Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 23 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Overijssel
In 2017 kocht eiser bij gedaagde een PVC-vloer die door gedaagde werd gelegd. Eiser ontdekte in 2022 dat de vloer losliet en klaagde tijdig bij gedaagde. Na diverse contacten en een ingebrekestelling in 2024 ontbond eiser de overeenkomst buitengerechtelijk. Een deskundigenrapport stelde mogelijke gebreken vast, maar kon geen concrete oorzaak aanwijzen.
De rechtbank kwalificeerde de overeenkomst als gemengd koop- en aannemingsovereenkomst en paste het consumentenkoopregime toe. De klachtplicht van eiser werd niet geschonden, maar de buitengerechtelijke ontbinding was verjaard omdat de ingebrekestelling te laat was en geen rechtsvordering binnen zes maanden volgde.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat de vloer niet aan de overeenkomst voldeed, mede omdat de vloer vijf jaar probleemloos lag en het rapport slechts algemene mogelijke oorzaken noemde. De vorderingen tot ontbinding, terugbetaling, schadevergoeding en kosten werden afgewezen. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vorderingen van eiser wegens ontbinding en schadevergoeding worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs en verjaring.