6.3De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het mishandelen en bedreigen van zijn (toenmalige) vriendin. Huiselijk geweld maakt niet alleen inbreuk op de lichamelijke integriteit en de gezondheid van slachtoffers, maar de ervaring leert dat slachtoffers hiervan nog lange tijd zowel lichamelijk als geestelijk hinder en klachten kunnen ondervinden als gevolg van gevoelens van schaamte, angst en onveiligheid. De mishandeling heeft plaatsgevonden in de woning van het slachtoffer, bij uitstek de plek waar zij zich veilig en geborgen zou moeten kunnen voelen. Bovendien was hun zoontje van toen bijna 2,5 maand op dat moment in de woning aanwezig. Daarnaast heeft verdachte een politiemedewerker met de dood bedreigd.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van 10 november 2025 van verdachte. Hieruit blijkt dat hij eerder met politie en justitie in aanraking is geweest en dat hij zich al meerdere keren schuldig heeft gemaakt aan huiselijk geweld. Bovendien liep hij in de proeftijd van een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, opgelegd voor huiselijk geweld.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het rapport van psychiater A. Banaei Kashani van
25 december 2025. De psychiater rapporteert dat bij verdachte in ieder geval sprake is van beperkte cognitieve vermogens, zonder dat de mate van de beperking duidelijk is. Daarnaast is bij hem sprake van een ongespecificeerde disruptieve, impulsbeheersings- of andere gedragsstoornis. Verder is verdachte getraumatiseerd maar is het niet helemaal duidelijk wat de gevolgen daarvan zijn geweest. Wat betreft de mishandeling en bedreiging heeft verdachte impulsief en ondoordacht gehandeld, passend bij de aanwezige impulsregulatie problemen en heeft hij zijn gedrag onvoldoende beheerst. Door zijn cognitieve beperkingen heeft hij nog minder controle gehad over zijn gedrag. Wat betreft de bedreiging van de politiemedewerker is het volgens de psychiater voor te stellen dat verdachte door de angstige gevoelens die hij ervoer niet helemaal de controle heeft kunnen hebben over zijn gedrag, waarna hij op impulsieve wijze zijn boosheid heeft geuit in de vorm van verbale agressie. De psychiater adviseert om alle feiten in een verminderde mate toe te rekenen en schat de kans op herhaling van agressief gedrag, ook huiselijk geweld, hoog in. Er zijn geen beschermende factoren en verdachte disfunctioneert op vrijwel alle levensgebieden. Toezicht en behandeling hebben tot op heden niet geleid tot gedragsverandering. Om de kans op herhaling te beperken, wordt terbeschikkingstelling met voorwaarden geadviseerd, gezien de complexiteit van de problematiek van verdachte, het hoog ingeschatte recidiverisico én omdat langdurige behandeling en begeleiding noodzakelijk worden geacht. Om verdachte lange tijd te kunnen monitoren en in te kunnen grijpen waar nodig, nadat de TBS is beëindigd, wordt tevens het opleggen van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM) geadviseerd.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het rapport van psycholoog M. ten Berge van
19 december 2025. De psycholoog rapporteert dat bij verdachte sprake is van antisociale persoonlijkheidskenmerken, van impulscontrole- en agressieregulatie problematiek, en van psychotrauma gerelateerde problematiek. Er zijn daarnaast aanwijzingen voor verminderde cognitieve vaardigheden, en mogelijk ook voor middelenproblematiek. Vanuit de trauma gerelateerde klachten – waaronder angst en paniek – lijkt verdachte snel getriggerd te kunnen worden, waarbij hij mede uit een gebrek aan overzicht en adequate oplossingsvaardigheden impulsief en met agressie kan reageren. De psycholoog adviseert de mishandeling en de bedreiging van de politiemedewerker in een verminderde mate toe te rekenen en schat de kans op recidive op relationeel geweld bij onbehandelde problematiek in als hoog. De behandeling zou in theorie plaats kunnen vinden in het kader van bijzondere voorwaarden. In het verleden heeft dit echter tot onvoldoende resultaat geleid en de reclassering heeft eerder aangegeven geen mogelijkheden meer te zien om verdachte binnen het kader van bijzondere voorwaarden te begeleiden. Een andere mogelijkheid is om de behandeling en begeleiding op te leggen in het kader van tbs met voorwaarden. Dit kader biedt meer ‘stevigheid’ en daarmee meer kans van slagen. Ook zijn meer mogelijkheden voor maatwerk op de langere termijn, zowel wat betreft de inhoud van de behandeling en het risicomanagement, als het vormgeven van het resocialisatieproces.
De rechtbank acht de conclusies van de deskundigen gedegen onderbouwd. In de rapportages is helder gemotiveerd hoe de deskundigen tot hun conclusies zijn gekomen. De rechtbank neemt de conclusies daarom over en maakt die tot de hare. Dit brengt mee dat de rechtbank alle bewezenverklaarde feiten in verminderde mate aan verdachte zal toerekenen. Anders dan de psycholoog lijkt te veronderstellen heeft verdachte zijn (toenmalig) partner niet alleen bedreigd met het sturen van een bericht, maar ook verbaal tijdens de mishandeling.
Tot slot heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport van
26 februari 2026. Gezien de problematiek en risicofactoren acht de reclassering een bij start intensieve klinische behandeling noodzakelijk. Een intensief ambulant traject van behandeling en begeleiding zal aansluitend ingezet dienen te worden om verdachte stapsgewijs optimaal te laten resocialiseren en toe te zien op het ontwikkelen van beschermende factoren zoals het vergroten van zijn draagkracht en copingvaardigheden. Gezien het delictverleden van verdachte, de ernst van de (recidiverende) feiten en de noodzaak tot nader diagnostisch onderzoek en een klinische behandeling vanwege de hoge kans op recidive zonder behandeling, acht de reclassering TBS met voorwaarden het meest passende kader. Daarnaast adviseert de reclassering de TBS met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren en een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen.
In aanvulling op het advies heeft de reclassering laten weten dat voor verdachte inmiddels een indicatie is afgegeven voor FPK Transfore en er op 17 maart 2026 een intake gepland stond bij Transfore. Om de tijd op de wachtlijst te overbruggen is er een overbruggingsplek voor verdachte aangevraagd.
De oplegging van een gevangenisstraf
Gezien de ernst van de gepleegde feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Vanwege de omstandigheden waaronder de feiten hebben plaatsgevonden (gepleegd in huiselijke kring, tegen zijn levensgezel, en gepleegd tegen een politieambtenaar) en de recidive van verdachte, zijn de door het LOVS geformuleerde oriëntatiepunten niet meer aan de orde. Alles afwegende acht de rechtbank de gevorderde geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.
De oplegging van de TBS-maatregel met voorwaarden
De rechtbank stelt vast dat is voldaan aan de wettelijke vereisten voor het opleggen van de TBS-maatregel. De rechtbank beschikt over een advies van deskundigen van verschillende disciplines, waaronder een psychiater, die verdachte hebben onderzocht. De door verdachte (onder 1 en onder 3) begane feiten betreffen misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Met inachtneming van de conclusies en het advies van de deskundigen stelt de rechtbank vast dat bij verdachte tijdens het begaan van de bewezenverklaarde feiten een ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond. Ook is duidelijk beschreven in de rapporten dat sprake is van recidivegevaar en stelt de rechtbank vast dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen, de oplegging van de maatregel eist. De rechtbank zal dan ook gelasten dat verdachte ter beschikking wordt gesteld.
Gezien de inhoud van de rapporten zoals hiervoor omschreven, ziet de rechtbank aanleiding om de maatregel op te leggen met de voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd en zoals deze hierna (in het dictum) zijn opgenomen.
De rechtbank is van oordeel dat gelet op de bewezenverklaring, kwalificatie en strafmotivering, in onderling verband en samenhang bezien, sprake is van misdrijven die gericht waren tegen of gevaar veroorzaakten voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen zoals bedoeld in artikel 38e, eerste lid, Sr. De totale duur van de terbeschikkingstelling is daarom niet beperkt tot de duur van vier jaren.
Dadelijke uitvoerbaarheid
Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meerdere personen. De rechtbank zal daarom bevelen dat de TBS met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.
Schorsing voorlopige hechtenis
In zijn arrest van 26 november 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1729) heeft de Hoge Raad uiteengezet dat er geen mogelijkheid bestaat om een nog niet onherroepelijk geworden dadelijk uitvoerbare TBS-maatregel met voorwaarden ‘om te zetten’ in een TBS-maatregel met verpleging van overheidswege. De rechtbank zal met het oog daarop bevelen dat de voorlopige hechtenis wordt geschorst met ingang van het tijdstip waarop verdachte voor zijn klinische behandeling binnen een zorginstelling of een soortgelijke instelling dan wel in een soortgelijke instelling ter overbrugging zal worden opgenomen. Zou verdachte de in dat kader te stellen voorwaarden niet naleven terwijl dit vonnis nog niet onherroepelijk is, dan bestaat de mogelijkheid om de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis te bevelen. Op die manier wordt de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen gewaarborgd. Aan de schorsing zal de rechtbank dezelfde voorwaarden verbinden als te stellen in het kader van de TBS-maatregel.
Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel
De rechtbank leidt uit de stukken over de persoon van verdachte af dat verdachte langdurig behandeling nodig heeft. Mede gelet op de inschatting van de deskundigen en de reclassering is de rechtbank van oordeel dat het creëren van een mogelijkheid om verdachte, ook na beëindiging van de TBS-maatregel, langdurig onder toezicht te stellen noodzakelijk is om recidive te voorkomen. De rechtbank constateert dat de oplegging van deze maatregel in het belang van de bescherming van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen is en dat daarmee aan de wettelijke voorwaarden voor oplegging van een GVM is voldaan. De rechtbank zal daarom, overeenkomstig het advies van de reclassering, aan de verdachte een GVM als bedoeld in artikel 38z Sr opleggen.