Art. 225 SrArt. 420bis SrArt. 420ter SrArt. 10:1 lid 4 Algemene DouanewetArt. 10:1 lid 5 Algemene Douanewet
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling medeplegen gewoontewitwassen, valsheid in geschrift en overtreding aangifteplicht liquide middelen
De rechtbank Overijssel heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen, valsheid in geschrift en het niet voldoen aan de aangifteplicht van liquide middelen. Verdachte heeft in de periode 2017-2021 samen met anderen geldbedragen van ruim €2,1 miljoen en een appartement witgewassen. Daarnaast maakte hij valselijke documenten op en gebruikte hij een vals aanvraagformulier voor een overbruggingsuitkering.
Het bewijs bestond uit financiële analyses van bankrekeningen, chatberichten, valse documenten aangetroffen op de telefoon van verdachte, en verklaringen van medeverdachten. De verdediging voerde onder meer onrechtmatig bewijs aan en betwistte de herkomst van het geld, maar de rechtbank verwierp deze verweren.
De rechtbank oordeelde dat verdachte onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het geld een legale herkomst had. De overschrijding van de redelijke termijn leidde tot een strafvermindering van zes maanden. Verdachte werd veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en verbeurdverklaring van het geldbedrag en het appartement.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, en verbeurdverklaring van geld en appartement wegens medeplegen gewoontewitwassen, valsheid in geschrift en overtreding aangifteplicht liquide middelen.
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 84.270241.21 (P)
Datum vonnis: 12 maart 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1983 in [geboorteplaats] (Suriname),
wonende aan de [woonplaats] .
1.Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 7 november 2024, 7 juli 2025, 12 februari 2026 en 12 maart 2026.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. G. Roethof, advocaat in Amsterdam , naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1: in de periode van 1 januari 2017 tot en met 26 januari 2021 samen met anderen
geldbedragen van in het totaal € 2.204.033,-- en een appartement als gewoonte heeft witgewassen;
feit 2: in de periode van 13 augustus 2018 tot en met 1 september 2018 opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals geschrift door een vals/vervalst aanvraagformulier voor overbruggingsuitkering ter beschikking te stellen aan de stichting Contractspelers Fonds KNVB (CFK);
feit 3:in de periode van 1 januari 2018 tot en met 13 november 2019 samen met anderen opzettelijk diverse geschriften valselijk heeft opgemaakt;
feit 4: op 13 november 2019 te Schiphol opzettelijk niet heeft voldaan aan de aangifteplicht liquide middelen.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
1
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot
en met 26 januari 2021 te ‘s-Gravenhage en/of [plaats 1] en/of elders in
Nederland, Duitsland, China en/of Hong Kong,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen en/of alleen,
(sub a)
(telkens) van een voorwerp(en), bestaande uit:
- een of meerdere geldbedrag(en) van in totaal ongeveer EUR 2.204.033, althans
enig geldbedrag, en/of
- een appartement gelegen aan de [adres 1] te [plaats 1] ,
althans een of meer voorwerpen,
de werkelijke aard, herkomst, vindplaats, vervreemding en/of de verplaatsing heeft
verborgen en/of verhuld, dan wel heeft verborgen en/of verhuld wie de
rechthebbende op dit/die voorwerp(en) was en/of wie het voorhanden had,
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) telkens wist(en), dat deze
voorwerpen – onmiddellijk of middellijk – (deels) afkomstig was/waren uit enig
misdrijf
en/of
(sub b)
(telkens) een voorwerp(en), bestaande uit:
- een of meerdere geldbedrag(en) van in totaal ongeveer EUR 2.204.033, althans
enig geldbedrag, en/of
- een appartement gelegen aan de [adres 1] te [plaats 1] ,
althans een of meer voorwerpen
heeft/hebben verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of
omgezet en/of hiervan gebruik gemaakt,
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) telkens wist(en), dat deze
voorwerpen – onmiddellijk of middellijk – (deels) afkomstig was/waren uit enig
misdrijf
en verdachte en/of zijn mededader(s) van het plegen van witwassen een gewoonte
heeft/hebben gemaakt;
( art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 420bis lid 1 ahf/ond b
Wetboek van Strafrecht, art 420ter lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 420ter lid 2
Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahfPro/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
2
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 augustus 2018
tot en met 1 september 2018 te ’s-Gravenhage, [plaats 1] en/of elders in
Nederland en/of Duitsland,
opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals en/of vervalst geschrift, te weten een
aanvraagformulier voor overbruggingsuitkering (Wonend buiten Nederland)
(DOC-237), zijnde een geschrift(en) dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware dat geschrift echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij,
verdachte, dit aanvraagformulier ter beschikking heeft gesteld en/of doen/laten
stellen aan de stichting Contractspelersfonds KNVB (CFK),
en bestaande die valsheid of die vervalsing hierin dat in dit aanvraagformulier in
strijd met de waarheid een (woon)adres in Zuid-Korea is ingevuld,
terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit geschrift bestemd was voor
Op 13 november 2019 sloeg een geldhond van de Douane aan bij verdachte [verdachte] (verder ook: [verdachte] ) toen hij op het punt stond om vanaf de luchthaven Schiphol ( Amsterdam ) het vliegtuig te nemen naar Hong Kong. Bij de daarop volgende controle, bleek [verdachte] contante geldbedragen bij zich te hebben (€ 139.570 in coupures van € 100, € 200 en € 500 en HKD (Hong Kong Dollar) 2.000). Ook droeg hij een (duur) Rolex polshorloge. [verdachte] werd aangehouden op verdenking van witwassen en het niet doen van een aangifte liquide middelen. Er volgt een strafrechtelijk onderzoek naar onder meer (gewoonte)witwassen, waarbij verdachte op 26 januari 2021 (de dag van doorzoekingen van zijn woning en bedrijfspand) opnieuw is aangehouden. Tevens is op die dag [medeverdachte] (verder [medeverdachte] ) als medeverdachte aangehouden waarbij ook diens woning en bedrijfspand zijn doorzocht. [2]
3.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. Het gewoontewitwassen (feit 1) heeft volgens de officier van justitie bestaan uit het verwerven, voorhanden hebben en overdragen van voorwerpen.
3.3
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor alle feiten.
Allereerst heeft de verdediging aangevoerd dat de telefoon van verdachte niet zonder machtiging van de rechter-commissaris onderzocht had mogen worden. Alle informatie die op de telefoon van verdachte is aangetroffen, is daarom onrechtmatig verkregen en dient op grond van art. 359a Sv van het bewijs te worden uitgesloten.
Verder is - kort samengevat - het volgende aangevoerd.
Ten aanzien van (gewoonte)witwassen (feit 1) dient integrale vrijspraak te volgen. Er is geen sprake van een gronddelict en niet kan worden vastgesteld dat de gelden onmiddellijk dan wel middellijk afkomstig zijn uit enig misdrijf. Uit de door de officier van justitie aangehaalde witwastypologieën kan niet een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen worden afgeleid. Het vervoer/aanwezig hebben van grote contante geldbedragen is helemaal niet ongebruikelijk gelet op de Surinaamse roots van [verdachte] , de cultuur in China en in de professionele voetbalwereld. Het vervoer van geld op het lichaam of in kleding vormt evenmin een witwasindicatie en zegt niets over de bron van het geld. Ook het niet doen van aangifte van de liquide middelen boven de € 10.000,-- kan niet de conclusie rechtvaardigen dat het geld afkomstig is uit enig misdrijf.
Daar tegenover staat dat verdachte een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven voor de herkomst van de contante gelden en de gelden waarmee het appartement aan de [adres 1] in [plaats 1] is aangekocht. [verdachte] heeft verder aantoonbaar vele miljoenen euro’s op legale wijze verdiend gedurende zijn voetbalcarrière en daarna via scouting en bemiddeling, gokwinsten en winsten van het doorverkopen van luxe horloges. Hierdoor beschikte hij over grote sommen contant geld. Het Openbaar Ministerie heeft nagelaten om onderzoek te doen naar de alternatieve herkomst van deze gelden.
Ten aanzien van feit 2 is geen sprake van valsheid van het formulier, omdat verdachte ten tijde van het invullen van dit formulier in Zuid-Korea woonde en daar stond ingeschreven.
De geschriften genoemd in feit 3 zijn evenmin vals. De chatgesprekken hierover met medeverdachten zien niet op het verhullen van geld met en criminele herkomst, maar op het op orde brengen van de administratie en komen overeen met de werkelijkheid.
Ten aanzien van feit 4 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De aanleiding van het onderzoek van de FIOD was de hiervoor benoemde aanhouding van verdachte [verdachte] op 13 november 2019 op Schiphol. Het geld werd in beslag genomen en de FIOD heeft vervolgens onderzoek verricht naar de herkomst van het contante geld en de financiële positie van [verdachte] . De FIOD heeft hiertoe onder meer de diverse gegevensdragers, waaronder de telefoon van verdachte, onderzocht. Op de telefoon van verdachte is veel relevante informatie aangetroffen zoals chatgesprekken met medeverdachten en enkele geschriften.
De raadsman heeft aangevoerd dat de politie ten onrechte zonder voorafgaande machtiging van de rechter-commissaris (hierna [verdachte] ) onderzoek heeft gedaan aan de telefoon van de verdachte. Daardoor is de persoonlijke levenssfeer van de verdachte geschonden. Dit vormverzuim dient volgens de raadsman te leiden tot bewijsuitsluiting van alle informatie die op de telefoon is aangetroffen.
De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. Indien onderzoek naar gegevens op een elektronische gegevensdrager een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer met zich brengt, is voorafgaande toestemming van een rechterlijke instantie of onafhankelijk bestuursorgaan vereist (zie het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 4 oktober 2024, ECLI:EU:C:2024:830, in de zaak ‘Landeck’). Van een beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is al geen sprake meer als op voorhand is te voorzien dat door het onderzoek aan een smartphone (of andere elektronische gegevensdrager of geautomatiseerd werk) inzicht wordt verkregen in verkeers- en locatiegegevens, maar ook in andersoortige gegevens (zoals foto’s, de browsergeschiedenis, de inhoud van via die smartphone uitgewisselde communicatie, en andere gevoelige gegevens). Als politie en justitie in zo’n geval onderzoek willen verrichten aan in beslag genomen elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken, is voor dat onderzoek – behalve in spoedeisende gevallen – een voorafgaande toetsing door de rechter-commissaris vereist (zie het arrest van de Hoge Raad van 18 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:409).
In deze zaak is niet de gehele telefoon van verdachte onderzocht, maar heeft gericht onderzoek plaatsgevonden in het kader van de verdenking witwassen. Hierbij is onderzoek gedaan naar gebruikersgegevens, documenten en chatgespreksgeschiedenis. Gelet hierop was een voorafgaande toetsing door de rechter-commissaris vereist. Deze toetsing is achterwege gebleven en dit levert een onherstelbaar vormverzuim op.
De rechtbank zal evenwel volstaan met de vaststelling van dit vormverzuim en daaraan geen rechtsgevolg verbinden. Daarbij is van belang dat ten tijde van het onderzoek aan de telefoon van de verdachte het hiervoor genoemde arrest van het Hof van Justitie nog niet was gewezen en de betekenis van het overtreden vormvoorschrift nog niet (algemeen) bekend was. Bovendien zou een rechter-commissaris – indien om toestemming zou zijn gevraagd voor onderzoek aan de telefoon zoals dat heeft plaatsgevonden- naar redelijke verwachting die toestemming zonder nadere beperkingen hebben gegeven. De verdachte is derhalve door het vormverzuim niet in relevante mate in zijn belangen geschaad. De verkregen gegevens uit de telefoon van verdachte zijn bruikbaar voor het bewijs.
Feit 1 (witwassen) en feit 3 (opmaken/gebruik maken valse geschriften)
De feiten 1 en 3 lenen zich voor gezamenlijk bespreking waarbij de rechtbank, na het juridische kader, de relevante feiten en omstandigheden zo veel als mogelijk in chronologische volgorde in de tijd zal bespreken.
Juridisch kader witwassen
Voor een veroordeling voor witwassen dient wettig en overtuigend te worden bewezen dat de geldbedragen waarop de verdenking van witwassen betrekking heeft afkomstig zijn van enig misdrijf. Dat een voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf kan, indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden geacht indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
In het onderhavige FIOD onderzoek is geen direct bewijs voorhanden voor een criminele herkomst van het contante geld waarmee de ten laste gelegde voorwerpen zijn bekostigd.
De zittingsrechter dient in dat geval bij de toetsing de volgende stappen te doorlopen.
Allereerst zal moeten worden vastgesteld of de door het Openbaar Ministerie aangedragen feiten en omstandigheden, bezien in samenhang met de zogenaamde typologieën van witwassen, van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen.
Indien deze omstandigheid zich voordoet, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld of de goederen. Een dergelijke verklaring dient concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk te zijn.
Zodra het door de verdachte geboden tegenwicht daartoe aanleiding geeft, ligt het vervolgens op de weg van het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst van het geld en de goederen.
Uit de resultaten van een dergelijk onderzoek zal dienen te blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de geldbedragen en de goederen waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst hebben en dat derhalve een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden. [3]
Het onderhavige verwijt zal aan de hand van dit toetsingskader worden beoordeeld.
Door het Openbaar Ministerie aangedragen feiten en omstandigheden
De FIOD heeft onderzoek verricht naar de herkomst van het contante geld dat [verdachte] tijdens zijn aanhouding op Schiphol in zijn bezit had en naar de algehele financiële situatie van [verdachte] en zijn medeverdachte [medeverdachte] . De legale inkomens van [verdachte] en [medeverdachte] zijn daarbij in beeld gebracht en diverse bankrekeningen zijn geanalyseerd. De bevindingen van de FIOD zijn als volgt.
Legaal inkomen [verdachte]
was professioneel voetballer in de periode 2004 tot en met 2018. Hij heeft hij achtereenvolgens gespeeld bij ADO Den Haag, Feyenoord, Hamburger SV (Duitsland), Volga Nizjni Novgorod (Rusland), RKC Waalwijk, Western
Sydney Wanderers (Australië) en Suwon Samsung Bluewings (Zuid-Korea). Daarnaast was hij van 2004 tot 2007 international in het Nederlands voetbalelftal.
In de ten laste gelegde periode voetbalde [verdachte] bij Zhejiang Yiteng in China (verder Yiteng ) en daarna nog een korte periode bij VVV Venlo (januari tot en met juli 2018). [4]
Uit de arbeidsovereenkomst tussen [verdachte] en Yiteng (met ingangsdatum 15 januari 2017 en einddatum 14 november 2017) volgt een (basis)salaris van 275.000 USD. De FIOD heeft het totaal legale inkomen van [verdachte] over de periode dat hij bij Yiteng heeft gespeeld, berekend op 331.500 USD inclusief bonussen. Uit analyse van de bankrekeningen van [verdachte] komt naar voren dat hij van Yiteng in totaal € 316.870,02 giraal heeft ontvangen. [5]
Na analyse van de Nederlandse bankrekeningen van [verdachte] heeft de FIOD geconstateerd dat hij € 37.992,-- inkomen heeft genoten voor zijn werkzaamheden bij VVV Venlo. [6]
Daarnaast ontving [verdachte] in de ten laste gelegde periode uitkeringen van de Stichting Contractspelersfonds KNVB (hierna ook: het CFK). Over de periode van januari 2017 tot en februari 2021 ontving [verdachte] van het CFK in totaal € 210.108,-- op zijn Nederlandse bankrekeningen en over de periode van 24 augustus 2018 tot en met 25 maart 2020 totaal € 240.408,-- op zijn Duitse bankrekeningen. [7]
Na zijn voetbalcarrière is [verdachte] actief geweest als voetbalscout en/of voetbalmakelaar. Verdachte deed dit al dan niet middels het aan hem gelieerde bedrijf [bedrijf 3] B.V. (hierna [bedrijf 3] ). [8] [bedrijf 3] is op 4 juni 2019 opgericht met [bedrijf 4] B.V. als enig aandeelhouder en bestuurder. [9] [bedrijf 4] BV is op 24 januari 2020 opgericht met verdachte als enig aandeelhouder en bestuurder. [10] Volgens de FIOD zijn deze werkzaamheden van [verdachte] in de ten laste gelegde periode verliesgevend geweest. [11]
Contante stortingen op bankrekeningen [verdachte]
Uit onderzoek is gebleken dat [verdachte] gebruik maakte van vier Nederlandse Bankrekeningen met de nummers [rekeningnummer 1] , [rekeningnummer 2] , [rekeningnummer 3] en (op naam van [bedrijf 3] ) [rekeningnummer 4] . [12]
Daarnaast maakte verdachte gebruik van vier Duitse bankrekeningen (bij de Commerzbank AG) met de nummers [rekeningnummer 5] , [rekeningnummer 6] (USD rekening), [rekeningnummer 7] en [rekeningnummer 8] . [13]
De FIOD heeft voornoemde bankrekeningen uitvoerig geanalyseerd waarbij geconstateerd werd dat zowel de Nederlandse bankrekeningen als de Duitse bankrekeningen zijn gevoed met een groot aantal contante stortingen tot een totaalbedrag van € 1.622.350,--.
In de periode van 23 maart 2017 tot en met 27 januari 2020 is middels 15 stortingen
€ 930.890,-- contant gestort op de Duitse bankrekening [rekeningnummer 5] , waarvan 5 stortingen van € 100.000,--. De meeste contante stortingen vonden plaats in 2017 en 2018, namelijk 6 stortingen met een totaalbedrag van € 531.000,-- respectievelijk 8 stortingen met een met een totaalbedrag van € 398.850. In 2019 werden geen contante stortingen verricht en in 2020 vond slechts een contante storting plaats van € 1.040,--. [14]
Binnen de ten laste gelegde periode is een bedrag van € 691.460,-- middels 96 stortingen contant gestort op de Nederlandse bankrekeningen. De hoogste storting bedroeg € 15.000,-- Er zijn in totaal 26 stortingen gedaan tussen de € 14.000,-- en € 15.000,--. Dit kan volgens de FIOD worden aangemerkt als ‘smurfgedrag’ en hangt samen met de meldgrens voor banken voor ongebruikelijke transacties. Een voorbeeld hiervan is dat in de periode 18 maart 2017 tot en met 28 maart 2017 zes contante stortingen zijn gedaan, variërend van € 14.340,-- tot en
met € 15.000,-- met een totaalbedrag van € 89.180,--. [15]
Contante stortingen op bankrekeningen [naam 1] en [naam 2]
Daarnaast heeft de FIOD de bankrekeningen van [naam 1] (een neef van [verdachte] , hierna [naam 1] ) en [naam 2] (de partner van [verdachte] , hierna [naam 2] ) onderzocht, waarbij eveneens werd geconstateerd dat de bankrekeningen werden gevoed door contante stortingen.
[naam 1] had bij de ING de volgende drie bankrekeningen: [rekeningnummer 9] , [rekeningnummer 10] en [rekeningnummer 11] . Op deze bankrekeningen van [naam 1] is in de periode van april 2018 tot en met 10 december 2020 middels 21 stortingen in totaal
€ 81.810,-- contant gestort. [16] [naam 1] heeft tegenover de FIOD bevestigd dat [verdachte] gebruikt maakte van zijn rekening en daar contante bedragen op stortte of liet storten. [naam 1] heeft verklaard dat hij niet heeft gevraagd naar de herkomst van het geld, maar dat hij dat achteraf misschien wel had moeten doen. [17]
Op de bankrekening van [naam 2] (met nummer [rekeningnummer 12] ) is in de periode van 1 januari 2017 tot en met 5 februari 2021 middels 28 stortingen totaal
€ 157.235,-- contant gestort. De hoogte van de stortingen varieerde van € 520,-- tot
€ 15.000,--. Zevenmaal werd een bedrag gestort in de categorie van € 13.500,-- tot € 15.000,--. Op zowel 22, 23 en 24 maart 2017 werd € 15.000 gestort. [18]
[naam 2] heeft tegenover de FIOD geen verklaring willen afleggen, maar in antwoord op vragen van de ING ten aanzien van het totaalbedrag van € 60 965,-- aan contante stortingen over de periode 20 maart 2017 tot en met 28 maart 2017, heeft zij geschreven dat het spaargeld betrof van [verdachte] . [19] . Volgens de FIOD heeft [naam 2] naast kinderbijslag en toeslagen geen ander legaal inkomen en leeft zij vermoedelijk van gelden van [verdachte] . [20]
Overzicht girale geldstromen van en naar China in 2018, 2019 en 2020
Zoals hiervoor benoemd, is het arbeidscontract van [verdachte] met Yiteng op 14 november 2017 geëindigd, maar hij en ook medeverdachte [medeverdachte] ontvingen over de jaren 2017, 2018 en 2019, aanzienlijke girale geldbedragen vanuit China van buitenlandse (rechts)personen. Het gaat hierbij om de volgende geldstromen [21] :
[Afbeelding]
[Afbeelding]
Girale betalingen aan [verdachte] en [medeverdachte]
Uit voornoemd overzicht van de girale geldstromen kan worden afgeleid dat totaal
€ 730.000,-- giraal is overgemaakt naar [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte] . Van dat bedrag is (afgerond) totaal € 379.763,-- overgemaakt naar medeverdachte [medeverdachte] (afkorting OB in voornoemd overzicht) en/of zijn onderneming [bedrijf 5] B.V. (hierna ook: [bedrijf 5] ). Een bedrag van totaal € 349.716,-- is overgemaakt naar [verdachte] (afkorting [verdachte] in voornoemd overzicht).
Betrokkenheid [naam 3] en andere buitenlandse (rechts)personen
[verdachte] heeft [naam 3] ontmoet in 2016 of 2017 toen [verdachte] één seizoen (tot 14 november 2017) voetbalde voor Yiteng in China. [22] Uit voornoemd overzicht van de girale geldstromen is af te leiden dat [naam 3] rechtstreeks gelden heeft overgemaakt aan [verdachte] , [medeverdachte] en [bedrijf 5] .
[naam 3] maakte daarnaast gebruik van bankrekeningen op naam van andere (Chinese) entiteiten. Dit kan worden afgeleid uit chatgesprekken tussen [verdachte] en [naam 3] . Zo vraagt [verdachte] in september 2019 aan [naam 3] om een document waaruit blijkt dat de andere buitenlandse (rechts)personen een relatie hebben met Yiteng . [verdachte] schrijft op 20 september 2019 [naam 3] : “ the ask [medeverdachte] what is his relationship whit [bedrijf 2]”. [naam 3] antwoordt op 22 september 2019 dat [bedrijf 2] een handelsbedrijf is van een vriend van hem is en stuurt [verdachte] op 2 oktober 2019 een PDF-bestand met de naam ‘certificate [verdachte] ’. In dit document wordt verklaard dat de volgende entiteiten gelieerd zijn aan Yiteng : [bedrijf 2] Limited, [bedrijf 6] Limited, [bedrijf 7] Limited, [bedrijf 8] . [23]
Ten aanzien van de betalingen van een persoon aangeduid als [naam 4] blijkt uit chatgesprekken dat [naam 3] ook hierbij betrokken is. Zo werd op 26 maart 2019 een bedrag van € 99.970,-- door [naam 4] overgemaakt aan [medeverdachte] , nadat [verdachte] op 25 maart 2019 aan [naam 3] had gevraagd “Could you send 100 already to [medeverdachte] “en “150 tot [medeverdachte] en 50 to me if that’s possible this week would be perfect.” [24] Verder bevestigt [naam 3] middels signalchats op 8 mei 2019 en op 9 augustus 2019 dat hij (met behulp van een manager van een bank in Hong Kong) € 20.000,-- heeft overgemaakt naar [verdachte] .
Februari 2018: afspreken met [naam 3]
In februari 2018, voorafgaand aan de start van voornoemde girale betalingen, hebben [verdachte] en [naam 3] via Whatsapp afspraken met elkaar gemaakt die betrekking hebben op het witwassen van geld. Zo schrijft [verdachte] op 1 februari 2018 onder meer “ I need a paper that club pay me bonus for around 200.000. Because in Holland I can not put cash in bank like this (…)” en “ When you come europe? The best would be i give you 200.000 cash you transfer tot my bank in Europe.” en “ I Will give you some money. Also for this service.” en “ Check for me please. Will help me safe a lot of money” [25] en “ Because Holland is Crazy they take 52 procent tax”. [26] schrijft op diezelfde dag terug “ Yes Holland is Crazy” en “ I will help you to do the tax avoidance”. [27] Op 15 februari 2018 spreken [verdachte] en [naam 3] via de chat af dat [naam 3] een provisie van 10 % ontvangt voor elke transfer. [verdachte] schrijft aan [naam 3] “ Yes we Will agree 10 procent of every Amount you transfer” waarop [naam 3] antwoordt “ OK, that is great.” [28]
Februari 2018: opmaken (vals) geschrift met betrekking tot bonus [verdachte] (DOC-023)
In aansluiting op de afgesproken witwasconstructie stuurt [naam 3] gelijk, op 1 februari 2018, aan [verdachte] via WeChat een PDF-document, welke document is aangetroffen op de telefoon van [verdachte] . [29] Dit document betreft een certificaat van Yiteng en is gedateerd op 30 januari 2018 en benoemt dat € 200.000 netto is overgemaakt aan [verdachte] vanwege voorkoming van degradatie van Yiteng . Het document benoemt verder dat belasting hierover is voldaan conform Chinees recht. [30]
Girale betalingen vanaf bankrekeningen [verdachte] en [naam 1] aan China
In het kader van de afgesproken werkwijze werd niet alleen giraal geld vanuit China ontvangen, maar er werd ook giraal geld aan [naam 3] en/of andere buitenlandse (rechts)personen overgemaakt vanaf de bankrekeningen van [verdachte] en [naam 1] .
Uit voornoemd overzicht van de girale geldstromen kan worden afgeleid dat totaal
€ 261.226 door [verdachte] naar [naam 3] en [naam 4] is overgeboekt, waarvan € 66.000 in 2020 via de bankrekening op naam van [naam 1] (afkorting GA in voornoemd overzicht). Al deze betalingen zijn geel gearceerd in het overzicht. Deze girale overboekingen werden nagenoeg allemaal voorafgegaan door contante stortingen op die bankrekeningen van [verdachte] en [naam 1] . [31]
De FIOD heeft enkele overboekingen nader uitgewerkt. Ten aanzien van de vier overboekingen in mei 2018 (met de bedragen € 50.077,--, € 50.077,--, € 50.000,-- en € 15.025,--) vanaf de Duitse bankrekening van [verdachte] met nummer [rekeningnummer 5] en de Nederlandse bankrekening van [verdachte] met nummer [rekeningnummer 1] is geconstateerd dat die bankrekeningen als volgt zijn gevoed met contante stortingen.
Op 30 april 2018 is op de Duitse bankrekening [rekeningnummer 5] in totaal
€ 135.000,-- gestort met omschrijving “Gehalt China”.
Op 30 april 2018 en 4 mei 2018 is op de Nederlandse bankrekening [rekeningnummer 2] van [verdachte] € 15.000 gestort. In totaal werd dus op deze bankrekening € 30.000 gestort. Op 4 mei 2018 is vanaf deze rekening met een spoedbetaling € 28.000 overgemaakt naar [rekeningnummer 1] . Hierdoor ontstond voldoende saldo om vervolgens € 50.000,-- naar [naam 3] over te maken. [32]
De FIOD heeft daarnaast de overboeking op 27 februari 2020 van € 50.000,-- vanaf de Nederlandse bankrekening van [naam 1] met nummer [rekeningnummer 10] nader uitgewerkt. Het saldo van deze bankrekening van [naam 1] was onvoldoende om een betaling van € 50.000 te verrichten. In de twee dagen hieraan vooraf werd deze bankrekening gevoed met de volgende bijschrijvingen:
[Afbeelding]
Uit deze bijschrijvingen volgt dat op 26 februari 2020 eenmaal € 14.000,-- giraal is overgemaakt vanaf een bankrekening van [verdachte] en € 14.000,-- vanaf de bankrekening van [naam 2] . Beide rekeningen hadden voorafgaande aan de overboekingen onvoldoende saldo om dergelijke betalingen te kunnen verrichten. De bankrekening van [naam 2] is een dag daarvoor gevoed met een contante storting van € 14.900,--. De bankrekening van [verdachte] is dezelfde dag gevoed met een storting van € 15.000,-- bij een geldautomaat aan de Willem de Zwijgerlaan 43 in Den Haag en met nog een contante storting van € 14.400,-- bij een geldautomaat even verderop aan de Statenlaan 46 in Den Haag. [33]
[naam 1] heeft tegenover de FIOD bevestigd dat hij op 25 februari 2020 € 14.000 op zijn bankrekening heeft gestort en dat hij deze gelden van [verdachte] had ontvangen. Met betrekking tot de overige bijschrijvingen heeft hij niet willen of kunnen verklaren. Wel heeft hij nog verklaard dat [verdachte] hem de opdracht heeft gegeven tot de vijf overboekingen in 2020 aan [naam 3] en [naam 4] vanaf zijn, [naam 1] ’s, bankrekening. [34]
Contante geldsmokkel in maart 2018 en in juni 2019
Naast girale transacties van en naar China behoorde ook contante geldsmokkel tot de witwasconstructie. De rechtbank leidt uit het dossier af dat minimaal tweemaal contant geld is gesmokkeld door [naam 3] van Nederland naar China. De eerste geldsmokkel vond plaats in maart 2018, zo volgt uit chatgesprekken tussen [verdachte] en [naam 3] . Uit de berichten van 2, 5 en 6 maart 2018 volgt dat [naam 3] met zijn vrouw naar Europa komt en dat er overleg gevoerd wordt over de hoeveelheid geld dat [naam 3] gaat meenemen, waarbij [verdachte] schrijft dat het beter is om eerst 100 te doen of misschien toch 200. [35] Op 8 en 9 maart 2018 volgen berichten waaruit is af te leiden dat [verdachte] een hotel in [plaats 1] heeft geboekt voor [naam 3] en dat [naam 3] in Parijs zal aankomen. [36] Op 14 en 15 maart 2018 volgen berichten waaruit is op te maken dat [naam 3] en [verdachte] elkaar treffen in het hotel. [37] Op 16 maart 2018 volgen berichten waaruit is af te leiden dat [naam 3] in goede orde is gearriveerd in Hong Kong en dat hij het geld verspreid had verstopt in zijn bagage, zoals in de zakken van kleding. [38] Vervolgens beginnen in maart en april 2018 de eerste girale betalingen van [naam 3] aan [verdachte] en [bedrijf 5] , zoals kan worden afgeleid uit voor voorgaand overzicht van de girale geldstromen.
Een jaar later, in maart 2019 en voorafgaande aan de tweede geldsmokkel, hebben [verdachte] en [medeverdachte] het plan opgevat om te investeren in de horeca en een sportschool. Uit de chatberichten kan worden afgeleid dat hiervoor geld nodig was en op welke wijze dit geregeld zou worden. Op 24 maart 2019 stuurt [medeverdachte] aan [verdachte] “ Nu 200 liefst 250 China|”. Op 27 maart 2019 stuurt [verdachte] aan [medeverdachte] : “ Ik ga alles via China sturen je hebt 2 jaar ik laat verlengen 1 jaar extra. Dan heb je alles op privé. Dan kan je gewoon bewegen hoe jij wilt. Dan heb je privé meer dan 1.5”. [39]
De tweede smokkel van contant geld vond vervolgens plaats in juni 2019. Op 1 juni 2019 stuurde [naam 3] aan [verdachte] een bericht “have you prepared cash”, waarop [verdachte] ja antwoordt en zegt dat het tenminste 200 zal zijn en misschien meer. [40] Tussen 10 en 16 juni 2019 volgt een chatgesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte] , waaruit kan worden afgeleid dat [medeverdachte] het geld moet verzorgen. Zo schrijft [verdachte] op 10 juni 2019 aan [medeverdachte] : “..(..) Dus als je ready bent kan hij volgende gedeelte ook nu meenemen (…) Dus lett me know wat je wil sturen”.[medeverdachte] antwoordt hierop dat hij dat even moet bekijken en dat hij ‘niet goed in de pap’ zit. [41] Op 12 en 16 juni 2019 wordt het gesprek hervat en voeren [verdachte] en [medeverdachte] overleg over de hoeveelheid geld en in welke coupures (niet te klein, zo veel mogelijk paars). [42] Op 18 juni 2019 stuurt [verdachte] een bericht en foto (van hemzelf en vermoedelijke [naam 3] ) met de tekst “ Chi afgerond” en “ we kunnen next year weer verlengen hoorde ik net al”. [43] Op 19 juni 2019 vraagt [medeverdachte] aan [verdachte] wanneer die 50 komt en wanneer maandelijks, dat het nog niet binnen is en dat hij het broodnodig heeft. [44]
Uit vluchtgegevens blijkt dat [naam 3] op 20 juni 2019 van [plaats 1] naar Hong Kong is gereisd. [45] Op die dag vraagt [verdachte] in een chat aan [naam 3] of hij veilig is geland en die dag ‘the 50 for [medeverdachte] ’ kan overmaken. [naam 3] antwoord hierop dat hij net is geland en later naar de bank zal gaan. [46] Op 24 juni 2019 stuurt [medeverdachte] een bericht aan [verdachte] dat hij het geld nog niet heeft ontvangen. Op 25 juni 2019 stuurt [medeverdachte] aan [verdachte] ‘is binnen’. [47] Uit voornoemd overzicht van de girale geldstromen kan worden opgemaakt dat op 25 juni 2019 een bedrag van € 49.968,-- is overgemaakt aan [medeverdachte] door de rechtspersoon [bedrijf 2] Limited. De maanden daarna volgen nog meer betalingen aan [verdachte] en [medeverdachte] .
In augustus 2019 wordt in een signalchat tussen [verdachte] en [naam 3] bevestigd dat voornoemde geldsmokkels hebben plaatsgevonden. Op 11 augustus 2019 schrijft [verdachte] aan [naam 3] “2 time you com to Holland. First time 100 second time 200. 1 time is March 2018. Whit your wifey.” Hierop reageert [naam 3] met “yes. You give me 100 in March 2018.” [48]
September 2019: vragen vanuit ING aan [medeverdachte] over geldstromen
Per brief van 13 september 2019 heeft de ING in het kader van de Wet ter voorkoming van Witwassen en financiering van terrorisme aan [medeverdachte] om opheldering gevraagd over bepaalde betalingen van onder meer [naam 4] , [naam 3] en [bedrijf 2] Limited op zijn bankrekening [rekeningnummer 13] . [49]
Oktober 2019: opmaken en insturen van (valse) geschriften aan ING
Op 7 oktober 2019 is namens [medeverdachte] door zijn toenmalige accountant Jaabir Errahamouni per e-mail gereageerd op de vragenbrief van de ING en zijn ter onderbouwing onder meer de volgende geschriften meegezonden:
- het document ‘ Yiteng Football Scouting Employment Contract’ (DOC-232) [50] ;
- het document van ‘ Yiteng Football Limited’ d.d. 25 september 2019 (DOC-234) [51] ;
- betaalspecificaties van Yiteng Football Limited gericht aan [medeverdachte] (DOC-233). [52]
Ten aanzien van geschrift DOC-232
Dit geschrift ziet op een voetbalscoutingscontract tussen de Chinese voetbalclub Yiteng en medeverdachte [medeverdachte] en is gedateerd op 30 januari 2018 en voorzien van handtekeningen. Het contract heeft betrekking op de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2020. Volgens dit contract heeft [medeverdachte] recht op € 200.000,-- tekengeld en een salaris van € 20.000,-- per maand. [53] Op de telefoon van [verdachte] is een ongetekend exemplaar van dit contract aangetroffen. [54]
[medeverdachte] heeft over dit document tegenover de FIOD verklaard dat hij dit contract heeft ondertekend, maar dat het door [verdachte] is geregeld. [55]
Uit Whatsapp-berichten van 16 oktober 2019 tussen [verdachte] en diens neef [naam 1] volgt dat [verdachte] aan [naam 1] vraagt om een ‘scouting report’ op te maken voor ‘ [alias] ’ waarbij ‘de datum moet worden teruggezet’ en waarbij [verdachte] nog de opmerking maakt ‘ [alias] is scout die nooit scout haha’. [56]
Ten aanzien van geschrift DOC-234
Dit geschrift betreft een verklaring van de Chinese voetbalclub Yiteng inhoudende dat [bedrijf 2] Limited is gelieerd aan Yiteng . Het geschrift is gedateerd 25 september 2019. [57]
Een kopie van dit geschrift is aangetroffen op de mobiele telefoon van [verdachte] . [58]
Dit geschrift is op verzoek van [verdachte] door [naam 3] opgesteld, zo volgt uit chatgesprekken. Op 20 september 2019 (dus zeven dagen na voornoemde vragenbrief van de ING) schrijft [verdachte] aan [naam 3] : “ the ask [medeverdachte] what is his relationship whit [bedrijf 2]”. [verdachte] vraagt vervolgens aan [naam 3] om daar een document voor te maken. Op 25 september 2019 stuurt [naam 3] een eerste en daarna een definitieve versie aan [verdachte] . [naam 3] zegt in de chat dat [bedrijf 2] Limited een handelsonderneming is van een vriend van hem. [59] Dit terwijl uit een Wechat-gesprek tussen [verdachte] en [naam 3] op 20 maart 2019 kan worden afgeleid dat [naam 3] op dat moment niet meer werkzaam was voor de voetbalclub Yiteng . [60]
Voor wat betreft DOC-234 zij nog opgemerkt dat uit een Wechat-gesprek tussen [verdachte] en [naam 3] op 20 maart 2019 kan worden afgeleid dat [naam 3] niet meer werkzaam was voor de voetbalclub Yiteng . [61]
Op de vraag van de ING welke goederen, diensten of andere tegenprestaties door [medeverdachte] zijn geleverd voor het ontvangen bedrag van € 50.000,- op 25 juni 2019 van [bedrijf 2] Limited is als antwoord geschreven dat [medeverdachte] als voetbalscout werkzaamheden heeft verricht voor Yiteng en dat [bedrijf 2] Limited aan Yiteng is gelieerd. [62]
De ING heeft in haar klantonderzoek geconstateerd dat middels openbare bronnen niet is te verifiëren dat [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte] deel uitmaken van het scoutingteam van Yiteng . Zowel [verdachte] als [medeverdachte] zijn vrijwel altijd in Nederland of Europa gezien het bij de ING bekende rekeningverloop. De ING heeft verder geconstateerd dat evenmin aan de hand van openbare bronnen is te verifiëren dat [bedrijf 2] Limited aan Yiteng kan worden gerelateerd. [63] Ook uit het open bronnen onderzoek van de FIOD volgt dat de entiteit [bedrijf 2] Limited niet kan worden gevonden en/of gelinkt aan Yiteng . [64]
Ten aanzien van de geschriften DOC-233
Deze zeven betaalspecificaties zien op uitbetaling van salaris aan [medeverdachte] (als werknemer) van de Chinese voetbalclub Yiteng (als werkgever) over de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 juli 2019. [65] De FIOD heeft op de telefoon van [verdachte] een Signalchat aangetroffen tussen [verdachte] en [naam 3] waarin [verdachte] op 21 augustus 2019 aan [naam 3] vraagt om een document waaruit blijkt dat [medeverdachte] reeds belasting heeft voldaan over het geld dat hij heeft ontvangen. Op 29 augustus 2019 ontvangt [verdachte] vervolgens een PDF-bestand met voornoemde zeven betaalspecificaties. [66]
November 2019: mislukte geldsmokkel van [verdachte]
Zoals hiervoor benoemd, is [verdachte] op 13 november 2019 op Schiphol aangehouden met contante geldbedragen van € 139.570,-- en HKD 2.000,--.
Voorafgaande aan deze aanhouding hebben [verdachte] en [naam 3] diverse chatconversaties gehad over geldsmokkel naar Hongkong. Zo bericht [verdachte] op 15 september 2019 aan [naam 3] “ I Will bring another 200 are 300” en op 27 september 2019 “ I must take as much as i can Because we must pay 20 also to [medeverdachte] also. And we must have more for the other months”. [67] Op 15 oktober 2019 geeft [naam 3] aanwijzingen waar het geld het beste kan worden verstopt (niet in ruimbagage, maar in de zakken van een jacket). De Douane trof bij [verdachte] inderdaad het geld aan verstopt in kleding in zijn handbagage.
[naam 3] en [verdachte] hadden afgesproken elkaar in Hong Kong te ontmoeten om vervolgens naar de bank te gaan en contant geld te storten. Dit ging – aldus de FIOD - uiteindelijk niet door omdat [verdachte] op Schiphol werd aangehouden. [68]
Na de aanhouding van [verdachte] in november 2019 hebben geen girale overboekingen vanuit China meer plaatsgevonden. Zoals uit voornoemd overzicht van de girale geldstromen kan worden afgeleid, heeft de laatste (girale) overboeking plaatsgevonden in oktober 2019.
Aankoop appartement [adres 1] in [plaats 1] (april 2018)
De FIOD heeft onderzocht op welke wijze van het verworven geld gebruik is gemaakt.
Hieruit bleek onder meer dat [verdachte] in april 2018 een appartement aan de [adres 1] in [plaats 1] heeft gekocht voor € 300.000,--. De aankoopsom bleek middels de volgende 8 termijnen vanaf drie verschillende bankrekeningen van [verdachte] te zijn betaald aan de notaris [69] :
[Afbeelding]
Uit voornoemd overzicht kan worden afgeleid dat op 5 en 16 april 2018 betalingen zijn gedaan (€ 80.000 en € 24.000) vanaf een ABN AMRO bankrekening van [verdachte] . Deze twee betalingen werden op 14 en 15 maart 2018 voorafgegaan door twee ontvangsten vanaf een Duitse bankrekening van [verdachte] . Ten aanzien van het saldo op deze Duitse bankrekening is geconstateerd dat deze vooral is gevoed door contante stortingen naast de legale voetbalinkomsten uit China in 2017. Op de ABN AMRO bankrekening zijn vervolgens vijf contante stortingen gedaan op 15 en 16 april 2018 voor een gezamenlijk bedrag van € 23.040,-- en werd op 16 april 2018 € 24.000,-- overgemaakt vanaf de ABN AMRO Bankrekening aan de notaris. [70]
De vijf betalingen die zijn gedaan vanaf de ING bankrekening van [verdachte] , werden voorafgegaan door ontvangsten van [naam 3] . Uit eerder genoemd overzicht van de girale geldstromen is af te leiden dat op 12 en 16 april 2018 respectievelijk € 49.975,-- en
€ 99.970,-- door [naam 3] aan [verdachte] werd overgemaakt met omschrijving “Bonus”. Het saldo van de bankrekening bedroeg voorafgaand deze ontvangsten € 290,--. [71]
Aankoop [bedrijf 9] (maart 2019)
[verdachte] en [medeverdachte] hebben in maart 2018 met elkaar gechat over het investeren in horeca en in een sportschool. Deze investering heeft ook plaatsgevonden. In maart 2019 heeft [medeverdachte] (samen met [naam 5] ) [bedrijf 9] gekocht en in juni 2019 is [bedrijf 10] B.V. (handelsnaam [bedrijf 10] ) gekocht.
Ten aanzien van [bedrijf 9] zijn vanaf de bankrekening van [bedrijf 5] de volgende drie betalingen (van totaal € 90.000,--) verricht aan [bedrijf 11] [72] :
[Afbeelding]
Bij de overboeking van € 9.000,-- op 1 maart 2019 stond er nog voldoende saldo op de bankrekening van [bedrijf 5] , omdat op 8 maart 2018 een bedrag van € 79.970 op deze bankrekening was ontvangen van [naam 3] uit China met omschrijving ‘Commission’. Deze laatstgenoemde betaling is terug te vinden in eerdergenoemd overzicht van girale overboekingen van en naar China.
Voor de betalingen aan [bedrijf 11] van € 41.000,-- en 40.000,-- stond voorafgaand te weinig saldo op de bankrekening van [bedrijf 5] . De bankrekening werd op respectievelijk 27 en 28 maart 2019 aangevuld met € 40.000,-- en € 50.000,-- vanaf de privé bankrekening van [medeverdachte] met het nummer [rekeningnummer 13] telkens met de omschrijving ‘Lening'. Daaraan voorafgaand is op de privé bankrekening van [medeverdachte] op 26 maart 2019 een bedrag van € 99.970,-- gestort afkomstig van [naam 4] met omschrijving ‘Salary’. Deze laatstgenoemde betaling is eveneens terug te vinden in eerdergenoemd overzicht van girale overboekingen van en naar China. [73]
Uit chatberichten volgt dat [medeverdachte] aan [verdachte] hiervoor om geld heeft gevraagd en dat [verdachte] via [naam 3] geld vanuit China heeft laten overboeken.
Bij chatbericht van 19 maart 2019 schreef [medeverdachte] aan [verdachte] “ [bedrijf 5] gaat dat geld onderbrengen bij [bedrijf 12] B.V. als investering en [bedrijf 12] gaat het investeren in andere ondernemingen. In dit geval een gym en restaurant.”
Bij chatbericht van 21 maart 2019 schreef [medeverdachte] aan [verdachte] “100 moet je alvast gooien naar [bedrijf 5] ” en “heb het nodig daar”. [74]
Op 24 maart 2019 stuurde [medeverdachte] aan [verdachte] “Nu 200 liefst 250 China|”. Op 27 maart 2019 stuurde [verdachte] aan [medeverdachte] : “Ik ga alles via China sturen je hebt 2 jaar ik laat verlengen 1 jaar extra. Dan heb je alles op privé. Dan kan je gewoon bewegen hoe jij wilt. Dan heb je privé meer dan 1.5”. [75]
Op 26 maart 2019 stuurde [medeverdachte] aan [verdachte] een betalingsoverzicht van de kosten die hij moet voldoen voor de aankoop van [bedrijf 9] . [76] Vervolgens vroeg [verdachte] nog diezelfde dag aan [naam 3] “ Could you send 100 already to [medeverdachte]”. [77] Op 26 maart 2019 ontving [medeverdachte] het bedrag van € 99.970,-- van [naam 4] op zijn privé bankrekening.
Aankoop sportschool [bedrijf 10] B.V. (juni 2019)
Sinds 7 juni 2019 is [medeverdachte] , middels [bedrijf 12] B.V, voor 100%
aandeelhouder van [bedrijf 10] B.V (met handelsnaam [bedrijf 10] ). In totaal heeft [medeverdachte] hiervoor op 7 juni 2019 € 100.000 betaald aan [bedrijf 13] B.V. door middel van de volgende twee betalingen [78] :
[Afbeelding]
Zoals uit dit overzicht kan worden afgeleid, is € 50.000,-- voldaan vanaf de privé bankrekening van [medeverdachte] en € 50.000,-- vanaf de bankrekening van [bedrijf 5] .
Ook deze aankoop is gefinancierd met gelden vanuit China. Na voornoemde geldsmokkel in juni 2019 ontving [medeverdachte] (op zijn privé bankrekening) op 6 juni 2019
€ 49.975,00 van [naam 4] en op 25 juni 2019 € 49.967,94 van [bedrijf 2] Limited. Deze twee betalingen zijn terug te vinden in eerder genoemd overzicht van girale overboekingen van en naar China.
Uit het dossier blijkt dat chatberichten tussen [verdachte] en [naam 3] in de periode van 28 april 2019 tot 25 juni 2019 zijn gevoerd waaruit - kort samengevat – is af te leiden dat [verdachte] op 28 april 2019 aan [naam 3] vroeg om extra geld naar [medeverdachte] over te maken. [naam 3] antwoordt dat 100 teveel is. [verdachte] stuurde vervolgens dat hij maar moet laten weten wat mogelijk is, dat 150 perfect zou zijn en ze het regelen wanneer [naam 3] naar Nederland komt. [verdachte] schreef op 14 mei 2019 dat hij [naam 3] een grote bonus zal geven als hij het voor elkaar krijgt minimaal 100 over te maken, dat het urgent is, dat hij het geld een week later terug krijgt en dat ze 300.000 zullen voorbereiden als hij naar Europa komt. Op 19 mei 2019 schreef [verdachte] aan [naam 3] dat “brother” 100 moet ontvangen en op 1 juni 2019 liet [verdachte] aan [naam 3] weten dat er minimaal 200.000 contant zal klaar liggen voor [naam 3] en dat voor 6 juni 100 betaald moet zijn. Op 25 juni 2019 bevestigde [verdachte] dat de tweede € 50.000 is ontvangen. [79]
Aan- en verkoop horloges
Uit de analyse van de Nederlandse en Duitse bankrekeningen op naam van [verdachte] en [bedrijf 3] komt naar voren dat [verdachte] behoorlijke bedragen heeft uitgegeven aan horloges. In de periode 2017 tot en met 2020 is vanaf de Nederlandse bankrekening van [verdachte] (met nummer [rekeningnummer 1] ) totaal € 352.486 betaald aan [bedrijf 14] . [80] In de periode 2017 tot en met 2020 is vanaf de Duitse bankrekeningen van [verdachte] in totaal
€ 120.032,-- betaald aan [bedrijf 14] en [bedrijf 1] . [81] Daarnaast blijk uit gevorderde gegevens bij [bedrijf 14] dat [verdachte] in totaal € 85.750,-- aan contant geld heeft uitgegeven voor de aankoop van horloges. [82] In totaal is dus
€ 558.088,-- door [verdachte] uitgegeven voor de aankoop van horloges in de periode 2017 tot en met 2020.
De FIOD heeft van [bedrijf 14] alle uitgeleverde facturen aan [verdachte] gevorderd. Hieruit bleek een totaalbedrag van € 729.740, waarvan € 643.990 op rekening en via overboekingen betaald moesten worden. Uit de analyse van de bankmutaties van [verdachte] en [naam 1] komt naar voren dat in de periode januari 2017 tot en met december 2019
€ 573.000,-- giraal is overgeboekt aan [bedrijf 14] . Een aantal van deze girale betalingen worden vooraf gegaan door contante stortingen op de bankrekeningen van [verdachte] , [naam 2] of [naam 1] . Het is niet duidelijk op welke wijze de het restant van € 70.990,-- door [verdachte] aan [bedrijf 14] is betaald. [83]
Kasopstelling
De FIOD heeft ten opzichte van [verdachte] een eenvoudige kasopstelling gemaakt, gebaseerd op enkel het contante geld waarover hij heeft kunnen beschikken.
De FIOD heeft in de eenvoudige kasopstelling berekend dat [verdachte] in de onderzoeksperiode (1 januari 2017 tot en met 1 januari 2021) € 2.204.033,-- meer contant geld heeft uitgegeven dan op basis van legale inkomsten mogelijk was. [84] De officier heeft ter zitting toegelicht dat hierop nog een contante betaling van het Holland Casino van
€ 18.500,-- op in mindering dient te worden gebracht, zodat moet worden uitgegaan van een resultaat van de eenvoudige kasopstelling van € 2.185.533,--.
Vermoeden van witwassen
Voornoemde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank het vermoeden van witwassen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder de volgende witwasindicatoren (waaronder witwastypologieën en feiten van algemene bekendheid) van belang.
Het is een feit van algemene bekendheid dat diverse vormen van criminaliteit gepaard gaan met grote hoeveelheden contant geld. Het is hoogst ongebruikelijk (en daarmee verdacht) om grote hoeveelheden contant geld voorhanden te hebben en/of op bankrekeningen te storten zonder de noodzaak daartoe op grond van beroep of bedrijf.
Ook het aangetroffen contante geldbedrag (€ 139.570,--) bij [verdachte] op Schiphol draagt bij aan het vermoeden van witwassen. Het geldbedrag bestond uit coupures van
€ 100, € 200 en € 500 en was verstopt in bagage. Het is een feit van algemene bekendheid dat coupures van € 100 en meer maar zelden in het betalingsverkeer worden gebruikt en dat coupures van € 500 zelfs bijna uitsluitend worden gebruikt in het criminele circuit. Bovendien is het een feit van algemene bekendheid dat de luchthaven Schiphol niet zelden wordt gebruikt voor in-, uit- of doorvoer van voorwerpen (waaronder grote contante geldbedragen), die onmiddellijk of middellijk afkomstig zijn uit enig misdrijf en dat dit vermoeden wordt versterkt door het niet melden van de contanten terwijl dit wel verplicht is. Het voorhanden hebben van en in- of uitreizen met grote hoeveelheden contant geld, ingeval het geld op legale wijze is verkregen, is voorts ongebruikelijk vanwege onder meer de daaraan verbonden veiligheidsrisico’s. In dit geval wordt het witwasvermoeden nog versterkt door het hiervoor weergegeven chatverkeer tussen [verdachte] en zijn medeverdachten.
Ook de uitkomsten van de eenvoudige kasopstelling, die in dit geval grote discrepanties vertonen tussen de contante uitgaven en contante legale inkomsten, rechtvaardigen een witwasvermoeden.
Gelet op dit witwasvermoeden mag van verdachte worden verwacht dat hij een voldoende concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft over de herkomst van het geld, waarvoor de legale inkomsten geen verklaring bevatten.
Verklaring verdachte [verdachte]
Verdachte heeft op 14 november 2019 tegenover de FIOD - kort samengevat - verklaard dat
het contante geld dat bij hem was aangetroffen op Schiphol afkomstig was van casinowinsten in Duitsland (€ 70.000 in Hamburg en € 60.000 in Duisburg) en Nederland (Holland Casino Nijmegen en Utrecht tussen € 150.000 en € 200.000) en dat hij met het bij hem aangetroffen contante geldbedrag een horloge ( [naam 6] ) wilde aanschaffen. [85] Ter zitting heeft verdachte hierover verklaard dat hij het bij hem aangetroffen contante geldbedrag had opgenomen van zijn Duitse bankrekening(en) bij de Commerzbank, welk saldo destijds was samengesteld uit casinowinsten en winsten van zijn horlogehandel en gespaard vermogen vanuit zijn carrière als profvoetballer. Verdachte heeft ter zitting verder verklaard dat zijn gokactiviteiten in zijn totaliteit winstgevend zijn geweest net als zijn werkzaamheden als (voetbal)makelaar.
Ten aanzien van de contante stortingen op zijn bankrekeningen heeft verdachte ter zitting verklaard dat de door de FIOD geanalyseerde (totaal)bedragen wel kunnen kloppen, maar dat die gelden onder ander afkomstig waren van (opgespaarde) casinowinsten, (opgespaarde) winsten uit de verkoop van luxe horloges en (opgespaard) privévermogen van zijn voetbalcarrière. De contante stortingen op de bankrekening van [naam 1] hadden betrekking op ‘verschillende dingen’ zoals gokactiviteiten, horlogehandel en geld voor de familie. De contante stortingen op de rekening van [naam 2] zagen op kosten levensonderhoud voor [naam 2] en hun gezamenlijke kinderen. Van zogeheten smurfgedrag was geen sprake; het stortingslimiet van de bank zelf bedroeg destijds € 15.000,-- per dag. Daarom bleven de stortingen vaak onder dit bedrag, aldus verdachte.
Ten aanzien van het girale betalingsverkeer vanuit en naar China heeft verdachte ter zitting verklaard dat hij en [naam 3] vrienden waren en dat [naam 3] hem geld heeft geleend voor de aankoop van voornoemd appartement aan de [adres 1] in [plaats 1] en dat hij dat geld kort daarna heeft terugbetaald met een redelijke vergoeding voor [naam 3] van 10%. De overige girale overboekingen van en naar China hebben volgens verdachte allemaal betrekking op zijn werkzaamheden als (voormalig) profvoetballer en voetbalscout van Yiteng dan wel op de werkzaamheden van [medeverdachte] als voetbalscout van Yiteng . Voornoemde geschriften DOC-023, DOC-232, DOC-233 en DOC-234 zijn allemaal in dat (rechtmatige) kader opgesteld. De chatgesprekken met [naam 3] en [medeverdachte] hierover zien dus niet op het verhullen van misdaad, maar op het op orde brengen van de administratie. Van een witwasconstructie en contante geldsmokkel is geen sprake geweest. De werkwijze was zo dat [medeverdachte] overleg voerde met en rapporteerde aan [verdachte] . Vervolgens nam [verdachte] dan contact op met [naam 3] (veelal telefonisch). Aantekeningen hiervan werden handgeschreven op stukjes papier. [86]
Toetsing van de verklaring van verdachte
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verklaring van verdachte het vermoeden van witwassen onvoldoende weerlegd, omdat die verklaring onvoldoende concreet, en niet min of meer verifieerbaar is. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
Over de herkomst van het contant aangetroffen geldbedrag van € 139.570 (op 13 november 2019 op Schiphol) heeft verdachte niet voldoende concreet, min of meer verifieerbaar verklaard.
De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder acht geslagen op het onderzoek door de FIOD naar de gokactiviteiten van [verdachte] . Tijdens de doorzoeking ter inbeslagneming in de woning aan de [adres 3] is een brief aangetroffen waarin een bezoek van [verdachte] aan de “Spielbank Hamburg” op 21 oktober 2019 wordt bevestigd, maar er is geen bewijs aangeboden of bewijsstukken overgelegd van speelwinsten, die in relatie gebracht kunnen worden met de vele contante stortingen op de diverse bankrekeningen. Op de Nederlandse en Duitse bankrekeningen van [verdachte] zijn evenmin transacties aangetroffen die zijn te relateren aan een bezoek aan een casino in Hamburg. [87]
Ten aanzien van het bezoek aan een casino in Duisburg zijn ook geen stukken van speelwinst aangeleverd door verdachte. Wel zijn transacties aangetroffen die mogelijk te relateren zijn aan een casinobezoek op 16 oktober 2019: in totaal is € 3.500,-- afgeschreven van een bankrekeningen van [verdachte] naar “Casino Duisburg” en op 17 oktober 2018 is € 3.000,-- contant gestort op diezelfde bankrekening van [verdachte] bij een ING-kantoor aan Tournooiveld in Den Haag. [88]
Ten aanzien van speelwinsten van Holland Casino zijn op de Nederlandse en Duitse bankrekeningen van [verdachte] transacties aangetroffen die zijn te relateren aan bezoeken van verschillende vestigingen van Holland Casino. In mei 2018 vonden vier uitbetalingen plaats van totaal € 275.000,--. Maar in de periode van 14 mei 2018 tot en met 11 juni 2018 is vervolgens € 257.100,-- weer afgeschreven door het Holland Casino van diezelfde bankrekening van [verdachte] . [89] Verdachte heeft hierover evenwel niets verklaard.
De (legale) herkomst van contante gelden (een groot aantal coupures van € 50,--), waarmee [verdachte] in mei en juni 2018 naar het Holland Casino kwam, kon hij volgens getuige [getuige 15] , medewerker van Holland Casino, niet aantonen. Verdachte is na dat incident uitgesloten van de dienstverlening van het Holland Casino. [90]
De FIOD kwam tot de eindconclusie dat - op basis van de girale bij- en afschrijvingen op de bankrekeningen van [verdachte] en de bankrekening van [naam 1] over de periode januari 2017 tot en met januari 2021 verdachte met casinobezoek en online gokken een verlies heeft geleden van totaal € 453.797,--. [91] Het is bovendien een feit van algemene bekendheid dat het uitzonderlijk, zo niet welhaast onmogelijk, is dat een persoon structureel nettowinsten behaalt met kansspelen.
De rechtbank is verder van oordeel dat verdachtes andere verklaringen de contante stortingen op zijn bankrekeningen evenmin voldoende concreet en min of meer verifieerbaar verklaren. Volgens verdachte zijn de contante stortingen afkomstig van opgespaard vermogen uit zijn voetbalcarrière, horlogehandel en casinowinsten en zijn werkzaamheden als voetbalscout en/of voetbalmakelaar.
Ten aanzien van opgespaarde speelwinsten/casinowinsten verwijst de rechtbank naar hetgeen zij zojuist hiervoor heeft overwogen. De rechtbank gaat er dus vanuit dat verdachte in zijn totaliteit verlies heeft geleden met zijn gokactiviteiten en van gespaard vermogen op dit onderdeel dus geen sprake was.
Ten aanzien van opgespaard vermogen uit de horlogehandel heeft verdachte ter zitting verklaard zich vanaf 2005 tot 2018/2019 hiermee bezig te hebben gehouden. Gelet op de eerder benoemde bevindingen van de FIOD omtrent de aankoop van horloges is niet in geschil dat verdachte horloges van exclusieve merken heeft gekocht. Wel in geschil is wat verdachte met de (door)verkoop van horloges (contant) heeft verdiend in de ten laste gelegde periode. Verdachte heeft in een schriftelijke verklaring (ingebracht op de terechtzitting van 7 juli 2025) diverse transacties benoemd van de verkoop van horloges. De raadsman heeft in zijn pleitnota, overgelegd ter terechtzitting van 12 februari 2026, ook diverse transacties van horloges benoemd met vermelding van de aankoopprijs en/of verkoopprijs en koper en/of verkoper. Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat deze reeks transacties niet voldoende is geconcretiseerd in tijd en/of niet is onderbouwd met objectiveerbare stukken en/of geen betrekking hebben op de ten laste gelegde periode. De data van de transacties zijn veelal niet genoemd of vallen buiten de ten laste gelegde periode. Er is geen kasboek en/of anderszins sluitende administratie (waaronder kwitanties) daarvan overgelegd.
Ten aanzien van opgespaard privévermogen uit de voetbalcarrière van verdachte heeft de raadsman aangevoerd dat in de ten laste gelegde periode (januari 2017- januari 2021) er sprake was van een aanzienlijk contant beginsaldo, maar deze stelling is niet nader geconcretiseerd. Er is zelfs niet gesteld wat het beginsaldo van het aanwezige contante geld volgens verdachte was bij aanvang van de ten laste gelegde periode. De raadsman heeft in zijn pleitnota de voormalige voetbalclubs en het daar bijbehorende salarissen en bonussen van [verdachte] benoemd, maar hiervan zijn geen objectiveerbare stukken ingebracht (zoals arbeidsovereenkomsten, salarisspecificaties etc). Bovendien zijn deze bedragen giraal ontvangen en maken geen onderdeel uit van de eenvoudige kasopstelling. Voor zover de verdediging heeft willen betogen dat salarissen en/of bonussen contant zijn uitbetaald, heeft zij verzuimd te stellen en inzichtelijk te maken hoeveel, waar en wanneer contant bedragen aan salaris en/of bonus zijnuitbetaald. Ook hier ontbreekt iedere administratie of andersoortig concreet bewijs voor contante ontvangens, die in relatie kunnen worden gebracht met de vele contante stortingen op de diverse bankrekeningen.
Dat verdachte werkzaamheden heeft verricht als voetbalscout en/of voetbalmakelaar nadat hij is gestopt als professioneel voetballer, is op zichzelf niet in geschil. Wel in geschil is hoeveel (contant) geld verdachte hiermee heeft verdiend. Volgens de raadsman heeft verdachte hiermee veel contant geld verdiend, maar hoeveel geld is niet nader aangeduid en geconcretiseerd. Zoals reeds benoemd onder voornoemde kopje ‘legaal inkomen [verdachte] ’ heeft de FIOD beredeneerd en berekend dat deze werkzaamheden verliesgevend zijn geweest. De raadsman heeft bij pleidooi uiteengezet dat [verdachte] van verschillende clubs diverse betalingen heeft ontvangen voor zijn werkzaamheden als scout en/of spelersmakelaar. Nog daargelaten dat deze bedragen niet nader zijn onderbouwd met objectiveerbare stukken (zoals contracten, jaarstukken van [bedrijf 3] of andersoortige administratie) constateert de rechtbank dat het overgrote deel van deze betalingen geen betrekking heeft op de ten laste gelegde periode van januari 2017 tot januari 2021. De enkele betalingen die wel in de ten laste gelegde periode vallen (namelijk in 2020) betreffen bovendien girale betalingen. Gelet hierop heeft verdachte niet inzichtelijk en dus niet aannemelijk kunnen maken over hoeveel contant geld, met een legale herkomst, hij kon beschikken gedurende de ten laste gelegde periode.
De verklaring van verdachte ten aanzien van het (girale) betalingsverkeer van en naar China is naar het oordeel van de rechtbank eveneens onvoldoende concreet en niet min of meer verifieerbaar.
Dat verdachte nog recht zou hebben op een bonus van € 200.000,-- van Yiteng , waarvan eind januari 2018 een geschrift is opgemaakt (DOC-023) en waarvan de betalingen plaatsvonden vanaf april 2018, rijmt niet met het arbeidscontract van [verdachte] met Yiteng . Dat arbeidscontract was al geëindigd op 14 november 2017 en daarin is benoemd dat naast de daarin benoemde salaris en bonussen, geen andere beloningen worden uitgekeerd. Ook wordt niet gesproken over contante uitbetaling van salaris en/of bonussen. Tevens wordt in het contract benoemd dat bonusbetalingen binnen 10 dagen na elke wedstrijd of bonuscyclus worden uitbetaald. [92]
Dat [verdachte] samen met [medeverdachte] scoutingswerkzaamheden heeft verricht voor Yiteng op grond waarvan rechtmatige betalingen vanuit China hebben plaatsgevonden, heeft verdachte niet nader geconcretiseerd met objectiveerbare stukken (zoals scoutingsrapporten of andere schriftelijke correspondentie). Zoals hiervoor reeds opgemerkt hebben zowel de FIOD als de ING (in haar klantonderzoek) geconstateerd dat middels openbare bronnen niet is te verifiëren dat [verdachte] en [medeverdachte] deel uitmaakten van het scoutingteam van Yiteng . De rechtbank stelt op grond van voornoemd feitencomplex vast dat de arbeidsovereenkomst van [medeverdachte] (DOC-232) niet is opgemaakt door Yiteng , maar door [verdachte] en [naam 1] gelet op hun chatgesprek hierover en pas nadat de ING aan [medeverdachte] om toelichting had gevraagd over de girale overboekingen vanuit China op zijn rekening. Ook de verklaring van Yiteng over welke rechtspersonen aan haar gelieerd zijn (DOC-234) is pas opgemaakt door [naam 3] na ontvangst van voornoemde brief van de ING, terwijl vast staat dat [naam 3] op dat moment niet meer werkzaam was bij Yiteng . Voor de salarisspecificaties van [medeverdachte] (DOC-233) geldt hetzelfde.
Over de girale geldbedragen die [verdachte] in 2018 van [naam 3] heeft ontvangen voor de financiering van de [adres 1] , heeft [verdachte] verklaard dat hij dit geld van [naam 3] heeft geleend omdat hij op dat moment over onvoldoende liquide middelen beschikte. [verdachte] heeft zijn stelling evenwel niet nader onderbouwd met objectiveerbare stukken (zoals een overeenkomst van geldlening) en zulks is ook niet af te leiden uit de vele chatgesprekken met [naam 3] . Deze stelling verhoudt zich bovendien niet met stelling van verdachte dat hij in die periode over een aanzienlijk (contant) vermogen beschikte uit gokwinsten en horlogehandel.
Geen nader onderzoek door het Openbaar Ministerie
Omdat de verklaring van verdachte onvoldoende concrete en verifieerbare gegevens bevat die voldoende tegenwicht zouden kunnen bieden tegen het vermoeden van witwassen, hoefde het Openbaar Ministerie, buiten hetgeen het al aan onderzoek had gedaan, geen nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van verdachte blijkende, alternatieve herkomst van de gelden.
Conclusie feit 1 (witwassen).
Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de contante gelden en de girale gelden waarmee het appartement is betaald, een legale herkomst hebben en kan derhalve een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring gelden.
Naar het oordeel van de rechtbank is een witwasconstructie afgesproken met [naam 3] . In dat kader is tenminste tweemaal contant geld door [naam 3] vanuit Europa gesmokkeld naar China. Ook is giraal geld overgeboekt naar China vanaf de bankrekeningen van [verdachte] en [naam 1] . Deze girale overboekingen werden veelal voorafgegaan door contante stortingen. Vervolgens is giraal geld (terug)geboekt door [naam 3] - al dan niet via andere Chinese (rechts)personen - aan zowel [verdachte] , [medeverdachte] en [bedrijf 5] . In het kader van dat witwassen zijn valse omschrijvingen vermeld bij de girale overboekingen en zijn voornoemde geschriften (DOC-023, DOC-232, DOC-233 en DOC-234) valselijk opgesteld teneinde de indruk te wekken dat [verdachte] en [medeverdachte] recht hadden op een bonus en/of salaris zogenaamd in het kader van voetbalgerelateerde (scouting)werkzaamheden. Zodra het geld op de bankrekeningen kwam te staan van [verdachte] en [medeverdachte] werd het geld geïnvesteerd in onder meer vastgoed (de aankoop van de [adres 1] in [plaats 1] ), horeca (aandelen in [bedrijf 9] ), een sportbedrijf (sportschool [bedrijf 10] B.V) en dure horloges. Ten gunste van het witwassen zijn ook de bankrekeningen van [naam 1] en [naam 2] gebruikt.
Naar het oordeel van de rechtbank kan uit al het voorgaande worden afgeleid dat met betrekking tot de witwasactiviteiten in ieder geval sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] , [medeverdachte] en [naam 3] zodat het ten laste gelegde medeplegen eveneens wettig en overtuigend bewezen is.
Gelet op de periode en de omvang van het witwassen is de rechtbank tevens van oordeel dat sprake is van een zekere persisterende stelselmatigheid in de door verdachte verrichtte witwashandelingen, zodat het als gewoontewiswassen gekwalificeerd kan worden.
De rechtbank acht resumerend wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, samen en in vereniging met anderen, in de periode van 1 januari 2017 tot en met 26 januari 2021, geldbedragen tot een totaalbedrag van € 2.185.033,-- en voornoemd appartement aan de [adres 1] te [plaats 1] heeft verworven, voorhanden gehad en hiervan gebruik heeft gemaakt, terwijl verdachte en zijn mededaders wisten dat deze voorwerpen telkens onmiddellijk of middellijk afkomstig waren uit enig misdrijf, en dat verdachte en zijn mededaders van het plegen van witwassen een gewoonte hebben gemaakt.
Conclusie feit 3 (opmaken maken valse geschriften)
Gelet op al het voorgaande acht de rechtbank ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich in de periode van 1 januari 2018 tot en met 13 november 2019 tezamen en in vereniging met anderen schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk valselijk opmaken van de in de tenlastelegging genoemde geschriften. [verdachte] heeft met behulp van [naam 1] en [naam 3] de geschriften valselijk opgesteld, hetgeen is af te leiden uit de verklaring van [medeverdachte] in combinatie met de aangehaalde chatberichten en het feit dat die documenten op de telefoon van [verdachte] zijn aangetroffen. Het opzet van verdachte is gegeven door voornoemde witwasconstructie ten gunste waarvan de valse geschriften zijn opgemaakt
Afwijzing voorwaardelijk verzoek tot het horen van meerdere getuigen
De raadsman heeft meermalen in een eerder stadium verzocht onder meer de volgenden getuigen te horen: [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] , [getuige 4] , [getuige 5] , [getuige 6] , [getuige 7] , [getuige 8] , [getuige 9] , [getuige 10] , [getuige 11] , [getuige 12] , [getuige 13] en [getuige 14] . De rechtbank heeft deze verzoeken steeds afgewezen, omdat onvoldoende was gemotiveerd en onvoldoende aannemelijk was geworden dat deze getuigen kunnen verklaren over de herkomst van de geldbedragen genoemd in de tenlastelegging onder feit 1. De raadsman heeft ter zitting - zo begrijpt de rechtbank – opnieuw, maar dan in voorwaardelijke zin, verzocht tot het horen van voornoemde getuigen. De rechtbank zal dit verzoek afwijzen met dezelfde motivering als eerder. Ook het voorwaardelijke verzoek maakt niet duidelijk dat en in hoeverre deze getuigen kunnen verklaren over de (legale) herkomst van de bedragen die onderdeel uitmaken van de witwasverdenking, te weten de vele contante stortingen op diverse bankrekeningen en de aankoop van het appartement in [plaats 1] . Nu het voorwaardelijk verzoek hierover niets inhoudt, kan niet worden gezegd dat het horen van deze getuigen voor het onderzoek noodzakelijk is.
Feit 2 (gebruik maken van een vals geschrift)
[verdachte] wordt onder dit feit verdacht van het gebruik maken van een vals geschrift, zijnde een aanvraagformulier voor een overbruggingsuitkering (Wonend buiten Nederland) gedateerd 13 augustus 2018 en ondertekend door [verdachte] met vermelding van een woonadres in Zuid-Korea ( [adres 2] ). [93] Dit document is aangetroffen tijdens de doorzoeking ter inbeslagneming op 26 januari 2021 op het adres [adres 3] (zijnde het woonadres van [naam 2] ). [94] Het formulier is per Whatsapp door verdachte verzonden aan het CFK. [95]
Volgens de officier van justitie woonde verdachte op dat moment, anders dan op het aanvraagformulier vermeld, niet in Zuid- Korea, maar verbleef hij in Duitsland of Nederland.
Verdachte heeft tegenover de FIOD verklaard dat hij in 2017 in Zuid-Korea woonde, maar dat hij vanaf januari 2018 – toen hij bij VVV Venlo ging spelen - in een huurwoning in [plaats 2] (Duitsland) woonde. Eind augustus 2018, aan het einde van zijn professionele voetbalcarrière, verbleef hij wisselend op voornoemd adres van [naam 2] en in zijn huurwoning in Duitsland. Na het opzeggen van zijn huurwoning in Duitsland is hij een zwervend bestaan gaan leiden en sliep hij in Nederland of Duitsland in hotels of in Nederland bij [naam 2] of op het adres van zijn onderneming [bedrijf 3] . Verdachte beaamd dat hij het aanvraagformulier heeft ingevuld en verstuurd aan het CFK. [96]
De FIOD heeft aan de hand van bankrekeningen op naam van [verdachte] , opgenomen tapgesprekken en historische telefoongegevens onderzocht of verdachte in de periode vanaf januari 2018 tot januari 2021voor een langere periode woonachtig is geweest in Zuid- Korea. Dit bleek niet zo te zijn. Zo bleek dat alleen op 29 oktober 2018, 5 november 2018 en 8 november 2018 contante geldopnamen te geweest in Seoul, de hoofdstad van Zuid-Korea. Verder is er geen enkele opname, storting of betaling in relatie met Zuid-Korea.
Het overgrote deel van geldopnamen, geldstortingen en pintransacties vindt in Nederland of
Duitsland plaats. Verder constateerde de FIOD dat [naam 2] en de drie kinderen van [verdachte] in de periode januari 2018 tot januari 2021 in Den Haag woonden en dat [verdachte] op 26 januari 2021 is aangehouden op dat adres. In de periode 3 september 2020 tot en met 24 december 2020 zijn gesprekken gevoerd met het telefoonnummer [telefoonnummer] , in gebruik bij verdachte, opgenomen en afgeluisterd. Uit deze gegevens kwam naar voren dat verdachte voornamelijk in Nederland verbleef. Uit het onderzoek van de FIOD kwam verder naar voren dat [verdachte] in november/december 2021 een maand naar Zuid-Korea is geweest om daar een voetballer te begeleiden welke op ‘stage’ ging bij de Koreaanse voetbalclub Suwon Samsung Bluewings. Verdachte verbleef deze gehele periode in een hotel. [97]
Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij op het moment van ondertekening (nog) wel in Zuid-Korea stond ingeschreven en woonde, maar de rechtbank acht dit niet geloofwaardig gelet op zijn eerder afgelegde verklaring tegenover de FIOD in combinatie met voornoemde bevindingen van de FIOD waaruit is af te leiden dat verdachte, na zijn actieve voetbalcarrière, slechts incidenteel in Zuid-Korea heeft verbleven. Verdachte heeft overigens ook op geen enkele wijze met objectiveerbare stukken onderbouwd dat hij, ten tijde van de CFK-aanvraag, in Zuid-Korea was ingeschreven en daar woonachtig was.
Volgens de FIOD heeft verdachte door de maandelijkse uitkeringen van het CFK te laten overmaken op zijn Duitse bankrekening vermoedelijk deze uitkeringen buiten het zicht van de Nederlandse belastingdienst willen houden om hiermee belastingheffing over deze uitkeringen te voorkomen. [98]
Door het invullen van een onjuist woonadres door verdachte is het formulier vervalst. Door toezending van dit vervalste geschrift aan het CFK heeft verdachte hiervan willens en wetens en dus opzettelijk gebruik gemaakt. De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van dit ten laste gelegde feit.
Feit 4 (aangifteplicht liquide middelen)
Op grond van artikel 10:1 vanPro de Algemene Douanewet dient een ieder die de Unie verlaat en een contant geldbedrag van € 10.000,-- of meer met zich voert, hiervan aangifte te doen bij de douane.
[verdachte] is op 13 november 2019 door de Douane te Schiphol in de wachtruimte van gate E07 (dus na de paspoortcontrole) aangesproken door de Douane omdat de speurhond verhoogd zoekgedrag vertoonde bij de handbagage van verdachte.
Verdachte heeft in eerste instantie desgevraagd tegenover de Douane verklaard dat hij circa
€ 20.000,-- bij zich had en dat hij daarvan geen aangifte had gedaan. [99] Verdachte had als handbagage een schoudertas, aktetas en een rolkoffer in zijn bezit.
Tijdens de kledingvisitatie verklaarde verdachte dat hij mogelijk een iets grotere bedrag, circa € 25.000,-- bij zich had. Na controle van de rolkoffer door de douanebeambte werd nog meer geld aangetroffen (opgerold in een overhemd). Verdachte gaf desgevraagd aan dat het mogelijk om een bedrag ging van € 80.000,--. [100]
De FIOD heeft al het geld geteld en kwam uit op een totaalbedrag van € 139.570 en HKD 2.000. [101]
De raadsman heeft zich ter zitting gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. [verdachte] heeft ter zitting verklaard dat hij dacht bij hij pas bij aankomst in China aangifte had moeten doen.
De rechtbank leidt uit de feiten en omstandigheden af dat de verdachte opzettelijk geen aangifte heeft gedaan van het bij hem aangetroffen geldbedrag. Hierbij slaat de rechtbank in het bijzonder acht op het feit dat de verdachte de paspoortcontrole al was gepasseerd en voorts dat hij in strijd met de waarheid wisselende en onjuiste verklaringen heeft afgelegd over het totale geldbedrag dat hij bij zich had. Verdachte heeft kennelijk - en in de context van eerder genoemde witwasconstructie - willen verbergen dat hij een fors hoger bedrag dan € 10.000,-- bij zich had en dus opzet had om geen aangifte van dit bedrag te doen.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] dit ten laste gelegde feit heeft begaan.
3.5
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:
1
hij in de periode van 1 januari 2017 tot en met 26 januari 2021 in Nederland, Duitsland, China en/of Hong Kong, tezamen en in vereniging met anderen,
telkens voorwerpen, bestaande uit:
- meerdere geldbedragen van in totaal EUR 2.185.533, en
- een appartement gelegen aan de [adres 1] te [plaats 1] ,
heeft verworven en voorhanden gehad en hiervan gebruik gemaakt,
terwijl hij, verdachte, en zijn mededaders telkens wisten, dat deze
voorwerpen – onmiddellijk of middellijk – (deels) afkomstig waren uit enig
misdrijf en verdachte en zijn mededaders van het plegen van witwassen een gewoonte
hebben gemaakt;
2
hij in de periode van 13 augustus 2018 tot en met 1 september 2018 in
Nederland en/of Duitsland, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals geschrift, te weten een aanvraagformulier voor een overbruggingsuitkering (Wonend buiten Nederland), zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware dat geschrift echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij,
verdachte, dit aanvraagformulier ter beschikking heeft gesteld aan de stichting Contractspelersfonds KNVB en bestaande die valsheid hierin dat in dit aanvraagformulier in strijd met de waarheid een woonadres in Zuid-Korea is ingevuld,
terwijl hij wist dat dit geschrift bestemd was voor zodanig gebruik;
3
hij in de periode van 1 januari 2018 tot en met 13 november 2019 in Nederland en Duitsland en China en/of Hong Kong,
tezamen en in vereniging met anderen,
a. het document ‘ Yiteng Football Scouting Employment Contract’ op naam van
[medeverdachte] en
b. het document ‘Certificate’ van ‘ Zhejiang Yiteng Football Development Co. Ltd’
d.d. 30 januari 2018 en
c. het document van ‘ Yiteng Football Limited’ d.d. 25 september 2019, en
d. zeven betaalspecificaties van Yiteng Football Limited, gericht aan [medeverdachte] ,
zijnde telkens een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen,
valselijk heeft opgemaakt, immers staat in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven –:
- op voornoemd document onder a dat:
o [medeverdachte] vanaf 1 januari 2019 werkzaamheden als scout zou verrichten voor
Yiteng Football Limited, en
o [medeverdachte] voor die werkzaamheden een signeerbonus van 200.000 euro zou
ontvangen, en
o [medeverdachte] een vergoeding van 20.000 euro per maand zou ontvangen,
- op voornoemd document onder b dat:
o door Zhejiang Yiteng Football Club aan [verdachte] een bedrag van 200.000 euro
is/wordt betaald omdat degradatie was voorkomen,
- op voornoemd document onder c dat:
o [bedrijf 2] Limited gelieerd is aan Yiteng Football Limited, en
o [medeverdachte] scout voor Yiteng Football Limited en
o [medeverdachte] voor zijn werkzaamheden als scout elke maand wordt betaald,
- op voornoemde betaalspecificaties onder d (telkens) dat:
o over het geld dat [medeverdachte] ontvangen heeft, reeds belasting is afgedragen,
zulks telkens met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door
anderen te doen gebruiken;
4
hij op 13 november 2019 te Schiphol, opzettelijk niet heeft voldaan aan zijn verplichting tot het doen van (schriftelijke) (volledige en/of juiste) aangifte, zoals bedoeld in artikel 3 vanPro de Verordening (EG) nr. 1889/2005 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 oktober 2005 betreffende de controle van liquide middelen die de Gemeenschap
binnenkomen of verlaten,
immers heeft hij toen en daar geen of onvolledige of onjuiste aangifte gedaan,
terwijl hij die Gemeenschap verliet en liquide middelen ten bedrage van EUR 10.000
of meer vervoerde, te weten een geldbedrag van (in totaal) EUR 139.570.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 225, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en artikel 10:1 AlgemenePro Douanewet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:
feit 1:
het misdrijf:medeplegen van gewoontewitwassen;
feit 2:
het misdrijf:valsheid in geschrift;
feit 3:
het misdrijf: medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;
feit 4:
het misdrijf: opzettelijke overtreding van artikel 10:1, lid 4, van de Algemene
Douanewet.
5.De strafbaarheid van verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezen verklaarde feiten.
6.De op te leggen straf of maatregel
6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gevorderd voor de duur van 36 maanden, met aftrek en waarbij al rekening is gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn van de strafzaak.
6.2
Het standpunt van de verdediging
Indien en voor zover de rechtbank tot bewezenverklaring en strafoplegging komt, heeft de raadsman verzocht geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, maar een (gestapelde) taakstraf. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de volgende persoonlijke omstandigheden. Het gezin van verdachte is uiteengevallen door de verdenking, de onzekerheid en de publieke schande. Zijn huis, bezittingen en vermogen is hij kwijtgeraakt. Verdachte is mentaal geknakt. Verder dient rekening gehouden te worden met het tijdsverloop en de overschrijding van de redelijke termijn, waarbij als ingangsdatum gehanteerd dient te worden 13 november 2019, de dag dat verdachte op Schiphol is aangehouden.
6.3
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
De verdachte heeft zich in een tijdsbestek van enkele jaren (periode 1 januari 2017 tot en met 26 januari 2021, waarbij de meeste witwasgedragingen zich afspeelden tot 14 november 2019) schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen van geldbedragen met een totaalbedrag van € 2.185.533,--. Ook is een appartement in [plaats 1] witgewassen. In het kader van dat witwassen heeft verdachte zich ook nog meermalen schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift. Deze geschriften waren gemaakt om de witgewassen gelden en het witgewassen appartement te verdoezelen en/of om belasting te ontduiken. De valse geschriften zijn vervolgens aan de ING en het CFK toegezonden, kennelijk met de intentie om deze instanties op een dwaalspoor te zetten. Met zijn handelen heeft verdachte het vertrouwen beschaamd dat in het maatschappelijk verkeer pleegt te worden gesteld in schriftelijke stukken met een bewijsbestemming. Als gevolg van witwassen wordt de integriteit van het financiële en economische verkeer aangetast door opbrengsten van misdrijven aan het zicht van justitie te onttrekken en daaraan een schijnbaar legale herkomst te verschaffen.
Daarnaast heeft de verdachte – in het kader van voornoemd gewoontewitwassen - opzettelijk geen aangifte gedaan bij de Douane van het feit dat hij € 139.570,-- aan contant geld bij zich had. Door zo te handelen heeft de verdachte de controle van de grensautoriteiten op de uitvoer van liquide middelen willen ontduiken. De rechtbank acht dit ernstige feiten en neemt dit verdachte kwalijk.
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte van 15 oktober 2025. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Wel is door het CVOM aan verdachte bij strafbeschikking van 6 mei 2024 een geldboete opgelegd van € 420,-- vanwege een overtreding van de Wegenverkeerswet.
De rechtbank gaat uit van een bewezenverklaring van witwassen van een geldbedrag van
€ 2.185.533,--. waar verdachte een gewoonte van heeft gemaakt. Als gevolg van zijn handelen heeft verdachte de overheid, en daarmee de samenleving, benadeeld. In de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS voor fraude geldt als uitgangspunt bij een benadelingsbedrag boven de € 1.000.000,-- een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden tot het wettelijk strafmaximum.
Gezien de ernst van de gepleegde feiten (met name de hoogte van het witgewassen bedrag en de duur en stelselmatigheid daarvan) kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Voor bepaling van de hoogte van de gevangenisstraf zal de rechtbank rekening houden met de overschrijding van de redelijke termijn. Anders dan de raadsman, is de rechtbank van oordeel dat de aanhouding van verdachte op Schiphol op 13 november 2019 niet kan worden aangemerkt als een handeling waaraan verdachte in redelijkheid de verwachting kon ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zou worden ingesteld.
De redelijke termijn van strafzaak is aangevangen op 26 januari 2021, de dag waarop de woning van verdachte is doorzocht. Gelet op de redelijke termijn van twee jaar had deze strafzaak uiterlijk 26 januari 2023 afgedaan moeten worden. Dit vonnis zal worden gewezen op 12 maart 2026. De redelijke termijn is aldus overschreden met ruim drie jaren en 1 maand. Volgens vaste jurisprudentie is een strafvermindering voor de duur van zes maanden het maximum. [102]
Anders dan de officier van justitie zal de rechtbank als uitgangspunt hanteren: gelijke monniken, gelijke kappen. Naar het oordeel van de rechtbank hebben [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte] gelet op voornoemd feitencomplex een evenredige rol vervuld. Zij hebben allebei een substantiële bijdrage geleverd aan de strafbare gedragingen op basis van een gelijkwaardige duurzame vriendschap. Dat op bankrekeningen zichtbaar meer contante geldbedragen via [verdachte] zijn witgewassen dan via die rekeningen van de medeverdachte [medeverdachte] , betekent niet noodzakelijkerwijs dat verdachte een groter aandeel in de witwashandelingen had. Datzelfde geldt voor het appartement dat weliswaar op verdachtes naam staat, maar waarvan niet is uitgesloten dat medeverdachte [medeverdachte] daarbij in materiële zin ook een aandeel bezit. Verdachten hebben over hun onderlinge samenwerking en verhouding ten aanzien van de bewezen verklaarde feiten niet willen verklaren, zodat de rechtbank uitgaat dat beiden een gelijk belang genoten van en een gelijk aandeel hadden in de bewezen verklaarde feiten.
Alles overwegende én mede rekening houdend met de bijkomende straf van verbeurdverklaring, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden passend en geboden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht. De strafvermindering vanwege de overschrijding van de redelijke termijn is hierin verdisconteerd. Zonder overschrijding van deze termijn zou de rechtbank tot oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden zijn gekomen.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 vanPro de Penitentiaire beginselenwet.
6.4
De in beslag genomen voorwerpen
De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat het geldbedrag van totaal
€ 139.570,-- (voorwerpen 1 t/m 6 op de beslaglijst) en de woning aan de [adres 1] in [plaats 1] (voorwerp 10 op de beslaglijst) verbeurd verklaard moeten worden. Ten aanzien van het contant geldbedrag van HK$ 2.000 (nummer 7 op de beslaglijst) heeft de officier van justitie opheffing van het beslag gevorderd en met betrekking tot de ordner met administratie (nummer 12 op de beslaglijst) heeft zij de teruggave aan verdachte gevorderd.
De raadsman heeft verzocht om teruggave van alle in beslag genomen voorwerpen.
De rechtbank is van oordeel dat het geld en de woning moeten worden verbeurd verklaard, omdat dit voorwerpen betreffen met betrekking tot welke feit 1 (witwassen) is begaan.
De rechtbank heeft geconstateerd dat er enkel nog conservatoir beslag rust op het contante geldbedrag van HK$ 2.000. Omdat het strafrechtelijke beslag is opgeheven, kan de rechtbank niet meer beslissen over dit beslag. De officier van justitie is niet ontvankelijk in haar vordering tot opheffing van het strafrechtelijke beslag omdat dat kennelijk al is opgeheven. De verdachte is niet ontvankelijk in zijn verzoek om teruggave, omdat er geen strafrechtelijk beslag meer op rust, maar enkel conservatoir beslag.
De rechtbank zal de teruggave aan de verdachte gelasten van de ordner met administratie
aangezien dit niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.
7.De toegepaste wettelijke voorschriften
De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47, 57, 63 Sr.
8.De beslissing
De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feiten
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1:
het misdrijf:medeplegen van gewoontewitwassen;
feit 2:
het misdrijf:valsheid in geschrift;
feit 3:
het misdrijf: medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;
feit 4:
het misdrijf: opzettelijke overtreding van artikel 10:1, lid 4, van de Algemene
Douanewet.
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstrafvoor de duur van 18 (achttien) maanden;
- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
- stelt als algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
de in beslag genomen voorwerpen
- verklaart verbeurd voornoemd geldbedrag van € 139.570,-- (nummers 1 t/m 6 op de beslaglijst) en de woning gelegen aan de [adres 1] in [plaats 1] (voorwerp 10 op de beslaglijst)
- gelast de teruggave van order met administratie (nummer 12 op de beslaglijst) aan verdachte;
- verklaart de officier van justitie niet ontvankelijk in haar vordering met betrekking het contant geldbedrag van HK$ 2.000 (nummer 7 op de beslaglijst);
- verklaart de verdachte niet ontvankelijk in zijn vordering met betrekking tot de teruggave HK$ 2.000 (nummer 7 op de beslaglijst).
Dit vonnis is gewezen door mr. D. ten Boer, voorzitter, mr. M. Melaard en mr. F.M.A. 't Hart, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Broeks, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026.
Voetnoten
1.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de FIOD/ Belastingdienst met nummer 65368 (onderzoek [verdachte] ). Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
2.Proces-verbaal van bevindingen, algemeen dossier, pagina’s 30, 49 en 50 en genummerd als AD-001.
4.Het proces-verbaal van bevindingen voetbalhistorie [verdachte] , pagina’s 440-441 en genummerd als AMB-028.
5.Het proces-verbaal van bevindingen verdiensten [verdachte] China, pagina’s 471-472 en genummerd als AMB-033 en een geschrift, zijnde de arbeidsovereenkomst tussen [verdachte] en Yiteng , pagina 2932 en genummerd als DOC-048.
6.Het proces-verbaal van bevindingen financiële bankanalyse Nederlandse bankrekeningen, pagina’s 397 en 399 (onder 21).
7.Het proces-verbaal van bevindingen financiële bankanalyse Nederlandse bankrekeningen, pagina’s 397 en 399 (onder 19) en genummerd als AMB-016b en het proces-verbaal van bevindingen financiële bankanalyse Duitse bankrekeningen, pagina’s 610 en 614 (onder 17) en genummerd als AMB-049.
8.Het proces-verbaal van bevindingen spelersbegeleiding [verdachte] , pagina’s 458-459, genummerd als AMB-031.
9.Een geschrift, zijnde het uittreksel uit de Kamer van Koophandel van [bedrijf 3] B.V, pagina’s 2912-2913 en genummerd als DOC-037.
10.Een geschrift, zijnde het uittreksel uit de Kamer van Koophandel van [bedrijf 4] B.V., pagina’s 2916-2917 en genummerd als DOC-039.
11.Het proces-verbaal van bevindingen financiële bankanalyse Nederlandse bankrekeningen, pagina’s 397-398 (onder 12) en genummerd als AMB-016b.
12.Het proces-verbaal van bevindingen financiële bankanalyse Nederlandse bankrekeningen, pagina 397 en genummerd als AMB-016b.
13.Het proces-verbaal van bevindingen financiële bankanalyse Duitse bankrekeningen, pagina 609 en genummerd als AMB-049.
14.Het proces-verbaal van bevindingen financiële bankanalyse Duitse bankrekeningen, pagina‘s 610 en 611 (onder 6) en genummerd als AMB-049.
15.Het proces-verbaal van bevindingen financiële bankanalyse Nederlandse bankrekeningen, pagina’s 396, 397 en 398 (onder 7) en genummerd als AMB-016b.
16.Het proces-verbaal van bevindingen financiële bankanalyse [naam 1] , pagina 434 (onder 4) en genummerd als AMB-023a.
17.Het proces-verbaal van verhoor van [naam 1] , pagina 274, genummerd als V-04-02.
18.Het proces-verbaal van bevindingen financiële bankanalyse [naam 2] , pagina 427 (onder 3 ) en genummerd als AMB-022a.
19.Een geschrift, zijn een ingevuld vragenbrief van de ING, pagina’s 3202-3204, genummerd als DOC-071.
20.Zaaksdossier 1 witwassen, pagina 110.
21.Het proces-verbaal van bevindingen witwasconstructie, pagina’s 558-559 en genummerd als AMB-048.
22.Zaaksdossier 1 witwassen, pagina 107.
23.Het proces-verbaal van bevindingen witwasconstructie, pagina’s 577 t/m 579 genummerd als AMB-048 en een geschrift zijnde een document gedateerd 30 september 2019 van Yiteng ‘to whom it may concern’, pagina 3237, genummerd als DOC-252.
24.Zaaksdossier 1 witwassen, pagina’s 120-121.
25.Het proces-verbaal van bevindingen witwasconstructie, pagina 560, genummerd als AMB-048.
26.Het proces-verbaal van bevindingen witwasconstructie, pagina 563 genummerd als AMB-048.
27.Het proces-verbaal van bevindingen witwasconstructie, pagina’s 563-564 genummerd als AMB-048.
28.Het proces-verbaal van bevindingen witwasconstructie, pagina’s 564 genummerd als AMB-048.
29.Zaaksdossier 2, pagina 143
30.Een geschift, zijnde ‘Certificate’ van ‘ Zhejiang Yiteng Football Development Co., Ltd’, pagina 2866, genummerd als DOC-023.
31.Zaaksdossier 1 witwassen, pagina 115.
32.Zaaksdossier 1 witwassen, pagina’s 116 -117.
33.Zaaksdossier 1 witwassen, pagina’s 115 -116.
34.Het proces-verbaal van verhoor [naam 1] , pagina’s 273-274, genummerd als V-04-02.
35.Het proces-verbaal van bevindingen witwasconstructie, pagina 588-590 genummerd als AMB-048.
36.Het proces-verbaal van bevindingen witwasconstructie, pagina 590 en genummerd als AMB-048.
37.Het proces-verbaal van bevindingen witwasconstructie, pagina 590-591 en genummerd als AMB-048.
38.Het proces-verbaal van bevindingen witwasconstructie, pagina 591-592 en genummerd als AMB-048.
39.Het proces-verbaal van bevindingen witwasconstructie, pagina 605-608 en genummerd als AMB-048.
40.Het proces-verbaal van bevindingen witwasconstructie, pagina 592-593 en genummerd als AMB-048.
41.Het proces-verbaal van bevindingen witwasconstructie, pagina 593 en genummerd als AMB-048.
42.Het proces-verbaal van bevindingen witwasconstructie, pagina 593-595 en genummerd als AMB-048.
43.Het proces-verbaal van bevindingen witwasconstructie, pagina 595 en genummerd als AMB-048.
44.Het proces-verbaal van bevindingen witwasconstructie, pagina 595-596 en genummerd als AMB-048.
45.Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 405, genummerd als AMB-018.
46.Het proces-verbaal van bevindingen witwasconstructie, pagina 596-597 en genummerd als AMB-048.
47.Het proces-verbaal van bevindingen witwasconstructie, pagina 597 en genummerd als AMB-048.
48.Het proces-verbaal van bevindingen witwasconstructie, pagina 597-598 en genummerd als AMB-048.
49.Een geschrift, zijnde een brief van de ING Bank N.V. van 13 september 2019, pagina’s 4038-4041, genummerd als DOC-231.
50.Zaaksdossier 2, pagina 141.
51.Zaaksdossier 2, pagina 145.
52.Zaaksdossier 2, pagina 151.
53.Een geschrift zijnde ‘ Yiteng Football Scouting Employment Contract’, pagina’s 4042 t/m 4046, genummerd als DOC-232.
54.Zaaksdossier 2, pagina 140.
55.Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte] d.d. 27 januari 2021 , pagina’s 240 en 241.
56.Een geschrift, zijnde WhatsAppcorrespondentie tussen [verdachte] en [naam 1] , pagina 3532, genummerd als DOC-126.
57.Een geschrift, zijnde een document van Yiteng Football Limited, pagina 4054, genummerd als DOC-234.
58.Zaaksdossier 2, pagina 145.
59.Een geschrift, zijnde chatberichten tussen [verdachte] en [naam 3] , pagina’s 2447 en 2448, genummerd als DOC-016a.
60.Zaaksdossier 2, pagina 149-150.
61.Zaaksdossier 2, pagina 149-150.
62.Een geschrift, zijnde een brief van de ING Bank N.V. van 13 september 2019, pagina 4039, genummerd als DOC-231.
63.Een geschift, omschreven als ‘Inhoud dossier [medeverdachte] [rekeningnummer 13] van de ING’, pagina 4118, genummerd als DOC-248.
64.Zaaksdossier 2, pagina 149.
65.Geschriften, zijnde zeven betaalspecificaties van Yiteng gericht aan [medeverdachte] , pagina’s 4047-4053 en genummerd als DOC-233.
66.Zaaksdossier 2, pagina’s 151-152 en een geschrift, zijnde Signalberichten tussen [verdachte] en [naam 3] , pagina’s 3891 en 3905, genummerd als DOC-135.
67.Het proces-verbaal van bevindingen witwasconstructie, pagina 589-599 en genummerd als AMB-048.
68.Het proces-verbaal van bevindingen witwasconstructie, pagina 602 en genummerd als AMB-048.
69.Het proces-verbaal van bevindingen inzake aankoop woning [adres 1] in [plaats 1] , pagina’s 521-522, genummerd als AMB-043.
70.Het proces-verbaal van bevindingen inzake aankoop woning [adres 1] in [plaats 1] , pagina 522, genummerd als AMB-043.
71.Het proces-verbaal van bevindingen inzake aankoop woning [adres 1] in [plaats 1] , pagina 522, genummerd als AMB-043.
72.Het proces-verbaal van bevindingen witwassen in horecazaak [bedrijf 9] door [medeverdachte] , pagina’s 524-525, genummerd als AMB-044.
73.Het proces-verbaal van bevindingen witwassen in horecazaak [bedrijf 9] door [medeverdachte] , pagina 525, genummerd als AMB-044.
74.Het proces-verbaal van bevindingen witwassen in horecazaak [bedrijf 9] door [medeverdachte] , pagina 526, genummerd als AMB-044.
75.Het proces-verbaal van bevindingen witwasconstructie, pagina 605-608 en genummerd als AMB-048.
76.Het proces-verbaal van bevindingen witwassen in horecazaak [bedrijf 9] door [medeverdachte] , pagina 526, genummerd als AMB-044.
77.Het proces-verbaal van bevindingen witwassen in horecazaak [bedrijf 9] door [medeverdachte] , pagina 528, genummerd als AMB-044.
78.Het proces-verbaal van bevindingen inzake inkoop aandelen [bedrijf 10] , pagina 532, genummerd als AMB-045.
79.Het proces-verbaal van bevindingen inzake inkoop aandelen [bedrijf 10] , pagina 533, genummerd als AMB-045
80.Het proces-verbaal van bevindingen financiële bankanalyse Nederlandse bankrekeningen, pagina 397(onder nummer 9), genummerd als AMB-016b.
81.Het proces-verbaal van bevindingen financiële bankanalyse Duitse bankrekeningen, pagina 610 (onder 11 en 12 en genummerd als AMB-049.
82.Zaaksdossier 1 witwassen, pagina 122 en geschriften zijnde facturen van [bedrijf 14] , pagina’s 2483, 2487, 2488 en genummerd als DOC-020a, DOC-020e, DOC-020f.
83.Het proces verbaal van bevindingen witwassen horloges door [verdachte] , pagina 544, genummerd als AMB-047.
84.Het rapport inzake berekening wederrechtelijk verkregen voordeel [verdachte] , pagina 9 (los nagezonden).
85.Het proces verbaal van verhoor van [verdachte] , pagina 172 en genummerd als V-01-01.
86.De verklaring van verdachte [verdachte] ter terechtzitting van 12 februari 2016.
87.Het proces-verbaal van bevindingen casino(winsten), pagina’s 538, 539, 540 genummerd als AMB-046.
88.Het proces-verbaal van bevindingen casino(winsten), pagina 539 en genummerd als AMB-046.
89.Het proces-verbaal van bevindingen casino(winsten), pagina 548 en 549 genummerd als AMB-046.
90.Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 15] , pagina’s 308-309 getuige (G-001-01).
91.Het proces-verbaal van bevindingen casino(winsten), pagina 549 en genummerd als AMB-046.
92.Het proces-verbaal van bevindingen verdiensten [verdachte] bij Yiteng , pagina 471 en genummerd als AMB-033 en een geschrift, zijnde het arbeidscontract van [verdachte] me Yiteng , pagina’s 2931-2933 en genummerd als DOC-048.
93.Een geschrift, zijnde een aanvraagformulier voor een overbruggingsuitkering (Wonend buiten Nederland), pagina’s 4077 en 4078 en genummerd als DOC-237.
94.Zaaksdossier 2, pagina 155.
95.Het proces-verbaal van bevindingen inzake opmaken en gebruik CFK-aanvraag d.d. 5 januari 2023, pagina 2 en genummerd als AMB-072 (los nagezonden)
96.Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] d.d. 23 november 2022, pagina 5 (los nagezonden), genummerd als V-01-08.
97.Het proces-verbaal van bevindingen inzake opmaken en gebruik CFK-aanvraag d.d. 5 januari 2023, pagina’s 3, 4, en 5, genummerd als AMB-072 (los nagezonden).
98.Zaaksdossier 2, pagina 158.
99.Het proces-verbaal van bevindingen van de Douane d.d. 13 november 2019, pagina 324 en genummerd als AMB-001.
100.Het proces-verbaal van bevindingen van de Douane d.d. 13 november 2019, pagina’s 327- 328, genummerd als AMB-001a.
101.Het proces-verbaal van verdenking van de FIOD van 15 november 2019, genummerd als AMB-002, pagina 334.