heeft verklaard dat het op een gegeven moment zwart voor haar ogen werd en dat zij niet weet of zij [slachtoffer 1] heeft geraakt met het mes.
Op een video-opname van een buurtbewoner is te zien dat een vrouw met bruin haar met een voorwerp, lijkend op een mes, in haar rechterhand loopt. Ze roept op dat moment
: “mama wacht, mama ik heb gestoken”.
[slachtoffer 1] heeft verklaard dat verdachte met haar rechterhand met daarin een mes op hem in sloeg. Ze sloeg op het bovenste gedeelte van zijn rechterarm. Ze sloeg diverse keren op zijn lichaam. [slachtoffer 1] zag en voelde dat verdachte hem met dat mes in zijn linker bovenarm stak.
Uit het LOEF-rapport van 12 april 2026 volgt dat er een steekwond van ongeveer twee centimeter ter hoogte van de buitenzijde van de bicepspees is aangetroffen op de linker bovenarm van [slachtoffer 1]. Er was volgens de behandelend arts mogelijk sprake van letsel aan de elleboogader in de linker bovenarm. Dit letsel geneest binnen enkele weken en wordt gekwalificeerd als licht letsel (AIS-score 1).
[slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij zag dat verdachte een mes in haar handen had en naar [slachtoffer 1] toe liep. Hij verklaart dat het een vleesmes betrof, waarvan het lemmet ongeveer 40 centimeter lang was.
3.4.2.2. Bewijsoverweging feit 1
De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of bewezen kan worden dat er sprake is van een poging tot doodslag (primair), zware mishandeling (subsidiair) of van een poging tot zware mishandeling (meer subsidiair).
Vrijspraak van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde
De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte opzet, al dan niet in voorwaardelijke zin, heeft gehad op het doden van [slachtoffer 1] door met een mes in zijn arm te steken.
De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het onder 1 primair tenlastegelegde.
De rechtbank is daarnaast van oordeel dat hoewel [slachtoffer 1] steekletsel aan zijn linker bovenarm heeft opgelopen, dit niet kan worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel. Uit de medische stukken blijkt dat de steekwond van [slachtoffer 1] in het ziekenhuis is gehecht en de wond binnen enkele weken zou moeten herstellen en er, naast een litteken, geen restletsel zou overblijven.
De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde.
Het onder 1 meer subsidiair ten laste gelegde
De rechtbank stelt vast, op basis van wat onder 3.4.2.1. uiteen is gezet, dat verdachte met een mes in haar hand meerdere duwende, stekende en/of zwaaiende bewegingen in de richting van het (boven)lichaam van [slachtoffer 1] heeft gemaakt, waarbij zij [slachtoffer 1] ook daadwerkelijk met het mes in zijn bovenarm heeft gestoken. De rechtbank is van oordeel dat door te steken met een mes in de bovenarm, waarin zich onder meer diverse zenuwen, spieren en grote bloedvaten bevinden, de aanmerkelijke kans bestaat dat deze onherstelbaar beschadigd raken. Met haar handelen heeft verdachte die kans op zulk zwaar lichamelijk letsel ook aanvaard. De meer subsidiair ten laste gelegde poging zware mishandeling kan daarom wettig en overtuigend bewezen worden.
3.4.2.3. Bewijsoverweging feit 2
De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde feit op grond van de opgenomen bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door de raadsman ten aanzien van de ten laste gelegde feitelijkheden geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van verhoor verdachte van 30 december 2023, pagina 113 en 116;
- het proces-verbaal van aangifte door [aangever] van 30 december 2023, pagina 202 en 203;
- het proces-verbaal van tactisch onderzoek Mercedes-Benz AMG CLA 35 [kenteken], met bijlagen, van 30 december 2024, pagina 206 tot en met 228.