Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer in de zaak tussen
[belanghebbende], belanghebbende,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Belanghebbende, eigenaar van een vrijstaande woning, maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €1.223.000 op 1 januari 2022, welke leidde tot een aanslag onroerendezaakbelasting voor 2023. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond, maar verdedigde in het beroepschrift een lagere waarde van €1.120.000.
Tijdens de zitting op 27 maart 2026 stemde belanghebbende in met deze lagere waarde. De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond is en vernietigde de uitspraak op bezwaar. De WOZ-waarde werd vastgesteld op €1.120.000, wat leidt tot een vermindering van de aanslag.
Daarnaast werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.868 en het griffierecht van €51 aan belanghebbende. De rechtbank zag geen aanleiding voor een extra wegingsfactor voor proceskosten, gelet op het verbod op resultaatgerelateerd honorarium voor advocaten.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verlaagd naar €1.120.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting wordt verminderd.