Eiseres, met een orthopedische beperking, verzocht het college om haar traplift te vervangen en deze aan de spilzijde van de trap te plaatsen, in plaats van aan de muurzijde waar de huidige traplift is geïnstalleerd. Het college besloot de traplift aan dezelfde zijde te vervangen, wat eiseres betwistte vanwege veiligheids- en bouwvoorschriften.
De rechtbank hield een gerechtelijke plaatsopneming en onderzocht de situatie ter plaatse. Uit het Infoblad van het Ministerie en het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) bleek dat de traplift aan de muurzijde geplaatst kan worden zonder strijd met de bouwvoorschriften, mits de klimlijn verschoven wordt en een leuning aan de spilzijde wordt aangebracht. De steilere hellingshoek aan de spilzijde maakt plaatsing daar technisch onuitvoerbaar.
Hoewel eiseres stelde dat de traplift aan de spilzijde veiliger en praktischer zou zijn, concludeerde de rechtbank dat de door het college gekozen oplossing adequaat is en voldoet aan de wettelijke vereisten. De rechtbank wees ook op de mogelijkheid van mediation om de verstoorde relatie tussen partijen te verbeteren.
Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.